dinsdag, december 31, 2013

Een goed 2014!!




Alle schakers en niet-schakers: een voorspoedig


2014!!

maandag, december 30, 2013

Schaakfestival Groningen ten einde

...de op één na laatste ronde bij het Schaakfestival Groningen...

Het schaakfestival Groningen is afgelopen. Liefst 4x ben ik gaan kijken, kun je nagaan wat de deelnemers een kilometers in de benen of wielen hebben, zeker als je 9 ronden speelt, zoals menigeen deed.

Ook vandaag was ik ter plekke, zij het niet helemaal vrijwillig, want ik had gisteren bij de boekenstalletjes mijn fototoestel laten staan. Gelukkig had een eerlijke schaker het afgegeven en kon ik na achterlating van een fles wijn (dit wél vrijwillig) het kleinood weer meenemen.

Het toernooi was weer een enorm spektakel, met volop vreugde en verdriet en zelfs mocht ik gistermiddag een onvervalste oer(woud)kreet beluisteren, opgebouwd uit peilloos leed gecombineerd met onversneden woede. Onmiddellijk stroomde het volk uit alle windrichtingen toe (ramptoerisme), maar de rust werd gelukkig snel hersteld. 



Karpov wist de tweekamp met Timman met 2½-1½ te winnen. Bijna had ik zaterdag op mijn weblog gezet dat het me niet zou verwonderen als de 4e partij ook remise zou worden, evenals de voorgaande 3, maar we hadden buiten de sluwe Rus gerekend, die nog even wat kruit in reserve had gehouden. 
Toevoeging: vandaag (4 januari) las ik in de Volkskrant in de schaakcolumn van Gert Ligterink dat Timman op zaterdag (na zijn 3e partij tegen Karpov)  is gevallen en daarbij zijn hand gebroken heeft. Ligterink schrijft dat dat de concentratie van Timman de volgende dag geen goed zal hebben gedaan en dat is natuurlijk zo.

Ik geef even de toernooiresultaten van de clubleden van de SC Ten Boer, of anderszins aan de club gelieerde schakers:

Piet Beetsma: 6½ uit 9 in Open C (35 deelnemers), waar-mee hij 2e werd!! Een hele mooie prestatie.
Gerbrich Kroon (jeugdlid): 2 uit 5 in Compact D (36 deel-nemers), waarmee zij 24e werd.
Erwin Kok (gastlid uit Usquert): 2 uit 5 (Compact D), goed voor plaats 22.
Erick Erdtsieck (gastlid uit Usquert): 2½ uit 5 in Compact C; 17e plek (38 deelnemers).
Jan Pilon: 2 uit 5 in Compact C (39 deelnemers), waarmee hij als 30e eindigde.
Roelof Kroon (jeugdtrainer SC Ten Boer): 2½ uit 5 in Compact A (38 deelnemers), goed voor plaats 16.


...prima stelling van Piet (wit) in ronde 8...

...Erick (r) in ronde 4...





...Jan (met zwart) denkt na (ronde 4)...

       Gerbrich Kroon (rechts met blauwe trui) aan het werk. Rechts beneden
een verwoed schaker, die helaas net te laat was bij de inschrijving




Bij de simultaan in de Fraeylemaborg in Slochteren won Karpov 18 van zijn 20 partijen.










Hierboven twee opmerkelijke uitlatingen van Karpov. Ik (Albert) vind het zelf ook altijd heel vervelend als mijn tegenstanders zetten doen om niet onmiddellijk te verliezen. Als ik de dame van mijn tegenstander dreig te slaan zul je altijd zien dat het beste mens verplaatst wordt. Of men doet een andere flauwe zet...

Dat schakers die niet zo goed staan zich toch zo taai mogelijk verdedigen is verder ook heel hinderlijk: waarom geven ze niet gewoon op? Dan kunnen we weer iets zinnigs gaan doen!

Terzijde:

Tot mijn verrassing vond ik mezelf terug op een van de foto's van Harry Gielen, waarop ik sta toe te kijken bij de partij van Annelies van den Heuvel (en zo te zien eveneens bij de partij aan het aangrenzende bord!) Bien étonnés de se trouver ensemble! Vooruit, die foto kan er ook nog wel bij!  



Nog een supplement van Roelof:


Een fantastische prestatie van Piet. De laatste partij was zijn eerste partij tegen een Rus. Het werd een prachtig spektakel met wit die op de damevleugel aanviel en zwart op de koningsvleugel. Met een paar krachtige offers beslechtte Piet het pleit. 

Ook in de rest van het toernooi kwam Piet niet echt in gevaar, af en toe had hij meer verdiend dan een remise.

Van harte Piet, 
Roelof. 

zaterdag, december 28, 2013

Schaakfestival Groningen op 28 december



Vanmiddag ben ik met een geïnteresseerde buurman een kijkje gaan nemen in het Groninger Museum, bij de match
Timman-Karpov. Het was de 3e ronde, morgen is alweer de laatste partij. Er werd leuk commentaar gegeven door Hans Böhm. Uiteindelijk werd deze partij tussen de twee guests of honour van het Groninger schaakfestival, net als de twee eerste ontmoetingen trouwens, besloten met remise.






video

Een (te klein) fragment van wat we in het Groninger Museum meemaakten.

