zondag, juli 30, 2006

Opgave 13


Ondanks het fraaie warme weer, komt hier gewoon de
volgende opgave! IJswater bij de hand en schaken maar!


Wit staat in bovenstaande stelling op winst, zou je zeggen. Alleen die dekselse onderste rij baart hem zorgen. Hij speelde 1. Db5, natuurlijk om zijn toren op f1 te dekken.



1. Wat antwoordde zwart en wat was de afloop van de partij?

2. Had wit een betere eerste zet tot zijn beschikking?

De oplossing, met die van opgave 14 (komt medio deze week) volgt het aanstaande weekend.

Oplossingen opgaven 11 en 12 (22 en 26 juli)


Opgave 11. Geller-Pilnik (Stockholm 1952). Wit zou natuurlijk kunnen spelen: 1. Ld1 Txe1 2. Lxb3 Th1 3. Lxa4 enz. (ingezonden oplossing), maar hij heeft iets sterkers: 1. Th1+! Kg7 2. Ld1! Tb5 (de enige zet) 3. Lf3 Tc4 (weer de enige zet) 4. Le2 en wint de kwaliteit.



Opgave 12. Almus-German (Oost-Duitsland 1957). Een krachtige combinatie, gebaseerd op de zwakte van zwarts achterste rij: 1. Ta8+! Lxa8 2. Dxa8+ Df8 3. Lh7+ Kxh7 4. Dxf8

vrijdag, juli 28, 2006

Nog even opgave 9 (17 juli)


Ik wil nog even terugkomen op opgave 9, van 17 juli (Lengyel-Sliwa, 1966). De oplossing was de zet 1. Td5!! Brengt zwart nu zijn loper door middel van bijvoorbeeld 1. ... Lh3 in veiligheid, dan volgt mat met 2. Dxh7+! Kxh7 3. Th5 mat.

Toevallig kom ik erachter, al lezend in Improve your chess now van Jonathan Tisdall (2004), dat dit mattype een naam heeft: Anastasia's mat.


Hij geeft bovenstaande stelling als voorbeeld: 1. Pe7+ Kh8 2. Dxh7+ Kxh7 3. Th5+ en mat.


Een leuke ontdekking! Tisdall vermeldt er nog bij dat de naam afkomstig is uit de roman (novelle?) Anastasia and Chess uit 1803 van W.Heinse, waarin deze matcombinatie wordt genoemd.

Wikipedia vertelt me nu net dat het om Wilhelm Heinse gaat (1746-1803) , dat de titel eigenlijk Anastasia und das Schachspiel is en dat in zijn versie van het mat geen witte dame voorkomt maar dat het om twee witte torens gaat:
(Wit: Kg1, Tc5, Th5, Pd5; Zwart: Kg8, Tf8, h7, g7, f7: 1. Pe7+ Kh8 2. Txh7+ Kxh7 3.Th5#).

Hoe dan ook, leuk blijft het en de versie met de witte dame is net zo mooi en bevat natuurlijk hetzelfde idee!

donderdag, juli 27, 2006

Het Londens systeem (3)

Hierbij een van mijn eigen partijen tegen het eind van het afgelopen seizoen gespeeld in de interne competitie van SC Ten Boer.

Wit: A. Prins (1788) - Zwart: R.Kroon (2046)
Clubcompetitie SC Ten Boer
9 mei 2006

1. d4 Pf6 2. Pf3 e6 3. Lf4 c5 4. c3 Pc6 5. e3 d5 6. Ld3 Ld6 7. Lg3 0-0 8. Pe5 De7 9. f4 Pfd7 (de witte opbouw is volgens het boekje gegaan; zwart gaat nu Pe5 aanvallen met de f-pion. Ik moet toch eens nadenken over de beste witte strategie op dit moment) 10. 0-0 f6 11. Lh4 (dit is natuurlijk in orde, maar dan?) ... De8 12. Pxc6 bxc6 13. Pd2 e5 (de op zijn minst egaliserende zet) 14. fxe5 fxe5 15. Lg3 De7 16. Txf8+ Pxf8 17. dxe5 Lxe5 18. Lxe5 Dxe5 19. Df3 c4 20. Tf1 Le6 21. Lc2 Pd7 22. Df4 Tb8 23. Dxe5 Pxe5 24. b3 cxb3 25. Lxb3 Pd3 26. e4 Pc5 27. exd5 Lxd5 28. Lxd5 cxd5 (na vele afruilmanoeuvres heeft wit een stelling bereikt die er wel houdbaar uitziet) 29. Tf5 Pa4 30. c4 (misschien 30. Txd5 Pxc3 31. Ta4) ... d4 31. Td5 Pc3 32. Td7 (helaas zag ik pas nu dat Txd4 beantwoord wordt met Pe2+!) ... Tb2 33. c5!!? (bij wit slaat ineens toch de vertwijfeling toe en hij besluit tot een alles of niets poging die overigens nog bijna succes heeft) ... Txd2 34. c6 Pb5? (sterker is Pa4)

Stand na 34. ... Pb5?

35. c7?? (overmand door zenuwen en andere onlustgevoelens ziet wit zijn hele a-pion over het hoofd: 35. a4! had wit opeens goede mogelijkheden gegeven en lag ook eigenlijk erg voor de hand; nu wikkelt zwart eenvoudig af naar winst) ... Pxc7 36. Txc7 Txa2 (pas door het geluid waarmee de a-pion werd geslagen werd wit zich weer bewust van het bestaan van een stuk op a2) . Na nog enkele onbelangrijke zetten gaf wit op (0-1).

woensdag, juli 26, 2006

Opgave 12


Opgave 12. Weer een fraaie combinatie! Wit speelt en wint op hardhandige wijze. De oplossingen van de oplossingen 11 en 12 in het komend weekend.

dinsdag, juli 25, 2006

Verjaardagskaart


Opmerkelijke verjaardagskaart van dochter Anne-Marie en haar vriend Manoj uit Amsterdam (boven)

Opmerkelijke cadeautjes van dezelfde gulle gevers (Fischer en Euwe ingelijst)

zaterdag, juli 22, 2006

Opgave 11. Wit speelt en verkrijgt een beslissende materiële voorsprong. De oplossing van deze aardige stelling (vooral als je wit hebt) aanstaand weekend. Medio volgende week opgave 12.

Hieronder nog een voor deze opgave symbolische foto:
Groningen in beeld:


Toren (Ten Boer) vanuit eigen tuin bekeken.

Ik wil deze bijdrage aan mijn weblog beginnen met de mededeling dat de bezoekers van Alberts Schaakblog die een comment (mededeling / oplossing) willen plaatsen er in het vervolg rekening mee moeten houden dat ik daar een woordverificatie heb ingevoerd, dit om automated spam te voorkomen. Ter plekke ziet men wel wat een en ander inhoudt.

Dan de oplossingen van de opgaven van de afgelopen week:


Opgave 9. Lengyel-Sliwa (Altheide 1966). Na 1. Kxf1, Dh1+ 2. Ke2 De4+ 3. Koning willekeurig, Dxe7 staat er een remisestand op het bord. Dat is het dus niet. Maar wit heeft beter: de fraaie beginzet is : 1. Td5!! Nu dreigt wit wel op f1 te nemen en als zwart 1. ... Lh3 speelt, dan volgt 2. Dxh7+! Kxh7 3. Th5 mat. Het witte paard staat daar natuurlijk ook wel heel mooi, door de vluchtvelden g6 en g8 voor de zwarte koning af te sluiten.

