zaterdag, mei 18, 2013

Opgave 270 + PAARD



In bovenstaande stelling sloeg de witspeler toe en dwong zijn tegenstander in enkele zetten tot opgeven. Hoe ging het verder?


Stuur je antwoord uiterlijk vrijdag 24 mei naar Alberts SchaakBlog! In het weekend van 25 en 26 mei volgen
dan de oplossing, partijdetails en ontvangen reacties.

Opsturen gaat het makkelijkst op de volgende manier:

1) Klik op 'comments' (rechts onder deze post); dan de oplossing intikken bij 'laat een reactie achter' met vermelding van je eigen naam (meteen onder de tekst).

2) Woordverificatie (gegeven woord overnemen in kadertje).

3) Kies een identiteit: overslaan.

4) Klik onderaan op 'anoniem' en je antwoord is 'in principe' geplaatst.


TERZIJDE:


PAARD (voor één keer geen schaak-!)

Enige tijd geleden kwam het 'paardenvleesschandaal' naar buiten: paardenvlees werd (en wordt ongetwijfeld nog steeds) verkocht voor rundvlees en bovendien voor de prijs van rundvlees die zoals bekend, aanzienlijk hoger is.
Ook was (is?) het vlees verwerkt in veel produkten, waar toch echt niet op vermeld stond dat het hier om paardenvlees handelde.

Steakhouse Piet de Leeuw in Amsterdam kwam uitvoerig in het nieuws omdat daar jaar in, jaar uit paardenvlees als runderbiefstuk werd verkocht. Na krachtige ontkenningen dat zulks het geval was heeft Piet kennelijk eieren voor zijn geld gekozen en vermeldt nu paardenhaas naast ossenhaas op de kaart. “Maar ossenhaas wordt bijna niet besteld”, is het motto. Ook de advocaat (wonderlijk beroep, dat kennelijk voor een belangrijk deel bestaat uit het maken van irrelevante opmerkingen!) van Piet laat weten dat de ossenhaas bijna geen aftrek vindt. Deze opmerkingen raken natuurlijk kant noch wal. Vooral van een advocaat zou je eigenlijk een iets intelligentere uitspraak mogen verwachten. Een ijzersterke opmerking van Piet was ook nog: ”De mensen vonden het toch lekker?”


Maar daar blijft het helaas niet bij. In het Volkskrant Magazine van vandaag, zaterdag 18 mei, staat op pagina 9 een kleine bijdrage van 'kookboekenschrijver en restauranthouder' Yvette van Boven.

Ook bij Yvette laten gezond verstand en gevoel voor logica het behoorlijk afweten, te oordelen naar haar volgende uitlatingen:

“Als er vroeger bij ons thuis iets te vieren was, haalde mijn Limburgse vader paardenbiefstukjes bij de paardenslager (Albert: niet bij de boekhandel?). Groot was daarom mijn verbazing over de verontwaardiging van velen over het eten van paardenvlees. De ophef bleek ook te gaan over de, voor de mens gevaarlijke geneesmiddelen die buitenlandse paarden ingespoten zouden krijgen. Dat buitenlandse vlees zit verkleed als rund of varken in allerlei kant-en-klaartroep die je volgens mij sowieso niet moet eten, maar enfin”.

Tot zover Yvette. Het ingespoten zouden krijgen en kant-en-klaartroep zullen we even laten voor wat ze zijn (alsof dat inspuiten betwijfeld moet worden en of produkten waarin vlees verwerkt is, ineens troep moeten zijn). Ook het gebruik van het woord 'ophef' is veelzeggend.

Nee, waar het hier om gaat en wat Piet en Yvette niet kunnen bevatten en wat ook precies datgene is waar die 'ophef' betrekking op had, is:

1) het bedrog waarbij mensen in het restaurant iets werd voorgezet of in de winkel verkocht, dat ze niet hadden besteld en ook helemaal niet wilden hebben

2) het bedrog, waarmee grof geld werd verdiend,door een goedkoop produkt te laten doorgaan voor een veel duurder produkt.

O, wat vonden de mensen het lekker! Of ze het nu lekker vonden of niet: bedonderd werden ze in ieder geval dubbel en dwars! 
Maar dat is natuurlijk normaal. Waarom heb ik dat niet meteen bedacht? Waar maken mensen zich eigenlijk druk over?



1 opmerking:

Albert zei

Opgave 270

1e oplossing ontvangen (Klaas Dijkhuizen)