Hierna gingen we wat verder het museum in om het prach-tige schaakspel met levensgrote stukken vervaardigd door de Spaanse kunstenaar Jaime Hayon te bewonderen: The Tournament. Het maakt deel uit van de expositie Funtastico.





[Voor goed leesbare tekst 1-2x klikken]

Daarna nog even een kijkje genomen op het Zernike-terrein bij het grote toernooi. Een volle zaal met enkele honderden schakers was onze beloning.


We dronken een geurige kop thee en keken even bij de boeken. Jammer, alleen maar nieuwe boeken voor forse prijzen, die kun je in de winkel natuurlijk ook bestellen; het aardige van schaakwinkels als bijvoorbeeld Het Paard (zie 
elders op mijn weblog) in Amsterdam en natuurlijk ook www.schaakboek.nl is dat je daar ook veel tweedehands


boeken aantreft voor heel schappelijke bedragen. Verder waren we in de speelzaal getuige van een paar smartelijke partij-eindes (om met Wim Kan op oudejaarsavond te spreken: nee, we noemen geen namen, namen noemen we niet). Na voldoende sfeer geproefd te hebben togen we huiswaarts, waar een smakelijke borrel en dito nootjes op ons wachtten. Meedoen is spannend, maar niet meedoen kan heel ontspannend zijn!

Tussenstand schakers Ten Boer op schaakfestival


Roelof: 

Vandaag haalden de drie schakers en twee gastleden van de schaakclub Ten Boer goede resultaten bij het schaakfestival.

Piet speelt nog mee om de prijzen. Hij is nog ongeslagen met twee overwinningen en vijf remises. Vandaag kwam hij niet door de verdediging van Unitater Roel Broekman. Maar als hij de laatste twee ronden weet te winnen dan moet hij met een prijs naar huis kunnen gaan.

Jan had een valse start. Gisteren verloor hij na een puike partij. Een blunder gaf hem niet de verdiende winst, maar een nul. Vandaag wist hij remise te bereiken. Het schaken ziet er in elk geval goed uit, Jan!

In de Compact C wist Erick weer te winnen. Met 2,5 uit 3 staat hij op de gedeeld tweede plaats.

In Compact D spelen Erwin en Gerbrich. Gisteren won Erwin van Gerbrich na een leuke partij, waarvoor dank Erwin. Het was een geweldige ervaring voor Gerbrich. Vandaag was de strijd weergaloos. Erwin moest tot half 6 aan de bak. Helaas kon hij niet winnen, ondanks een betere stelling door subliem spel. Als laatste van groep Compact D was hij nog aan de gang. Gerbrich wist een zinderende partij tegen Daan de Vetten te winnen. Op het eind stonden vele liefhebbers toe te kijken hoe Gerbrich wist af te ruilen naar een gewonnen eindspel. Voor foto's: zie de site van onze schaakvrienden van de Paarden-sprong.

maandag, december 23, 2013

GP Schaakstad




Verslag van Roelof:

Vanmiddag weer een volle schaakmiddag bij het Groninger schaakfestival. Naast de reguliere schaakwedstrijden waar clubgenoot Piet Beetsma blijkt mee te spelen en gedeeld derde staat, liep ook onze blogger Albert rond. Ik heb hem niet gezien, want ik had het te druk met de GP die elk jaar wordt georganiseerd tijdens het festival. Maar liefst 11 schakers van Ten Boer deden mee. Het GP was dit jaar beter georganiseerd dan vorig jaar. Vooral doordat de bovenste drie groepen in een rustige zaal speelden, was het ook rustiger in de gymnastieklokaal waar de rest speelde.

In groep B speelden Robin en Gerbrich. Robin speelde goed en werd derde. Mooie overwinning op Brian Elsinga in de laatste ronde. Gerbrich had het moeilijker, speelde af en toe slordig. Maar soms ook heel mooi, zoals haar overwinning op Luca Petrelli.


Robin en Gerbrich in groep B

Abel is ook snel opgeklommen en speelde nu in groep C. Marlinde Waardenburg was hier heer een meester. Abel speelde redelijk met twee overwinningen op Willem Mooibroek en Tristan van Foreest.


Abel wint van klassementsleider Willem Mooibroek

In groep D speelde Daan meesterlijk. Hij gaat ontzettend snel vooruit. Met 7 uit 7 won hij de groep. Maar veel belangrijker: zijn tegenstanders hadden geen schijn van kans.


Daan overklast concurrentie

Groep E had weer twee Boerster schakers: Lemee en Remco. Remco begon niet zo goed, maar ging steeds beter draaien. In de laatste twee ronden was het lawaai toch te veel en verloor hij. Lemee verloor slechts een partij en werd eindelijk eens tweede. En nu geen 'saaie' kadobon (die ook heel leuk was) zoals in Sint Anne, maar een echte beker. Haar eerste tweede prijs: het voelt meer als een eerste prijs.


Lemée: eindelijk tweede!