Roelof Kroon van Schaakclub Ten Boer heeft hier de (nog denkbeeldige) weekprijs gewonnen door de goede oplossing (evenals die van opgave 10 trouwens) door te geven.


Opgave 10. Reinderman-Van der Sterren (NK 1999). Dit partijslot leverde de witspeler destijds een speciale juryprijs op voor de meest spectaculaire partij. Wit speelde hier: 1. Txd7!! Dxd7 2. Dxh6+!! gxh6 3. Lf6+ Kh7 4. Tg7+ Kh8 5. Txf7+ Kg8 6. Txd7+ Nu moet zwart 6. ... Tf7 spelen, waarop wit uiteraard op f7 neemt en een stuk voor blijft. Zwart gaf op.

Nog dit weekend hoop ik opgave 11 te plaatsen.

woensdag, juli 19, 2006


Opgave 10. Wit speelt en wint, met een fraaie combinatie, die destijds de prijs voor de meest spectaculaire partij in de wacht sleepte. Hoe ging het verder? De oplossing, samen met die van opgave 9 (van 17 juli), geef ik, zoals gebruikelijk, aanstaand weekend.

dinsdag, juli 18, 2006


CHESS IN THE MOVIES:
een boek over schaken in speelfilms


Iedere schaker kent het verschijnsel: je loopt langs een etalage waarin een schaakbord met stukken staat opgesteld. Je kijkt even wat beter en ja hoor, het bord ligt verkeerd (terwijl er toch 50% kans is dat het in orde is, weet men trefzeker vaak bij de verkeerde 50% te belanden). Verder staan bijvoorbeeld de dames verkeerd en dus ook de koningen, staat de loper naast de toren: kortom er is een breed scala aan mogelijkheden.
Een dergelijke gewaarwording kan ook je deel zijn als je naar een speelfilm kijkt, waarin geschaakt wordt. Ook dan is het commentaar vaak wonderlijk, doen namen van beroemde schakers erg verzonnen aan en verdedigt een kandidaat voor het wereldkampioenschap zich met het Albins Tegengambiet (een leuk systeem, daar niet van, maar op de hoogste niveaus zie je het niet, of bij zeer, zeer hoge uitzondering). Mocht het voorkomen dat je bij een schaakscene in een film zo nog je twijfels hebt dan vermoed je toch eigenlijk wel dat er iets mis zal zijn.
Dat die vermoedens zeer waarschijnlijk op waarheid berusten, blijkt nu uit het verschijnen van een nieuw boek: CHESS IN THE MOVIES, geschreven door Bob Basalla (TPI Wonderworks, 2005, 421 p. Є 38,-).


Scene uit Det sjunde inseglet (The Seventh Seal) uit 1957 van Ingmar Bergman, waarin een middeleeuwse ridder (gespeeld door Max von Sydow) schaakt tegen de Dood, met als inzet zijn eigen leven. De film won de speciale prijs van de jury op het filmfestival van Cannes in hetzelfde jaar.

(Nu ik bovenstaande (totaal willekeurige) foto op mijn weblog heb gezet, krijg ik ineens het sterke vermoeden, nu niet dankzij de oplettende buurman (zie hieronder), maar mijn zoon, dat we hier met een mooi voorbeeld te maken hebben. Als ik me niet vergis, is een en ander 90 graden gedraaid en ligt het bord voor de kijker goed, maar zitten de spelers hier in feite "aan de zijkant" (toch wat lastig) te peinzen, met de witte stukken links en de zwarte rechts! Misschien waren Von Sydow en Bergman ook niet van die schakers (om van de Dood maar niet te spreken!)

Een oplettende buurman maakte mij attent op nr. 279 (juli/augustus 2006) van De Filmkrant, waarin op pagina 24 een boekbespreking staat van de hand van David Sneek. Zijn oordeel komt er op neer dat het een aardig boek had kunnen zijn, gezien het onderwerp en het commentaar, maar dat het boek helaas zelf ook enigszins lijdt aan de kwaal waarover het handelt: fouten; wat te veel onnauwkeurigheden.
Heel veel gegevens zijn verkregen via Internet zo gaat hij voort ( voornamelijk als het ging om films buiten het gangbare Amerikaanse repertoire om) door met zoekmachines op combinaties als chess en movies, of op de site van de IMDb (International Movie Database) op chess te zoeken.
Persoonlijk snap ik niet helemaal wat daaraan mankeert; ligt het niet erg voor de hand dat je zo je gegevens verzamelt tegenwoordig? Waar zou je ze anders vandaan moeten halen?
"Keer op keer", zo schrijft Sneek verder, "wordt in Chess in the movies opgemerkt dat het vooral boosaardige meesterschurken, spionnen, verwarde neuroten (sic! Albert), Russen en bejaarde mannetjes zijn die in films achter het bord zitten". (De Russen komen er in deze opsomming niet bijster goed vanaf: Albert.) De auteur is, volgens Sneek, zo met al die filmpassages betreffende schaken bezig dat hij niet toekomt aan meer dan gemeenplaatsen als het gaat over de functie die het schaken in die rolprenten misschien heeft. Daarom zo eindigt hij, is het boek misschien meer een startpunt voor iemand die echt een studie van het fenomeen schaken in films kan en wil maken en daarbij kans ziet iets meer te bieden hier is gebeurd.

Ik denk zelf dat het best een aardig boek is, met een origineel gegeven (dat we al lange tijd de combinatie schaken en films niet vertrouwden), maar waar toch niet eerder een publicatie aan was gewijd).
In ieder geval: een leuk weetje voor schakers! Misschien komt er meer op dit gebied!

P.S. Een aardige website voor het thema Chess in the Cinema (zo heet de website trouwens ook) is http://www.skgiessen.de/movies/
Hier worden films vermeld van 1900 tot 2006 met één of meerdere (schaak!)foto's en korte gegevens over de film in kwestie (jaar, regisseur, hoofdrolspelers).

maandag, juli 17, 2006


Opgave 9. Een hele mooie opgave dit keer, misschien alleen iets moeilijker dan tot nu toe het geval was. Ondanks dat wit diverse gevaren boven het hoofd hangen (wat te denken van een mat op g2), kan hij winnen, met als uitgangangspunt een fraaie beginzet. Welke zet is dat en hoe gaat het dan verder? De oplossing van deze opgave, samen met die van nr. 10 (verschijnt een dezer dagen) in het volgend weekend.

zaterdag, juli 15, 2006

Het Londens Systeem (2)

In de komende tijd wil ik meerdere partijen laten zien met een openingssysteem voor wit: het Londens Systeem (1e aflevering dateert van 1 juli jl.) samen met de licht verwante Barry Attack en de Skandinavische verdediging voor zwart. Het is daarbij mijn bedoeling om ook diverse van mijn eigen partijen over het voetlicht te brengen. (Zie omtrent dit voornemen mijn weblogbijdrage Schaamteloze Schaakblogs van 2 juli jl.).

Om te beginnen een partij met het Londens Systeem, waarin zwart voor een Konings-Indische/Grünfeld-Indische opstelling kiest.

Wit: A. Kharlov (2605) - T. Hillarp Persson (2507)
Skelleftea (Zwe) 1999

1. d4 d5 2. Pf3 Pf6 3. Lf4 g6 4. e3 Lg7 5. Ld3 (meestal gaat de witte koningsloper in deze opening naar e2) ... c5 6. c3 Pc6 7. Pbd2 0-0 8. h3 (een belangrijke zet in veel Londens Systeem-partijen: wit maakt een terugweg vrij naar h2 voor zijn dameloper) ... Pd7 (een door zwart nogal eens toegepast plan: een snelle opmars van zijn e-pion mogelijk maken) 9. 0-0 e5 10. dxe5 Pdxe5 11. Lc2 (deze loper wil wit nog even op het bord houden) ... h6 12. Pxe5 Pxe5 13. e4 (wit wil op zijn beurt meer invloed op het centrum uitoefenen) ... dxe4 14. Pxe4 b6 15. Pd6 (een sterk veld voor het witte paard; het is alleen de vraag of wit het daar kan handhaven) ... Df6 (blijft Pd6 aanvallen en valt ook loper f4 aan; bovendien dreigt Td8, dus snel handelen is voor wit geboden) 16. Lxe5 Dxe5 17. Te1 Dg5 18. Le4! (zwart krijgt inderdaad geen tijd de positie van Pd6 te ondermijnen, bovendien dekt de witte loper veld g2) ... Tb8 19. Ld5! (een sterke zet) ... Lxh3 (lijkt er gevaarlijk uit te zien, maar wit heeft een en ander onder controle, misschien was Df6 beter)

Stelling na 19. ... Lxh3
20. Pxf7! Txf7 (gedwongen) 21. Lxf7+ (zwart heeft een kwaliteit gewonnen) ... Kh7 ( de loper kan niet worden genomen 21. ... Kxf7 22. Df3+ Lf5 23. Dd5+ Kf8 24. Dd6+ en toren b8 gaat verloren) 22. Dd5 Lf5 23. Tad1 Lf6 24. Te8 Txe8 25. Lxe8 en zwart streek de vlag. (1-0).

Oplossingen van de problemen 7 en 8
(van 10 en 12 juli)
Opgave 7. Aljechin-Nestor (Trinidad 1939). De zwakte van zwarts achterste rij, helpt wit te winnen met een combinatie, gebaseerd op promotie, door 1. Tc8! te spelen. 1. … Txc8. (Op 1. … Db6 volgt 2. Df8+ met mat). Nu speelde wit 2. De7!! en won, aangezien op 2. … Dxe7 3. dxc8D en mat volgt, of op 2. … Dc6 3. d8D+, of op 2. … Kg8 3. d8D+, gevolg door mat.


Opgave 8. Weyer-Bernhard (Würzburg, 1954). Zwart gaf hier, zoals bij de opgave vermeld, nog één keer schaak met 1. … Tf5+, onder het motto: “het schaak der wrake” . De zet had een uitroepteken verdiend, als zwart de zet bewust had gedaan, om een laatste poging te doen, niet te verliezen en een valstrik te proberen. Maar zo bewust was de zet kennelijk niet, want toen wit antwoordde met 2. Kg4? gaf zwart op, omdat hij verwachtte met 3. Tg7+ mat gezet te worden. Hij had echter met 2. … Txg5!! remise kunnen bereiken, omdat na 3. Lxg5 zwart zomaar pat(!) staat, terwijl na elke andere zet de witte loper verloren gaat!

woensdag, juli 12, 2006


Opgave 8. Zwart besloot in deze stelling, waarin hij natuurlijk op verlies stond, nog maar eens een keer schaak te geven, misschien wel het schaak der wrake. Dus : 1. ... Tf5(!)+, waarop wit 2. Kg4 speelde. Zwart zag dat hem mat te wachten stond (met de zet 3. Tg7+) en gaf daarom op. Was dat terecht? Oplossing, samen met die van opgave 7, in het aanstaand weekend.

dinsdag, juli 11, 2006


In 2002 schreef ik in het personeelsblad van de Groninger UB een stukje over mijn hobby. Ik laat dat nu hier volgen.


SCHAKEN IN TEN BOER


Menig gesprekspartner in de koffie- en theepauzes op de UB heb ik er al op gezette tijden mee lastig gevallen: mijn grote hobby, het schaakspel. Nu acht ik de tijd rijp er alle lezers van het UB-blad mee te confronteren en mocht men zich het waarom van dit alles afvragen, dan moet ik helaas het antwoord schuldig blijven. Het onderstaande kan worden gezien als een compilatie van wat losse biografische notities, geconcentreerd rond het schaken, want je moet een en ander natuurlijk ergens aan ophangen.

In Emmen en Coevorden, waar ik in de jaren '50 en '60 respectievelijk de lagere en de middelbare school heb 'doorlopen', leerde ik schaken van mijn vader en broer en in Coevorden ging ik dan ook bij de schaakclub op school èn bij mijn eerste offciële club: dat was ter plaatse 'Het Kasteel'. We hebben het dan over 1961. Toen ik in 1963 naar Groningen verhuisde om mij aan verdere studie te wijden, ben ik meteen lid geworden van Schaakclub Helpman (ik woonde toen aan de Helperbrink), die toevallig in dat jaar net heropgericht was. Het speellokaal was in Helpman's Bodega aan de Hereweg, dus het was er goed van eten en drinken.

Na mijn trouwen in 1973 (ik was toen al toegetreden tot de hechte gemeenschap van het UB-personeel) woonden we aanvankelijk in Vinkhuizen, in de stad Groningen. We waren niet ontevreden, enkele jaren later, toen we onze flat aan de Basaltstraat (waar het woongenot twijfelachtig was, een verhaal apart) konden verruilen voor een woning op de begane grond. Na enig zoeken was dat, na bezichtiging van bijvoorbeeld een modelwoning in Lewenborg, eind 1975 - waar blijft de tijd? - uiteindelijk een huis in het dorp Ten Boer, waar ik tot dat moment nog niet eerder een voet had gezet.

In april 1976 vestigden we ons in een pand in Kloostermolen, een destijds geheel nieuwe (en dus geheel kale) wijk van dit aardige dorp. Inmiddels steken berk en es al vele jaren 10-12 meter uit boven de verder uit enkele honderden planten, heesters en ook nog andere bomen bestaande voor- en achtertuin.

Tuin met berk (l) en es (r)

Allemaal apart losgepraat door mijn vrouw: dat is namelijk háár hobby (nee, niet het praten, maar de tuin). Daar in die fraaie omgeving was toen vervolgens één van de vele levensvragen, waarmee ik ook toen al voortdurend worstelde, de volgende: blijf ik nog in de stad Groningen schaken, of ga ik bij de plaatselijke club, die uiteraard de naam Schaakclub Ten Boer had (en heeft) en die daar al (met onderbreking) bestond sinds 1948?
Onder het motto "Koop elders niet wat Ten Boer u biedt", heb ik toen voor de laatste mogelijkheid gekozen, omdat het idee om 's avonds na thuiskomst en na de warme hap weer naar de stad te moeten, me niet erg kon bekoren.
Bij deze club speel ik dus nu alweer sinds 1976 en het bevalt me uitstekend. Het ledental schommelt zo rond de 15 en de sfeer is voortreffelijk. Er wordt ook redelijk aan de weg getimmerd: we spelen in de 1e klas van de NOSBO, waar we ons in het zojuist geëindigde seizoen 2001-2002 met enige moeite, maar toch, hebben weten te handhaven (de jaren daarna trouwens ook, toevoeging Albert).
Eind jaren '80 hadden we in de ub een tentoonstelling, waar de deelnemers hun favoriete boek konden tonen met toelichting over het hoe, wat en waarom. Ik had toen een van mijn schaakboeken uitgekozen, dat zo ongeveer het eerste was van wat later een behoorlijke collectie zou worden (in een latere bijdrage aan mijn weblog hoop ik nog even op dat boek terug te komen, toevoeging Albert).