Lindert speelt erg geïnspireerd de laatste tijd. Vandaag in groep F opnieuw. Slechts een keer ging het mis tegen Lyne Bruggink. Hij stond gewonnen met een dame en een stuk meer, maar hij reageerde net iets minder alert op een matdreiging, waardoor hij toch verloor. In de laatste ronde moest Lindert tegen Maurits Schoonhoven om de eerste plaats spelen. Hij verloor een stuk. Maar Lindert ging er nog eens goed voor zitten en won alsnog. Goed gedaan, een eerste prijs! Jarno begon met heel rustig spel,maar toen hij een keer te laat aan het bord verscheen ging het daarna mis. Hij begon te snel te spelen en verloor daardoor af en toe.

In groep G speelden Luuk en Martijn. Luuk begon met een remise tegen oud clubgenoot Hugo Timmer, won in de tweede ronde, maar verloor tot zijn schrik in de derde. Hij besloot hierna gewoon door te gaan met punten bij elkaar sprokkelen en zijn kansen af te wachten. Die kwamen, want Hugo verloor een partij en hierdoor kon Luuk alsnog eerste worden. Martijn begon met een overwinning, daarna verliep het toernooi stroef. Misschien iets rustiger spelen de volgende keer, Martijn?


Luuk en Hugo met Wouter Spoelman (2de op NK) en
Nick Maatman (jeugdkampioen van Nederland)

Mariette was onze debutant. Ze speelde heel goed, stond in meer dan drie partijen gewonnen. Ze moet echter nog wat oefenen met mat zetten. Daar gaan we aan werken de komende weken en dan kan ze heel ver komen. In elk geval wel een debuut dat beter verliep dan verwacht. En naar meer deelnames smaakt.


Debutante Mariëtte

Al met al vijf prijzen, waarvan drie eerste. Een mooi resultaat. We willen de organisatie erg bedanken voor het toernooi.

Verslag: Roelof Kroon
Foto's: Jantine Reinders en Roelof Kroon 

zondag, december 22, 2013

Een bijzonder boek over vissen, jagen en.....schaken!

Een bijzonder boek over vissen, jagen en... schaken: een combinatie die we niet elke dag tegenkomen. Ik ontdekte het werkje op http://www.gutenberg.org, een mooie bron voor (gratis) e-books over allerlei onderwerpen. De uitspraken en aanwijzingen op schaakgebied zijn hier en daar opmerkelijk en helemaal van deze tijd. Wat dat betreft is er sinds 1842 weinig of niets veranderd. Ook de conclusie is de moeite waard. 

De 1e uitgave verscheen in 1833. De meest recente dateert uit 2009.

Penn, Richard (1784-1863)

Maxims and Hints on Angling, Chess, Shooting, and Other Matters: also, Miseries of Fishing: with Wood-Cuts. - A New. Ed., Enl. - London: John Murray, 1842.



Maxims and Hints for a Chess Player

I.

WIN as often as you can, but never make any display of insulting joy on the occasion. When you cannot win--lose (though you may not like it) with good temper.

II.

If your adversary, after you have won a game, wishes to prove that you have done so in consequence of some fault of his rather than by your own good play, you need not enter into much argument on the subject, whilst he is explaining to the by-standers the mode by which he might have won the game, but did not.




III.

Nor need you make yourself uneasy if your adversary should console himself by pointing out a mode by which you might have won the game in a shorter and more masterly manner. Listen patiently to his explanation--it cannot prove that your way was not good enough. Tous les chemins sont bons qui mènent à la victoire.

IV.

When you are playing with an opponent whom you feel sure that you can master, do not insult him by saying that you consider him a stronger player than yourself,--but that perhaps particular circumstances may prevent him from playing with his usual force to-day, etc., etc. Men usually play as well as they can: they are glad when they win, and sorry when they lose.

V.

Sometimes--when, alas! you have lost the game--an unmerciful conqueror will insist on "murdering Pizarro all over again,"and glories in explaining how that your game was irretrievable after you had given a certain injudicious check with the queen, (the consequence of which, he says, that he immediately foresaw,) and that then, by a succession of very good moves on his part, he won easily. You must bear all this as well as you can, although it is certainly not fair to "preach'ee and flog'ee too."

VI.

A good player seldom complains that another is slow. He is glad to have the opportunity thus afforded to him of atten-tively considering the state of the game. Do not, therefore, be impatient when it is your adversary's turn to move. Take as much time as you require (and no more) when it is your own turn.

VII.

If, whilst you are playing, your adversary will talk about the state of the game, it is very provoking, but you cannot help it, and the pieces will give you ample revenge, if you can avail yourself of their power.

VIII.

If the by-standers talk, it is still more annoying: they always claim the merit of having foreseen every good move which is made, and they sometimes express great surprise at your not making a particular move; which, if you had made it, would probably have led to your speedily losing the game--before which time they would have walked away to another table.

IX.

Almost every moderate player thinks himself fully qualified to criticise the move by which a game has been lost.--Although, if he had himself been in the loser's place, he would, very probably, have been check-mated twenty moves sooner than the opportunity occurred for committing the particular mistake, which he thinks he should have avoided.

X.