Als toelichting had ik daarbij ondermeer een uitspraak van mijn vrouw opgenomen, waarmee zij antwoord gaf op een vraag van een medewerker van boekhandel Van Stockum in Den Haag, toen ze daar een telefonisch een schaakboekje voor me bestelde. De beste man die ongetwijfeld nog nooit van Ten Boer had gehoord, riep door de telefoon, toen hij hoorde waar het werkje naar toe moest, verbijsterd: "Wordt daar dan geschaakt?" Het eenvoudige, maar tegelijkertijd verpletterende antwoord dat mijn vrouw hem gaf: "Op leven en dood!" was daarop afdoende om een hiaat in 's mans kennis te laten verdwijnen.
Waarom vertel ik dit laatste? Om even de sfeer te schetsen van de pittige strijd die zo karakteristiek is voor de Ten Boerster schakers. Men leze als bewijs het hierbij tevens afgedrukte verslag van de wedstrijd op 19 maart jl., waarin SC Ten Boer de NOSBO-beker won (te vergelijken met de Amstelcup bij het voetballen, maar dan op regionaal niveau). Dit artikel haalde, na enig aandringen van mijn kant, de diverse streekbladen (dit stukje werd in het personeelsblad gevolgd door het verslag van de bekerstrijd, dat ik al in mijn bijdragen van 3 en 5 juli heb geplaatst, toevoeging Albert). De winst in deze wedstrijd was een mooie prestatie van de club!
Zowel dat verslag, als dit stukje zijn op papier gezet door

Albert Prins.

maandag, juli 10, 2006


Opgave 7. Geen inleidend verhaal dit keer. Simpelweg: wit speelt en wint! De oplossing van de opgaven 7 en 8 (komt een dezer dagen) zoals gebruikelijk aanstaand weekend.

zondag, juli 09, 2006

Schakers hebben het niet altijd even gemakkelijk; het komt vaak voor dat hun passie door het thuisfront niet wordt gedeeld. Iedere schaakliefhebber kan zich hierbij wel iets voorstellen.
Ter illustratie een column van mijn vrouw. Zij schrijft als freelancer voor een regionale krant, over uiteenlopende onderwerpen met als favoriet haar tuinrubriek.


In míjn tuin …
… mag je misschien perfectie verwachten. Maandelijks schrijf ik mijn lezers voor wat te doen en wat te laten in de tuin. Dan zal ik het in mijn eigen tuin wel perfect voor elkaar hebben! Nou, nee. Niets menselijks is mij vreemd. Ik ben ongeduldig, te wild met de snoeischaar en ik blíjf maar planten aanslepen, waar allang geen plek meer voor is.
Als de vriend van onze dochter belt: “Komen jullie naar Amsterdam?”, wrijft mijn man zich de handen. We zijn nog niet op het Max Euweplein geweest, waar altijd wordt geschaakt en op de Haarlemmerdijk zit een schaakboekenwinkel en in de Kalverstraat heeft De Slegte een afdeling schaakboeken. “Ja, leuk!” Hij vergeet even dat het één tegen drie is: één schaakliefhebber tegenover drie tuinliefhebbers! En die willen naar het Muiderslot, met tuin, en naar Weesp: de Theetuin van Jacqueline van der Kloet. We sluiten een compromis: vóór het besproken etentje rinkelen we met de tram over de Overtoom tot aan het Max Euweplein en sjouwen dan richting


Max Euweplein in Amsterdam

Kalverstraat, pakken een terrasje en noteren rond winkelsluitingstijd de Haarlemmerdijk voor een andere keer, want de volgende dag is geheel gereserveerd voor tuinbezoek!
In de Theetuin kun je wel een paar uur doorbrengen. De tuin is aangelegd langs brede slingerende paden van heel fijn grind. Prachtige borders met buxusbeertjes en strakgesnoeide (meidoorn)bomen tussen rondgeknipte hagen. De ovale vijver, omsloten door een manshoge haag, is een stilteplek. Jacqueline van der Kloet legt de laatste hand aan een buxussculptuur en verdwijnt door een hekje met ‘privé’ erop: de tuin is nu voor de bezoekers. Tot in de puntjes verzorgd en een lust voor het oog: perfect! Royale plantengroepen hebben de ruimte; hier wordt niet gepropt zoals ík dat thuis doe. Langs een trap komen we op de hoge wal langs het water met doorkijkjes op Weesp en de jachthaven.

Theetuin mèt lapjeskat

Twee zwartgekopte schapen houden het gras kort en onze schaakliefhebber vermaakt zich met de lapjeskat.
Langs een tweede trap komen we weer in de tuin: voor koffie en gebak. In de hulst langs het terras wordt een pluizig staartmeesje gevoerd door zijn ouders. De plantenafdeling is niet groot, maar ik vergeet op slag de royale, niet gepropte plantengroepen en kies: één geranium ‘Lord Bute’, één sisyrinchiumpje (dat ik zonder wegwijzers in mijn tuin vast nooit meer terugvind) en, alvast voor de kerstversiering, een lampionplant die met zijn knaloranje lampionnen niet past in mijn kleurenschema. Maar als we ’s avonds naar huis rijden, ben ik als altijd blij met de nieuwe aanwinsten, voor mijn verre van perfecte tuin!

Mimi Prins
-45- EEN PERFECTE TUIN
BuurContact nr. 07, 7 juli 2006

zaterdag, juli 08, 2006

De oplossingen van de opgaven 5 en 6
(van 3 en 6 juli)
Opgave 5. Zoals eerder meegedeeld betreft het hier een gecomponeerde opgave en wel van de Perzische dichter (en een beetje schaker kennelijk) Mansur, beter bekend als Firdausi (bij de liefhebbers dan), uit de 10e eeuw! Wit is aan zet; hij staat weliswaar een toren voor, maar hij dreigt mat gezet te worden (Th8) en ook zijn toren op c5 staat in, zodat hij die op zijn minst verliest, wanneer hij het mat voorkomt.
Toch is pareren van beide dreigingen mogelijk: 1. Th5! De rollen zijn omgekeerd en zwart hangt nu zelf de ondergang boven het hoofd met 2.Ta6 mat! Bovendien staat de zwarte toren op h1 in. Dus: 1. ... Txh5 is gedwongen , maar nu volgt: 2. Ta6+, gevold door Ta5+, wanneer de koning gedwongen op c5, d5 of e5 gaat staan, gevolgd door 3. Txh5 en wint.