Amongst good players, it is considered to be as much an indispensable condition of the game, that a piece once touched must be moved, as that the queen is not allowed to have the knight's, or a rook the bishop's move.


Two men playing Chess (uit Richard Penn: Maxims and Hints on...)

XI.

Some persons, when they are playing with a stranger who entreats to be allowed to take back a move, let him do so the first time: then, almost immediately afterwards, they put their own queen en prise; and when the mistake is politely pointed out to them, they say that they never take back a move, but that they are ready to begin another game.

XII.

Do not be alarmed about the state of your adversary's health, when, after losing two or three games, he complains of having a bad head-ache, or of feeling very unwell. If he should win the next game, you will probably hear no more of this.

XIII.

Never (if you can avoid it) lose a game to a person who rarely wins when he plays with you. If you do so, you may afterwards find that this one game has been talked of to all his friends, although he may have forgotten to mention ninety-nine others which had a different result. Chess players have a very retentive memory with regard to the games which they win.

XIV.

If, therefore, any one should tell you that on a certain day last week he won a game from one of your friends, it may be as well to ask how many other games were played on the same day.

XV.

There is no better way of deciding on the comparative skill of two players than by the result of a number of games. Be satisfied with that result, and do not attempt to reason upon it.

XVI.

Remember the Italian proverb, "Never make a good move without first looking out for a better." Even if your adversary should leave his queen en prise, do not snap hastily at it. The queen is a good thing to win, but the game is a better.

XVII.

Between even, and tolerably good, players a mere trifle frequently decides the event of a game; but when you have gained a small advantage, you must be satisfied with it for the time. Do not, by attempting too much, lose that which you have gained. Your object should be to win the game, and the dullest way of winning is better for you than the most brilliant of losing.

XVIII.

If your knowledge of "the books" enables you to see that a person, with whom you are playing for the first time, opens his game badly, do not suppose, as a matter of course, that you are going to check-mate him in ten or twelve moves. Many moves called very bad are only such if well opposed; and you can derive but little advantage from them unless you are well acquainted with the system of crowding your adversary,--one of the most difficult parts of the game.

XIX.

Some players have by study acquired mechanically the art of opening their game in a style much above their real force; but when they have exhausted their store of book-knowledge, they soon fall all to pieces, and become an easy prey to those who have genuine talent for the game. Others do not know how to open their game on scientific principles, and yet, if they can stagger through the beginning without decided loss, fight most nobly when there are but few pieces and pawns left on the board. All these varieties of play must be carefully studied by those who wish to win. It is only talent for the game, combined with much study and great practice, which can make a truly good player.

XX.

Although no degree of instruction derived from "books" will make a good player, without much practice with all sorts of opponents, yet, on the other hand, when you hear a person, who has had great practice, boast of never having looked into a chess-book, you may be sure either that he is a bad player, or that he is not nearly so good a player as he might become by attentively studying the laborious works which have been published on almost every conceivable opening, by such players as Ercole del Rio, Ponziani, Philidor, Sarratt, and Lewis.

XXI.

Between fine players, small odds (viz. pawn, with one, or with two moves) are of great consequence. Between inferior players they are of none. The value of these odds consists chiefly in position; and in every long game between weak players, such an advantage is gained and lost several times, without either party being aware of it.

XXII.

Almost all good players (and some others) have a much higher opinion of their own strength than it really deserves. One person feels sure that he is a better player than some particular opponent, although he cannot but confess that, for some unaccountable reason, or other, he does not always win a majority of games from him. Another attributes his failure solely to want of attention to details which he considers hardly to involve any real genius for the game; and he is obliged to content himself with boasting of having certainly, at one time, had much the best of a game, which he afterwards lost, only by a mistake. A third thinks that he must be a good player, because he has discovered almost all the many difficult check-mates which have been published as problems. He may be able to do this, and yet be unable to play a whole game well, it being much more easy to find out, at your leisure, the way to do that which you are told beforehand is practicable, than to decide, in actual play, whether, or not, it is prudent to make the attempt.

XXIII.

A theoretical amateur, with much real genius for the game, is often beaten by a fourth-rate player at a chess club, who has become from constant practice thoroughly acquainted with all the technicalities of it, and quietly builds up a wall for the other to run his head against. The loser in this case may perhaps eventually become the better player of the two; but he is not so at present.


XXIV.

A person sometimes tells you that he played the other day, for the first time, with Mr. Such-a-one, (a very celebrated player,) who won the game, with great difficulty, after a very hard fight. Your friend probably deceives himself greatly in supposing this to be the case. A player who has a reputation to lose, always plays very cautiously against a person whose strength he does not yet know: he runs no risks, and does not attempt to do more than win the game, which is all that he undertook to do.

XXV.

When you receive the odds of a piece from a better player than yourself, remember he sees everything which you see, and probably much more. Be very careful how you attack him. You must act in the early part of the game entirely on the defensive, or probably you will not live long enough to enjoy the advantage which has been given you. Even though you may still have the advantage of a piece more, when the game is far advanced, you must not feel too sure of victory. Take all his pawns quietly, if you can and see your way clearly before you attempt to checkmate him. You will thus perhaps be longer about it, but winning is very agreeable work.