Opgave 6. Frits van Seters meldt in zijn Les Olympiades des échecs, 1927-1974 uit 1976, met de ondertitel 100 grandes parties expliqueées aux amateurs (dat is natuurlijk precies wat we moeten hebben!) dat (ik vertaal nu even): Franse overwinningen op grootmeesters zeldzaam zijn. Dat mag in zijn tijd zo geweest zijn, daarna is het met het Franse schaak natuurlijk naar een hoger plan gegaan (evenals in verschillende andere landen trouwens, waaronder Nederland) wat heeft geleid tot een Frans team bij de afgelopen Olympiade in Turijn, met schakers als Bacrot en Lautier. Frankrijk is daar zevende geworden (Nederland twaalfde). Maar goed, in 1974 was de grootmeester-scalp voor de Fransen een witte raaf, om deze wonderlijke beeldspraak maar eens te gebruiken en eindigde men nog op de 28e plaats! Het betreft hier de Olympiade in Nice, waar Timman bijvoorbeeld zo uitstekend voor de dag kwam.
Het is de vierde ronde van de voorgroepen, waarin Frankrijk speelt tegen Bulgarije. Aan het 1e bord zitten tegenover elkaar de Bulgaarse grootmeester Radulov (wit) en de Fransman Maclès. Onder het tevreden kopje grootmeesters vergissen zich ook wel eens, vertelt Van Seters dat wit (bovenstaande stelling) de zwarte pion d6 neemt: 1. T(d2)xd6? De zwarte loper is immers gepend? Dat blijkt mee te vallen. Er volgt 1. ... Txf1!! 2. Txf1 (na 2. Kxf1 Tf8+ verliest wit of Td6, of de dame. Bijvoorbeeld A. 3. Kg1 Lh2+! 4. Kxh2 Dxe2, of B. 3. Ke1 Lg3+ 4. Kd2 Dxd6+ enz.) 2. ... Dxd6 en zwart heeft een stuk gewonnen. Er volgde nog: 5. Td1 Ta1 6. Txa1 Lxa1 7. c5 (met o.a. nog de dreiging Da2+ en winst van La1) 7. ... Ld4+ 8. Kh1 bxc5 en wit gaf op. Frankrijk won door deze zege met 2,5-1,5.

donderdag, juli 06, 2006

Ten Boer in KNSB-beker

In de post van 5 juli (gisteren, nog niet zo erg lang geleden), kondigde ik aan, naar aanleiding van het winnen door SC Ten Boer van de NOSBO-beker (in 2002 wel te verstaan), dat ik ook nog kond zou doen van onze eerste wankele schreden in de landelijke bekerstrijd.

Destijds verschenen mijn indrukken van die avond al op de website van onze club, maar ik kon ze daar nu helaas niet meer terug vinden. Onze webmaster is kennelijk aan het 'ruimen' geslagen, daarbij niet gekweld door passie voor archieven. Daarom rest mij niet anders dan hier mijn impressies uit het blote hoofd weer te geven, drie en half jaar na dato: maar ik doe het graag, zij het kort.

Op dinsdag 26 november 2002, omstreeks 19.30 uur, betraden Tom Bottema, Arnth van Tuinen, Gert Pijl en Paul Rump, allen lid van SOPSWEPS ’29 het pand van ’t Buurhoes, waar Schaakclub Ten Boer speelt. Na een avontuurlijke autoreis hadden ze ons optrekje weten te vinden. Ze waren gekleed in identieke shirts, met wervende opschriften (al ben ik de strekking even vergeten, misschien alleen de naam van hun club, maar dat bracht ons al lichtelijk van slag). SOPSWEPS staat voor Samen Op Pad Spelen Wij Een Potje Schaak, terwijl 29 niet het oprichtingsjaar voorstelt maar een datum(!)

Het werd een gezellige en (voor zover mogelijk) ontspannen avond, waarbij SOPSWEPS er overigens wel voor zorgde met de buit aan de haal te gaan. Nadat de stand omstreeks 22.30 uur nog 1-1 was, door twee remises, trokken onze bezoekers uiteindelijk met 3-1 aan het langste eind, door twee overwinningen, die hun beslag vonden tussen 11.00 en 11.15 uur, wat uiteindelijk niet onverdiend was en aanvaardden, na nog een door ons aangeboden (als ik me niet vergis) consumptie achterover te hebben geslagen, welgemoed in de duisternis, voor weer een lange reis westwaarts. Dat ik die tijdstippen zo goed weet komt niet door mijn opmerkelijke geheugen, maar door de documentatie die SOPSWEPS mij later zo vriendelijk was toe te sturen. Hier maak ik ook graag gebruik van bij het plaatsen van de partijen!

Het was voor Ten Boer een aardige ervaring geweest, deze kennismaking met het landelijke schaak. Een regelmatige terugkerende ervaring zal het wel niet worden, ben ik bang!

Hier dan de partijen (klik op de foto):

Opgave 6. Na een gecomponeerde schaakopgave (opgave 5), nu weer terug naar voorbeelden uit de wedstrijdpraktijk. In bovenstaande stelling heeft wit een zwarte pion geslagen door het spelen van 1. Txd6? Hoe wint zwart? Oplossingen van de opgaven 5 (van 3 juli) en 6 aanstaand weekend!

woensdag, juli 05, 2006

Het winnen van de NOSBO-beker (1)(seizoen 2002-2002)





NOSBO-BEKER (2)
(vervolg van 3 juli jl.)

Inderdaad wist hij zich via een krachtige opmars van pionnen al meteen na de openingsfase een zeer kansrijke stelling te verschaffen. In feite kon Hondema zelfs niet veel beginnen en moest zich met kleine verdedigende zetjes op de been houden. Het komt er dan op aan om op het goede moment de stelling van de tegenstander open te breken en dat lukte Klaas ook. In de tijdnoodfase vlogen de stukken vervolgens over het bord.
Toen de rookwolken waren opgetrokken, bewoog een kleine, maar o zo vrije a-pion zich langzaam maar zeker richting promotieveld (hier schiet de enigszins belezen schaker meteen het eerbetoon van Jan Hein Donner aan de a-pion te binnen). Hondema zag een en ander met lede ogen aan en feliciteerde Klaas vervolgens met de overwinning. Ten Boer was met deze 2,5-1,5 winst winnaar van de beker! De bekerwinst krijgt nog meer glans als wordt bedacht dat de Ten Boersters nog verwikkeld zijn in de strijd om handhaving in de 1e klasse. Er werd dit seizoen nog maar één wedstrijd gewonnen. (Dat handhaven is toen overigens gelukt, met een gedenkwaardige overwinning in de laatste ronde op Lewenborg II, dat zo nog het kampioenschap miste. Toevoeging Albert).
Na al deze vreugde is nu het wachten op de eerste ronde in het volgende stadium: de strijd in de landelijke bekercompetitie. Het zal er daarin voor Ten Boer niet makkelijker op worden, om de eenvoudige reden dat de tegenstanders dan weer sterker zullen zijn, maar het mooie succes van het winnen van de NOSBO-beker kan de club in ieder geval niet meer worden afgenomen.

Albert Prins, juni 2002.
Uit deze ontmoeting mijn eigen partij, waarmee het eerste halve punt werd binnengehaald.

Wit: M. de Vrieze (2047)- A. Prins (1691)
(19 maart 2002)

1. e4 d5 2. exd5 Dxd5 3. Pc3 Da5 4. d4 Pf6 5. Pf3 c6 6. Le2 Lf5 7. Ld2 e6 8. 0-0 Pbd7 9. Pb1 Dc7 10. c4 (de 9e, 10e en 11e zet vormen naar mijn idee een niet alledaagse manoeuvre in het Scandinavisch) 10. ... h6 (misschien niet nodig) 11. Pc3 Le7 12. Tc1 0-0 13. h3 Pe4 14. Le3 Lf6 15. Pxe4 Lxe4 16. Pd2 Lg6 17. Lf3 Pb6 18. b3 Tfd8 19. De2? Lxd4 20. Lxd4 Txd4 21. Pe4 De5 22. Tfe1 Tad8 en het remisevoorstel van zwart werd na rijp beraad aangenomen (½-½).


Van de in het einde van bovenstaand verslag aangekondigde eerste (en voor Ten Boer overigens ook de laatste) ronde van de strijd om de landelijke beker, tegen SOPSWEPS '29, wordt binnenkort een verslagje opgenomen, verlucht met partijmateriaal.

dinsdag, juli 04, 2006

In deze post even van het (min of meer verre) verleden van SC Ten Boer naar het zeer recente verleden. Ik laat onze clubkampioen Roelof Kroon aan het woord betreffende zijn meedoen, op zaterdag 1 juli jl., aan een massakamp tussen de Friese SchaakBond en de NOSBO:

"Ik heb zaterdag meegedaan met de massakamp tussen de FSB en de NOSBO. Nou ja massakamp.... Het betrof slechts 6 teams van elke bond met 4 spelers. Dus in totaal 24 spelers van de NOSBO en 24 spelers van de FSB. Drie jeugdteams, een bestuursteam, een team met senioren en een team van clubkampioenen.
De kamp was in Friesland, in Scharnegoutum. Voor mij een moeilijke wedstrijd, want moest ik nou wel of niet van de mensen van mijn geboortegrond (heitelân) winnen. Vergelijk het met een partij tegen je bloedeigen broer!? Uiteindelijk won de NOSBO dik met 66-30 (4 rapidpartijen van 25 minuten). Vooral de jeugd hield huis.
Maar ook bij de clubkampioenen lieten we een verrassend overwicht zien: we wonnen met 11-5. Toch wel goed als je bedenkt dat Migchiel de Jong en de FSB kampioen Jippe Kamstra meededen bij de Friezen. Ik speelde tot mijn verrassing vrij goed. Ik ben sinds april behoorlijk uit vorm en het oefenen de avond tevoren op internet leverde alleen maar 0-en op.

Een aardig fragment en een miniatuurtje:




Kamstra (wit) - Kroon (zwart). Wit speelde hier 1. b3? Zwart won geforceerd met: 1. ... Pxe3 2. Dxe3 Dxd4 3. Dxd4 Pxf3+ 4. Kf2? Pxd4 5. Thd1 Lc5 6. b4 Lb6 7. Kg3 Tc8! 8. Td3 Txc3 en wit gaf op.

Cornelissen-Kroon
1. e4 c5 2. c3 Pf6 3. e5 Pd5 4. d4 cxd4 5. cxd4 Pc6 6. Pf3 d6 7. Lc4 Pb6 8. Lb5 Ld7 9. 0-0 (9. exd6 e6 kan ik niet goed inschatten) 9. ... dxe5 10. dxe5 Pxe5? (ik weet niet of het kan) 11. Pxe5 Lxb5 12. Dh5 (12. Df3 Dd5; 12. Db3 Dd5) 12. g6 13. Pxg6 Dd3 (13. hxg6 14. Dxh8 Lxf1 is zeer onduidelijk) 14. Dxb5?? (opeens zag ik een mooi offer voor wit: 14. Te1 fxg6 15. De5! Tg8 en zwart staat volledig vast geparkeerd. Wit kan zijn damevleugel ontwikkelen en vervolgens op e7 of de damevleugel toeslaan, bijv. 16. Lg5 0-0-0 17. Pa3 of 17. Lf4) 14. ... Dxb5 15. Pxh8 Lg7 16. Pc3 Dc6 en wit gaf op.

maandag, juli 03, 2006

Het winnen van de NOSBO-beker (1)(seizoen 2001-2002)

NOSBO-BEKER
Het zomerseizoen dat nu bij alle schaakclubs in volle gang is, biedt de samenstellers van schaakweblogs natuurlijk alle gelegenheid om weer eens even terug te gaan in de geschiedenis van hun club. Zeker als je net met je weblog bent begonnen, is dat verleidelijk, als je tenminste bestand bent tegen het werken met de computer bij de 'tropische' temperaturen, zoals die nu in Nederland momenteel heersen.
In 2002 vond in het bestaan van SC Ten Boer een absoluut hoogtepunt plaats, namelijk het winnen van de NOSBO-beker, de hoofdprijs in de regionale bekercompetitie. Op bijgaand begin van een toenmalig krantenartikel van mij is te zien van welke clubs we, soms moeizaam, hadden gewonnen. Op 19 maart 2002 was het dan zover: de finale tegen het sterk favoriete team van Unitas. Vergelijking van de diverse ratings deed enigszins pijn aan de ogen (in ons nadeel) en betekende voor Ten Boer een somber perspectief. Maar, o wonder, wat gebeurt?


Ten Boer (1812)
-
Unitas (2009)
:
2,5-1,5
1.
R.Kroon (2025)
-
H.Bosveld (2011)
:
0-1
2.
K.Dijkhuizen (1905)
-
P.Hondema (2071)
:
1-0
3.
A.Prins (1691)
-
M.de Vrieze (2047)
:
0,5-0,5
4.
J.Pilon (1625)
-
F.Vermeulen (1906)
:
1-0

Zelfs de nederlaag van Roelof Kroon, toch iemand die zelden verliest, kon deze avond de uitslag niet beïnvloeden. De lezer heeft, zoals gezegd, het begin van het artikel dat ik aan deze happening wijdde, hierboven al gezien. Hier volgt het restant:

Ten Boer, met Roelof Kroon, Klaas Dijkhuizen, Albert Prins en Jan Pilon, moest het gaan opnemen tegen een, op papier althans, aanzienlijk sterker team, de heren Bosveld, Hondema, De Vrieze en Vermeulen. Het werd een avond om niet snel te vergeten. Na zo'n anderhalf uur bood Prins zijn tegenstander remise aan. Hij stond toen een pion voor en had had een uitstekende stelling. Dat maakte dat het voorstel na een half uur denken alsnog werd aangenomen; een heel belangrijke remise, zoals later zou blijken. Aan het eerste bord waren de zaken wat minder florissant. Juist toen Roelof Kroon ogenschijnlijk een gewonnen stelling had bereikt, bleek zijn tegenstander nog net een voldoende verdediging te hebben en daarna zelf gewonnen te staan, dankzij twee sterke vrijpionnen. Ten Boer stond toen dus achter met 1,5-0,5 en het zag er op dat moment niet vrolijk uit. De beide overige partijen moesten toen immers worden gewonnen. Maar zie wat er geschiedde...

Jan Pilon wist aan bord 4 in tijdnood het hoofd boven water te houden, vooral toen zijn tegenstander Vermeulen, na met veel geluidsvolume een paar pionnen te hebben geslagen, even later enkele forse fouten maakte, die hem via een kleine combinatie de dame kostten. Berustend reikte hij Pilon de hand. De stand was gelijk: 1,5-1,5. Dat betekende dat de partij van Klaas Dijkhuizen de doorslag zou geven. Deze had, om klaarheid in de verhoudingen te scheppen, vóór de partij zijn tegenstander Hondema al toegevoegd dat hij (Dijkhuizen) nog iets goed te maken had vanwege een verloren partij van zo'n 20 jaar geleden... Het was dus toen al duidelijk dat het niet zomaar remise zou worden.
(wordt vervolgd)


Opgave 5. Ik geef bij schaakopgaven verreweg de voorkeur aan stellingen die in de wedstrijdpraktijk zijn voorgekomen. Gecomponeerde schaakproblemen kunnen snel iets gekunstelds krijgen. Een probleem waarbij de velden b2 tot en met b7 door pionnen zijn bezet, ik weet het niet....