XXVI.

Many persons advise you, when you receive the odds of a rook, always to make exchanges as often as you can, in order to maintain the numerical superiority with which you began. This is very cunning; but you will probably find that '' Master is Yorkshire too," and that he will not allow you to make exchanges early in the game, except under circum-stances which lead you into a ruinous inferiority of position.

XXVII.

You will never improve by playing only with players of your own strength. In order to play well, you must toil through the humiliating task of being beaten by those who can give you odds. These odds, when you have fairly mastered them, may be gradually dimished as your strength increases. Do not, however, deceive yourself by imagining, that if you cannot win from one of the great players when he gives you the odds of a rook, you would stand a better chance with the odds of a knight. This is a very common error. It is true that, when a knight is given, the attack made upon you is not so sudden and so violent, as it usually is when you receive a rook—but your ultimate defeat is much more certain. If, in the one case, you are quickly killed, in the other you will die in lingering torments.

XXVIII.

When you hear of a man from the country, who has beaten every body whom he has ever played with, do not suppose, as a matter of course, that he is a truly good player. He may be only a ''Triton of the Minnows.'' All his fame depends upon the skill of the parties with whom he has hitherto contended; and provincial Philidors seldom prove to be very good players, when their strength is fairly measured at the London Chess Club, particularly such of them as come there with the reputation of having never been beaten.

XXIX.

An elderly gentleman, lately returned from India, is apt to suppose that his skill has been much impaired by the change of climate, or some other cause, when he finds, to his great surprise, that his style of play does not produce such an alarming effect in the Chess Clubs of London or Paris, as it used to do at Rumbarabad.

XXX.

When you can decidedly win at the odds of a rook given by a first-class player, you will rank among the chosen few. It would be very difficult to name twenty-five persons in London to whom Mr. Lewis could not fairly give these odds, although there are many hundreds who would be much offended at its being supposed to be possible that any one could give them a knight.

XXXI.

A first-rate player, who is to give large odds to a stranger, derives great advantage from seeing him first play a game, or two, with other persons. His style of play is thus shown, and the class of risks which may be ventured on is nicely calculated. That .which, before, might have been difficult,. thus becomes comparatively easy.


XXXII.

There is as much difference between playing a game well, by correspondence, and playing one well over the board, as there is between writing a good essay, and making a good speech.

XXXIII.
No advantages of person and voice will enable a man to become a good orator if he does not understand the grammatical construction of the language in which he speaks: nor will the highest degree of ingenuity make any man a good chess player, unless his preparations for the exercise of that ingenuity are made upon the soundest principles of the game.

XXXIV.

Every game perfectly played throughout on both sides would be by its nature drawn. Since, then, in matches between the most celebrated players and clubs of the day some of the games have been won and lost, it seems to follow that there might be better players than have been hitherto known to exist.

XXXV.

Most of the persons who occasionally ''play at Chess'' know little more than the moves and a few of the general rules of the game. Of those who have had more practice, some have acquired a partial insight into the endless variety of the combinations which may be formed, and their beautiful intricacy: a few play moderately well; but, however small the number of good players may be, it would be difficult to find any one who, after having played a few hundred games, would not think it an imputation on his good sense to be considered a very bad player; and this is the universal feeling, although it is well known that men of the highest attainments have studied Chess without great success, and that the most celebrated players have not always been men of distinguished talents.

He who after much practice with fine players remains for a long time without taking his station amongst them, will find at last that there is a point which he cannot pass. He is obliged to confess his incurable inferiority to players of the higher order, and he must be content with easy victories over a large majority of those whom he meets with in society.

CONCLUSION

Chess holds forth to the philosopher relaxation from his several studies, - to the disappointed man, relief from unavailing regret, - and to the rich and idle, an inexhaustible source of amusement and occupation. It has, however, been frequently urged as an objection to the study of the game, that no man can pursue it, with a fair prospect of becoming a good player, without devoting to it much time and attention which might be more beneficially employed.

Although it may perhaps be true in the abstract, that even a high degree of skill is not per se worth the time and trouble which it must have cost, it should be remembered that on this ''mimic stage'' of life much besides chess may be seen and studied with advantage. The real character of a man's mind may, almost always, be known by his behaviour under the varying circumstances of this most interesting game. The triumph of the winner, and the vexation of the loser, are often coarsely displayed amongst inferior players; and, although good players very rarely give way to this degrading weakness, still, the good breeding of some of them, towards the end of a difficult match, is not always quite perfect.

The temper of the student cannot fail to derive very material benefit from the severe discipline to which it will be subjected. When he begins to play well he will find that he has learnt to submit patiently to contradiction; and that he has become convinced of the necessity of abandoning his most favourite schemes, whenever he sees that from a change of circumstances they can be no longer pursued with safety. He will have felt the full value of using caution and circumspection, when called upon to exercise his judgment in cases of complicated difficulty, and he will have acquired the faculty of fixing his undivided attention on the business in which he is engaged.

If such qualities of the mind are called forth and strengthened in the pursuit of a harmless and delightful recreation, the time cannot have been wholly wasted, although the professed object of study may have been only the art of giving Check-mate. 