Deze opgave vind ik ondanks dat wel aardig. Ik trof hem aan in Not only chess, van Gerald Abrahams (1974). Zwart staan weliswaar een toren achter, maar dreigt mat te geven. Ook toren c5 staat in. Remise voor zwart lijkt dus onvermijdelijk. Toch kan wit (aan zet) winnen. Hoe?
De oplossingen van 5 en 6 (komt een dezer dagen) aanstaand weekend.

zondag, juli 02, 2006

SCHAAMTELOZE SCHAAK(B)LOGS

Enkele dagen nadat ik min of meer schoorvoetend een begin maakte met mijn schaakblog, viel het juninummer van Schaakmagazine op de mat. Laat hier nou (p. 23-24) een artikel in staan, getiteld De doorbraak van de schaakblog. Hierin passeren behalve het bloggen in het algemeen, de weblogs van professional Reinderman, fotograaf Agterdenbos en van amateur Michaud de revue. Van Peter Doggers weet ik niet precies de status, als het om amateur/professional gaat, maar ook hij komt uitvoerig ter sprake.

Vooral het gedeelte ups en downs van een schaakamateur sprak me aan.
Majnu Michaud geeft daar zijn opvattingen over het amateurschaak en heeft het over zijn weblog www.majnu.blogspot.com (ziet er fraai uit) en hij schrijft over het brengen van zowel positieve als negatieve ervaringen. Precies wat ik zelf ook van plan ben te gaan doen, zij het op een misschien nog wat amateuristischer manier,maar het zou best kunnen dat zelfs daar behoefte aan is. Het lijkt mij in ieder geval niet onwaarschijnlijk.

Houdt dat in dat de "schaamte om eigen tekortkomingen op schaakgebied te tonen" waar Michaud het over heeft als het over amateurs gaat, bij mij nog groter is?
Ik beloof dat ik, voor zover daar sprake van is (of zal zijn), mijn best zal doen me daar overheen te zetten en onbekommerd te werk te gaan, daarbij steunend op Vergilius, die immers laat weten:
Si parva licet componere magnis, ofwel: als het geoorloofd is het kleine met grote te vergelijken.


SUPERIEUR SCHAAK (2)
(vervolg van 29 juni)





Na her en der onze kleren te drogen te hebben gehangen, probeerden we vervolgens de slaap te vatten. Wat volgde was echter (van mijn kant in ieder geval) een vrijwel slapeloze nacht, vol met opmerkelijke geluiden uit zowel het hotel als uit de omgeving van het hotel. Op een gegeven moment hoorde ik een deur opengaan en scheen er licht naar binnen. In eerste instantie dacht ik dat het de deur naar de gang was en dat we met een insluiper te maken hadden, maar toen besefte ik dat het slechts Erik was die zonder licht aan te doen in het stikdonker het toilet trachtte te bereiken. Een kleine geruststelling…… Wel voelde ik me genoodzaakt, toen enige tijd later bij mij de nood hoog was, om eveneens in het donker naar de plaats van verlossing te strompelen. Op het moment dat ik op de rand van mijn bed ging zitten, voelde ik een flinke duizeligheid en het stand-by lampje van de tv kwam me voor als tien afzonderlijke lichtpunten. Eenmaal teruggekeerd van mijn kleine expeditie merkte ik dat steeds wanneer ik op mijn “inslaapzijde” ging liggen, ik het gevoel had dat het bed naar die kant naar beneden afliep, wat waarschijnlijk toch niet echt het geval was.
Enfin, ook die nacht was op een gegeven moment ten einde en om 7.00 uur rinkelde er een telefoon om ons te wekken, waar we nota bene zelf om hadden gevraagd. Na een douche die er toe leidde dat we ons iets beter voelden, togen we richting ontbijt.
Ik voelde me op dat moment of ik drie weken bergbeklimmen achter de rug had; over Erik’s toestand op dat moment durf ik geen uitspraak te doen.
Desalniettemin zat het duo Eefting/Prins na een uitstekend ontbijt als een van de eerste liefhebbers in de bus die ons naar de Uithof zou brengen. We arriveerden om ca. 9.15 uur bij sportcentrum Olympos, waar de meeste activiteiten waren gepland; alleen de denksporters moesten uiteraard nog 10 minuutjes lopen.
Ter plekke aangekomen bleek ons dat het aantal van tien deelnemende instellingen (van de oorspronkelijke twaalf) inmiddels tot acht was gereduceerd. Ook Tilburg en Leiden hadden gemeend de pijp aan Maarten te moeten geven. Er moesten dus zeven ronden worden afgehandeld.

Even na 9.30 uur begon het schaken dan eindelijk. We hadden nog steeds geen flauw idee van de sterkte van onze tegenstanders, maar in de confrontatie met Wageningen kwamen we daar meteen achter. Eriks rating (hij speelt al enkele jaren niet meer bij een club) schat ik op ergens tussen de 1500 en 1600 en die van mijzelf is 1780. (Een rating is een getal dat om en nabij je sterkte aangeeft: beginners hebben zo’n 900-1000, schaakmeesters zitten ergens bij de 2300-2400 en grootmeesters 2400-2700, dit even ter oriёntatie). Erik verloor zijn eerste partij. Ik ook, zij het dat ik aanvankelijk een winststelling op het bord had, maar voor een en ander te veel tijd gebruikte, zodat ik later in vliegende tijdnood “door de vlag ging”, zoals dat heet.
In dit toernooi had iedere speler steeds tien minuten voor de hele partij, dus echt nadenken is er niet bij. Later vernam ik dat mijn tegenstander een rating van 2225 had. Ja, zo kan ik het ook….
In de loop van de volgende ronden bleek dat de andere teams stuk voor stuk eigenlijk te sterk voor ons waren. Tegen Amsterdam hadden we kunnen winnen toen Erik ons enige (!) winstpunt liet noteren (bravo) en ik weer eens op winst stond. Maar ja, weer teveel tijd gebruikt en uiteindelijk in nog steeds gewonnen stelling…. was de tijd op en weer een 0 erbij. En zo ging het maar door. In de op een na laatste ronde (tegen Rotterdam) speelde ik tegen Desirée Hamelink, een van de sterkste vrouwen van Nederland (2218), die kort daarvoor nog grootmeester Tiviakov in een of ander toernooi pardoes mat had gezet. Ik vroeg haar hoe die daarop reageerde. Hij was zonder boe of ba weggelopen…. Zo kan dat soms gaan in de hogere regionen, in de lagere trouwens ook. Gelukkig zag ik kans iets sportiever te reageren toen ik van haar had verloren, want dat deed ik natuurlijk weer, zij het dat het best een spannende partij was, die in het late (dame!)eindspel werd beslist. In de laatste ronde (Open Universiteit – Heerlen) verloren we weer gewoontegetrouw met 2-0 en was de klus geklaard.
Het toernooitje eindigde met een overwinning van Twente, met, als ik me niet vergis, Utrecht en Wageningen op de tweede en derde plaats. Wijzelf werden terecht onderaan gezet met, zoals vermeld, slechts Eriks eenzame (maar o zo mooie) winstpartij. Gezien de krachtsverhoudingen was tegen die uitslag weinig in te brengen. Ik ben in de loop van zo’n veertig jaar van drie schaakclubs lid geweest en van alledrie ook enkele keren kampioen geworden (al zeg ik het zelf) maar dit machtsvertoon was me teveel.