R. P.

Whitehall, March, 1839.


zaterdag, december 21, 2013

GP Lasker




Verslag van Roelof, jeugdtrainer van SC Ten Boer:


Lasker organiseert sfeervolle Grand Prix

Vanmiddag is een drietal jeugdschakers opgevaren naar het Bildt om daar mee te doen aan de Grand Prix in Sint Annaparochie. Opgevaren, want het weer zorgde dat de tocht erheen meer een boottocht was dan een autorit. Het weer was beestachtig, echt goed schaakweer. Zoals jaren geleden toen ik mijn eerste KNSB wedstrijd ooit in de Aardappelbeurs tegen Lasker speelde. Een bijzondere schaakmiddag toen want terwijl de laatste twee partijen nog bezig waren, kwamen de eerste volksdansers binnen om zich te bezigen met hun zaterdagavond vermaak: volks- en stijldansen. De laatste twee partijen moesten wijken naar een bijzaaltje waar onder de aanmoedigingen ‘links-2-3-4 en draai-2-3-4’ het schaakspel meer op een foxtrot begon te lijken. Beneden in de warme, rokerige gelag-kamer zaten de oudere Bildtker mensen aan hun eerste gerstevocht na een zware werkweek op de klei.

Het toernooi vond niet plaats in de Aardappelbeurs, maar in een prachtig zalencentrum. Zoals bij alle Friese GP’s was de sfeer gezellig, de regels minder streng. Wel was de organisatie heel goed op orde. Thijs Tuinstra en zijn kornuiten hadden het prima op orde, de sfeer werd niet verhit ondanks de soms zinderende partijen.

Gerbrich speelde de mooiste en langste partijen. Ze speelde in groep B met 3 overwinningen. Daaronder een gelukkige overwinning tegen Marrit Adema, die in een eindspel met twee pionnen meer haar paard weggaf en zodoende verloor.


Gerbrich tegen Marrit

In de 4de ronde verloor ze ongelukkig van Dylan. Eerst gaf ze een toren weg, in het late eindspel, na lang en hopeloos verdedigen kreeg ze een enorme kans, maar miste ze de mat in 3. Hierna werd een pauze ingelast zodat een ieder zich kan laven aan de versnaperingen die beschikbaar waren. Lemée en Jerimi kochten een bakje patat en Gerbrich trakteerde zichzelf op een glas sinas. In de 5de ronde won Gerbrich weer. De 6de ronde speelde ze een zeer hoogstaande partij tegen Job Lindeboom. Ze stond twee pionnen achter maar wist zo taai te verdedigen dat ze terechtkwam in een T+K tegen T+K+L eindspel. Ook dat ging goed, totdat ze door een röntgenschaak haar toren verloor. Een geweldige partij, dat wel. Ze moest meteen daarna door tegen een tegenstander, waar ze normaal makkelijk van zou kunnen winnen. De tol van de vorige partij moest nog betaald worden. Met een stuk meer dacht ze mat te kunnen zetten, maar toen ze met de dame de pion wilde slaan, zag ze dat deze verdedigd was. Weg dame en geen verdiende tweede prijs, maar een derde. Goed gedaan Gerbrich, je schaakte prachtig.


Gerbrich met de 3de prijs

Jerimi speelde in groep C. Jerimi speelt altijd vol op mat op h2 of f2. Hierbij weigert hij verdedigende zetten te doen. Vandaag sloeg de aanval 3 keer door en 4 keer niet. Helaas geen prijs.


Jerimi: alles op h7!

Lemée speelde heel goed in groep D. ze begon met 2 uit 2. Daarna moest ze tegen Wessel Adema. Waar Gerbrich geluk had tegen zus Marrit, had Lemée juist het tegen-overgestelde. Met een toren meer gaf ze eerst haar dame pardoes weg en niet veel later haar toren. Daarna volgden een paar miraculeuze partijen. Ik dacht toch echt dat Lemée in de 4de, 5de en 6de ronde totaal verloren stond, maar ze kwam me elke ronde een heel of half punt melden. Uiteindelijk sprokkelde ze zo 5,5 punt bij elkaar, genoeg voor een 2de prijs. En die heeft Lemée nog niet. Wel 1ste en 3de prijzen, maar geen 2de prijzen. Wat schetste haar verbazing: ze kreeg geen beker als 2de prijs, maar een VVV cadeaubon van 10 euro. Op zich minimaal even leuk, maar zo’n standaard voor een 2de prijs zou ook niet in de medaillekast hebben misstaan.


Lemée met cadeaubon

Rond half 6 werd het toernooi afgesloten en konden we onze ‘boottocht’ naar huis aanvaarden. Thijs, Murk, Joe en alle anderen: heel erg bedankt voor het mooie toernooi in Sint Anne.

Het is een druk weekje voor de jeugdschakers. Morgen organiseert Jozias en de Paardensprong het RainDrop Chess toernooi (waar o.a. Lemée aan meedoet), op maandag schaken 11 jeugdspelers op de Grand Prix bij het schaakfestival.

woensdag, december 18, 2013

SC Ten Boer: laatste ronde 2013 + nieuwe stand


Een originele Kerstschaaktaart!

Gisteravond werd de laatste ronde gespeeld 'voor de win-terstop'. Vier afwezigen, vier partijen om een lang verhaal kort te maken.

Harm Buter (w) - Klaas Dijkhuizen:  0 -1
Gerard Zijlema (w) - Marten Berends: 0 - 1
Albert Prins (w) - Piet Beetsma: 1 - 0
Ad Mertens (w) - Wopko Dijkema:  0 - 1

AMK: Jan Pilon, Alfred Rodenboog, Erick Erdtsieck en Erwin Kok.

Gek veel heb ik van de andere drie partijen niet meege-kregen. Wel zag ik dat Harm tegen Klaas in het eindspel, met ieder een toren, een licht stuk en pionnen, waarvan Klaas er een meer had, nog wel kansen leek te hebben, maar hij redde het uiteindelijk niet.

Gerard stond tegen Marten beter en leek winstkansen te hebben, maar het omgekeerde gebeurde: Marten haalde de volle buit binnen. Datzelfde deed ook Wopko tegen Ad, maar het hoe en waarom is niet tot me doorgedrongen.

Dan Albert-Piet. In de meeste van hun partijen in de afge-lopen decennia (ja, zo oud zijn we al) werd zonder heel veel strijd vrij vlot remise overeengekomen, maar in een enkele ging het er toch stevig toe. Dat gold zeker voor de partij van gisteren, waarin het van dik hout zaagt men planken was. 

Wie zei ook weer dat het Londens systeem een saaie opening is? Het is juist een openingssysteem dat, uitgaan-de van een solide basis (is dat saai?), volop mogelijkheden biedt om op aanval te spelen, of om het maar eens in het Engels te zeggen: a perennial favourite of club players, as it is a very sound and solid system with a real practical sting (Johnsen en Kovačević). De toevoeging to make your opponents crumble gaat waarschijnlijk wat ver, maar hoort typisch thuis in het kader van wervende teksten voor- of achterop schaakboeken. 
Alleen... moet je over enig lef beschikken om die eerder genoemde mogelijkheden te benutten, ook bovendien enig risico durven nemen. De oude Tarrasch zei het al. Heb je die benijdenswaardige eigenschappen altijd paraat?! Dat is de vraag. De overbekende kwestie van het halve ei of de lege dop komt dan om de hoek.

Gisteren viel het woord remise echter niet en gingen beiden voor de winst. Dat die uiteindelijk naar de witspeler ging is misschien enigszins toevallig, omdat er in de loop van de partij diverse zetten werden gespeeld die de tegenstander niet verwacht had. Elke van die zetten had natuurlijk meteen de beslissing kunnen brengen...

BEETSMA
PRINS

De stand na 15 zetten. Het vervolg: 16. g4 g5 (wellicht iets te krachtig, 16. ... g6 kon ook, maar zwart heeft het al niet makkelijk) 17. gxf5! exf5 (op 17. ... gxf4 volgt uiteraard fxe6 en het is gebeurd) 18. Tg1 g4?! 19. f3? (hier kon wit 'gewoon' Txg4 spelen) ... Lg5! (mooi gevonden: de ongedekte loper op g5 'ontdekt' pion g4 zodat de witte dame ineens instaat, ook na nemen door wit op g5) 20. fxg4 Lxf4 21. gxf5 (wit staat een stuk tegen twee pionnen achter, maar zijn stelling mag er zijn, misschien is het nu 'in hogere zin' zelfs al gewonnen) ... Kh8 (op 21. ... Pg7 zou kunnen volgen: 22. e6 De7 23. f6! of 22. ... Dd6 23. f6!) 22. Tg4 Lxd2+ (een stukoffer op e5 had wellicht enige uitkomst kunnen brengen) 23. Kxd2 Tg8 24. Tag1 Txg4 25. Txg4 Ta7 (verzwakt de onderste lijn, maar wat anders?) 26. Dh6! Pg7 27. Th4 Kg8 28. Dxh7+ Kf8 29. Dh8+ Kf7 30. Th7 (of 30. e6+). Zwart geeft op. 

De stand in de clubcompetitie na 13 ronden:

1. Klaas Dijkhuizen 232 p.; 2. Albert Prins 190½; 3. Jan Pilon 180½; 4. Piet Beetsma 155½; 5. Gerard Zijlema 141; 6-7. Erick Erdtsieck en Marten Berends 119; 8. Erwin Kok 101½; 9. Wopko Dijkema 90½; 10. Harm Buter 87; 11. Ad Mertens 81; 12. Alfred Rodenboog 59.

Terzijde (wat ik verder nog zeggen wil):

Alberts SchaakBlog wenst iedereen, 'schakend of niet schakend', goede kerstdagen toe!



zondag, december 15, 2013

Anekdotes uit de schaakwereld (3)


Het verhaal gaat dat in de loop van een belangrijke partij Tigran Petrosian zijn dame beetpakte om er een zet mee te doen. Omdat hij toen inzag dat de bewuste zet zonder meer de verliezende zou zijn, stak hij de dame in zijn koffie en begon te roeren alsof hij totaal verstrooid was. Toen excuseerde hij zich bij zijn tegenstander en na de dame zorgvuldig te hebben afgedroogd, zette hij het stuk terug op het schaakbord en vervolgde de partij alsof er niets was gebeurd.