Meermalen kwam dan ook in de loop van die dag de uitspraak van baron Pierre (zeg maar Piet) de Coubertin, dat meedoen belangrijker is dan winnen, bij ons boven.
Na dit sportieve gebeuren hadden we nog kunnen genieten van een “after sports party” en van een al of niet lopend buffet en na 20.00 uur nog van een feestavond, ondersteund door de muzikale formatie Push. We hadden echter al eerder besloten (en dat de autoriteiten laten weten) dat we dat allemaal niet zouden afwachten en eerder zouden vertrekken.
Naarmate trouwens in de loop van de dag de voor ons negatieve uitslagen zich aaneenregen en we vanuit het schaaklokaaltje de ene bus na de andere richting station hadden zien vertrekken, was bij ons het onstuitbaar verlangen om in een ervan plaats te nemen alleen maar toegenomen. De “ontberingen” van de vorige dag en de weinige nachtrust deden de rest en zo lieten Erik en ik, na uitvoerige groeten en bedankjes aan de wedstrijdleiders, ons met de bus naar Utrecht CS en vervolgens met de intercity van 15.22 van Utrecht naar Groningen vervoeren.
Daar stond mijn vrouw ons al op te wachten. In de Prof. Rankestraat namen we afscheid van Erik en vervolgden onze weg naar Ten Boer: thuis!

We hadden twee gedenkwaardige dagen achter de rug, waarin in ieder geval “ons natje en droogje”, om deze ijselijke uitdrukking maar eens te gebruiken, goed verzorgd waren en wat het schaken betreft: nu maar weer eens naar Schaakclub Ten Boer, waar ik dit seizoen toch maar weer in de prijzen ben gevallen. Dat dan weer wel!

Albert Prins.


zaterdag, juli 01, 2006

HET LONDENS SYSTEEM

Ik heb het enige tijd weten uit te stellen, maar nu is toch het moment daar: beginnen met het op het weblog zetten van mijn eigen partijen. Zonder nu te willen stellen dat dat het ultieme doel is van een schaakweblog, geeft het natuurlijk wel een aparte dimensie aan een en ander.
Je komt dan voor een keuze te staan: wordt het puur een 'best games of' (voor zover aanwezig) of probeer je je een beetje rustiger op te stellen en geef je ook remises en partijen die je hebt verloren? Ik zal het laatste nastreven, maar laat ik dan toch maar met winst beginnen... (!)
Ik ben een vurig aanhanger van het zg. Londens systeem, een (in schijn) zeer rustige partijopzet (door wit) met d4/Pf3/Lf4/e3/Ld3/Pbd2/c3 enz., of iets dat daar op lijkt. Het is al een oud openingssysteem en er bestaan diverse boeken over. Verschillende titels heb ik ook in mijn bezit, zoals van Heribert Franke: Damenbauerspiele (1983), Andrew Soltis: The London system (1993) en last but not least, van Sverre Johnsen en Vlatko Kovacevic: Win with the London system (2005). Een pretentieuze titel, zoals dat tegenwoordig gebruikelijk is, maar een heel mooi boek.
Laatstgenoemde auteurs prijzen de opening aan met de woorden: "perennial favourite of club players, as it is a very sound and solid system with a real practical sting."
Dat is nu juist wat menig schaker in twijfel trekt. Men vindt de opening maar niet-avontuurlijk, om niet het woord 'saai' te gebruiken.
Hoe dan ook, ik vind het zelf een heel fraai openingssysteem en ik denk ook dat ik het in de toekomst nog vaak zal spelen.

Aan de basis van Londens systeem liggen drie varianten, al naar gelang zwarts tegenspel:

A. 1. d4 d5 2. Pf3 Pf6 3. Lf4 (noem het de Damegambiet benadering)
B. 1. d4 Pf6 2. Pf3 e6 3. Lf4 (Dame-Indische benadering)
C. 1. d4 Pf6 2. Pf3 g6 3. Lf4 (Konings-Indische en Grünfeld-Indische benadering)

De opzet van de witspeler is om vanuit een stabiele stelling tot aanval te komen, meestal op de koningsvleugel. Dat eerst opbouwen van een veilige stelling, om van daaruit de aanvallende mogelijkheden te verkennen, is juist hetgeen waar de tegenstanders zich aan storen. Tot saai spel hoeft het Londens systeem echter helemaal niet te leiden: het komt nog al eens voor dat wit in zeer korte tijd agressief kan worden (en wie wil dat nou niet!)


Hier een van mijn partijen, gespeeld in NOSBO-competitie, seizoen 2004-2005, om precies te zijn op 11 november 2004, 1e klasse A, uit de wedstrijd HSP (Hoogezand) -Ten Boer, die HSP overigens met 4,5-3,5 won.



Wit: A. Prins (1758) - Zwart: J.Havinga (1735)

1. d4 Pf6 2. Pf3 e6 3. Lf4 b6 (variant B dus) 4. e3 Lb7 5. Ld3 c5 6. c3 (de karakteristieke witte Londense formatie staat al op het bord) 6. ... Pc6 7. Pbd2 Ph5 voor deze zet hoeft wit doorgaans niet bang te zijn, omdat na afruil de open h-lijn vaak in zijn voordeel werkt) 8. Lg3 cxd4 (ook deze tussenzet is niet verontrustend) 9. exd4 Pxg3 10. hxg3 d5 11. De2 Dc7 12. Lb5 (af en toe kan de witte koningsloper op b5 uitstekende diensten verrichten om de druk van wit op veld e5 te versterken) 12. ... a6 (wit heeft geen bezwaar tegen afruil van zijn in dit syteem vaak sterke loper, om de hiervoor vermelde reden) 13. Lxc6+ Lxc6 14. Pe5! Lb5 (zwart verwaarloost de ontwikkeling van loper f8 nu wel erg lang) 15. Dg4 g6 16. f4 h5 17. Df3 (daar wilde de witte dame toch al heen om plaats te maken voor de g-pion, vaak kan deze pion een 'doorstoot'-rol vervullen) 17. ... Le7 (eindelijk; op 17. ... Lg7 is, net als later in de partij, Kf2/Th2/Tah1 sterk) 18. g4! h4 19. g5 (onderbreekt de zwarte loperdiagonaal) 19. ... Kf8 (pion f7 moet gedekt blijven) 20. Dg4 Kg7 21. Kf2!

De stand na 21. Kf2!


(natuurlijk niet meteen 21. Txh4 Txh4 22. Dxh4 Th8! en de bakens zijn verzet!) 21. ... a5 (zwart probeert nog iets op de damevleugel) 22. Th2 a4 23. a3 (stopt de zwarte actie) 23. ... Tac8 24. Tah1 Ld6 25. Txh4 Lxe5 (deze afruil had dus via Lg7 eerder gekund) 26. fxe5 Ld3? (ziet iets over het hoofd) 27. Txh8 Txh8 28. Txh8 Kxh8 29. Dh3+ en zwart gaf op (1-0)