Michail Tal zat tijdens de schaakolympiade in Leipzig in 1960 aan tafel met Robert Fischer en de andere leden van het Amerikaanse team. Fischer wilde de hand lezen van Tal, pakte diens hand en zei: “Ik zie dat je wereldkampioen bent. O, maar ik zie ook dat je binnenkort (Albert: dat zou nog 12 jaar duren, maar vooruit)  zult verliezen van een jonge Amerikaan!”
Wat deed Tal? Hij stond op en feliciteerde de ook aan tafel zittende William Lombardy, een van de andere Amerikaanse deelnemers!



Na het schaaktoernooi in Zürich in 1959 gaf Tal een simultaanséance. Toen die afgelopen was kwam een van de deelnemers, blij dat hij gewonnen had, naar Tal toe, die tegen hem zei: “Ik had op de 17e zet iets veel beters kunnen doen!” “Herinnert u zich onze partij dan?” vroeg zijn tegenstander verbaasd. Er was namelijk tijdens de simultaanvoorstelling aan zo’n 40 borden gespeeld.  
Toen was het de beurt van Tal om zich te verbazen. “Of ik me onze partij herinner? Ik herinner me ze allemaal!” Hij pakte vervolgens een stuk papier en schreef ze uit zijn hoofd allemaal op.



Wanneer Rudolf Spielmann partijen verloor raakte hij nog al eens in een depressie. Dat overkwam hem ook in het toernooi in Karslbad in 1923. In de 3e ronde won hij mooi van Richard Reti, maar daarna verloor hij de ene partij na de andere. 
Op een avond sprak Reti hem daarover aan: “Mijn beste Spielmann, aangezien je een van de grootste aanvals-spelers aller tijden bent zou ik je willen vragen of het wel aardig was om in de 3e ronde zo fraai van mij te winnen, om daarna alle punten aan mijn concurrenten cadeau te doen!” Dat sloeg aan bij Spielmann, die daarop antwoord-de: “Goed, morgen win ik!”, wat Reti nogal verbaasde: “Maar je speelt tegen Aljechin!” “Doet er niet toe”. “En je speelt met zwart!” “Des te beter!” Reti had zo zijn twijfels, maar wat gebeurt er de volgende dag? Spielmann verslaat Aljechin! 

Het bovenstaande verscheen ook in de regiokrant BuurContact van vrijdag 13 december jl.


TERZIJDE 1:

Deze terzijde is al eens eerder (in 2007) op dit weblog gezet, maar is zo mooi dat ik een herhaling niet uit de weg ga:

"Tell me, how long did it take you to learn to play chess so badly?" "Sir, it's been nights of study and self-denial." 

(Anoniem: jammer, maar begrijpelijk)

TERZIJDE 2:

Voor goede tweedehands boeken (soms ook in nieuwstaat), al of niet over schaken:




Stand bij SC Ten Boer na 12 ronden


Na de 12e ronde, waarin iedere speler een AMK kreeg toebedeeld, hetzij wegens NOSBO-activiteiten, hetzij wegens ziekte of anderszins, behalve Erick die geen tegenstander had en daarom een SN ontving, is de actuele stand in de onderlinge competitie:

1. Klaas Dijkhuizen 215 p. (2SN1; 4-3
2. Jan Pilon 172½ (SN1; 4-3)
3. Albert Prins 168½ (1SN1; 4-4)
4. Piet Beetsma 155½ (1SN1; 4-4)
5. Gerard Zijlema 141 (4-5)
6. Erick Erdtsieck 112½ (2-2)
7. Marten Berends 98½ (4-3)
8. Erwin Kok 96 (2-1)
9. Harm Buter 87 (1SN; 3-5)
10. Ad Mertens 81 (5-5)
11. Wopko Dijkema 80½ (5-5)
12. Alfred Rodenboog 54 (1-1)

Terzijde:

Bij de bezoekers aan mijn weblog zag ik een website staan die ik nog niet kende: De Schaakreporter.
Een leuke site met kennelijk verslagen van meerdere personen over allerlei schaakzaken, o.a. het wedervaren van de clubs in de NOSBO-competitie.

Bij een verslagje van de 1e klasse B werd ik aangenaam getroffen door de volgende zin:

De laatste wedstrijd was die tussen Ten Boer en Staunton 4. Staunton 4 trok aan het langste eind met 5,5-2,5. Ten Boer komt nu in de onderste regionen terecht en dat terwijl ze altijd bovenin meededen. Het verlies leidde niet tot een kort verslag op de site van Ten Boer. Integendeel Albert heeft er weer een mooi verslag van gemaakt.


Zowel het in vorige jaren bovenin meedoen als het compliment voor het verslag raakte een gevoelige snaar. Wat het eerste betreft: ja, het is niet anders! Niet alles zit mee (in meerdere opzichten) de laatste tijd voor onze club, zullen we maar zeggen! En dan druk ik me nog voorzichtig uit.