vrijdag, januari 08, 2016

Anekdotes uit de schaakwereld (26)

Bij de schaakolympiade in München in 1936 is Ehrhardt Post toernooileider. Op zekere dag tijdens het toernooi loopt schaakmeester Sämisch opgewonden, zoals wel vaker, door de speelzaal, op zoek naar de wedstrijdleider. “Wo ist Post, wo ist Post?” Dan besluit iemand zich om hem te bekommeren. “Kom maar mee, dan zal ik u helpen.” Hij brengt Sämisch naar buiten, loopt met hem om het enorme complex heen en wijst hem dan een kleiner gebouw aan. “Daar is het!” zegt hij en loopt vervolgens terug. Wat Sämisch ziet is het postkantoor. Weer terug is hij over dit tijdverlies flink tekeer gegaan!


Tijdens een Engels toernooi vraagt deelnemer Sir George Thomas aan Thomas Koltanowski, een andere deelnemer: “Je hebt een kwaliteit minder, heb je die geofferd of weggegeven?”
Koltanowski antwoordt: “Dat weet ik ook niet, dat kan ik je pas later vertellen. Als ik win was het een offer, als ik verlies was het een fout!”


Een schaakmeester is als toeschouwer aanwezig bij een damestoernooi en verdiept zich in een interessante stelling. Als hij even om zich heen kijkt en een stap achteruit doet, fluistert een andere toeschouwer: “Wat vindt u ervan?” Onze schaakmeester kijkt nog een keer en antwoordt dan: “Ze zijn allebei nogal magertjes, vindt u ook niet?”


Zijn alle verliezers ziek?
Een beroemd meester zou aan het eind van zijn prachtige schaakloopbaan de volgende uitspraak hebben gedaan, die door kenners van de psychologie van de schaker als niet helemaal onjuist wordt getypeerd: “Ik heb nog nooit van een gezonde speler gewonnen!” 

Deze schaakanekdotes zijn eveneens gepubliceerd in de regionale krant BuurContact van vrijdag 8 januari 2016.

zondag, januari 03, 2016

'Nagekomen' fotowerk van Chess Festival Groningen + Vreemde Toestanden bij de Fraeylemaborg

Als klein supplement van mijn vorige posts hierbij nog een overzichtsfoto van de speelzaal op 29 december en foto's van stellingen van respectievelijk Klaas en Jan tegen hun tegenstanders Otte en Hoecker in de 3e ronde van de Compact-groepen.

Otte-Dijkhuizen
Hoecker-Schut



Terzijde:

Op vrijdag 1 januari maakten we een wandeling bij de Fraeylemaborg, zoals we dat tientallen keren eerder gedaan hebben. Een enkele verandering, daar aangebracht door een ijverige kunstenaar(sgroep), is er regelmatig te bespeuren. 

Maar nu heeft men naar mijn idee zijn hand enigszins overspeeld. 

De vertrouwde Fraeylemaborg

De borg aan de achterzijde, met de vertrouwde 
ca. 200  jaar oude Juglans nigra (zwarte walnoot)

Iets minder vertrouwd, maar nog wel aardig:



Maar in het geheel niet vertrouwd in de aloude borgtuin:






Afslag gemist of misplaatste kunstuiting? Wie het weet mag het zeggen! Wat, zie ik daar een passagier? Waar wil hij heen?

woensdag, december 30, 2015

Toernooiwederwaardigheden van Lewenborg-lid Klaas Dijkhuizen op het Chess Festival Groningen

Clubgenoot Klaas Dijkhuizen mailde me zijn ervaringen en indrukken die hij heeft overgehouden aan het Chess Festival Groningen. Hij eindigde in de Compact-A groep met 2,5 punt uit 5 partijen, een mooie score tegen 4 tegenstanders met een hogere rating. Boudewijn Hoogeboom en Jan Schut, eveneens schakend bij Lewenborg, eindigden respectievelijk op de 22e en 26e plaats in Compact-C, allebei ook met 2,5 uit 5.

Dag Albert,

Het zit er op. De zaak is geheel in jouw stijl afgesloten. Vier remises het eindresultaat, 50% score dus. Daarmee gelijk aan Roelof in punten, want hij verloor in de laatste ronde na ruim 5 uur tergend langzaam een eindspel van T+L en 2 pionnen tegen T+2 pionnen. Vermoedelijk heeft hij wel een iets betere score door de wat zwaardere tegenstanders. Dit blijkt inmiddels al uit de eindranglijst.

Voldoening is er vanwege het ontsnappen uit slechte stellingen, maar ook frustraties door het missen van twee, misschien drie kansrijke momenten.

In ronde 1 sta ik met zwart tegen Marcel Wubben (2082, LSG) bijna de hele partij bewust een pion achter, lijk deze niet terug te zien en denk daarom te gaan verliezen. Een creatieve verdediging brengt de tegenstander van slag en deze blundert de pion terug. Met een ijzeren slotstelling waarin de tegenstander niets anders kan doen dan wat toren-manoeuvres bied ik op zet 37 remise aan. Drie rustige, 'loze' zetten hadden me door de tijdnood gesleept en met een half uur extra had ik vervolgens rustig een goede en geforceerde doorbraak kunnen uitrekenen met winnend spel. Niet slim dat aanbod.


Ronde 2: Ik kom tegen bijna naamgenoot Klaas Hagendijk (1958, Zutphen) perfect uit de opening met wit. Alle stukken zijn ontwikkeld en zwart heeft ontwikkelingsproblemen. Ik verzuim te ruilen op c5 en help mijn goede stelling daarmee direct om zeep. Langdurig verdedigen is nu het motto met een pion minder (alweer), maar dat levert ook nu gelukkig een half punt op en misschien heeft in deze partij ook wel een leuke combinatie gezeten. Nemen van een pion op c5 had een langdurige druk op de zwarte stelling betekend en zwart zou moeite hebben gehad om niet te verliezen. Dat liet ik dus achterwege. Gewoon dom.


Ronde 3: Op herhaling met zwart tegen Marco Otte (1910, Wageningen) en al snel een pion minder (bewust) na een b4 opening. Ook nu dus weer een creatieve verdedigende oplossing. Het pionoffer was gebaseerd op de koning, die nog in het midden stond en een niet volledig ontwikkelde damevleugel. Een pionzetje van de tegenstander werd echter over het hoofd gezien. Direct had ik het gevoel niet meer goed te staan en de teleurstelling sloeg toe. Een ingewikkelde partij volgde (matdreiging bij zwart op g7 via de lange diagonaal, maar ook een mogelijke koningsaanval van mijn kant). Toch liep het anders. Na een stofwolk van stukkenruil in hoge tijdnood rolde er plotseling een bijzonder eindspel uit de bus. Zwart met 2 torens en 5 pionnen tegen toren, 2 lopers en 4 pionnen. ‘Verloren’, dacht ik in eerste instantie.  Dat bleek een foute gedachte. Al snel zou ik geforceerd kunnen afwikkelen naar T tegen 2 L en vanwege een perfecte zwarte pionnenstructuur is het niet zwart die oppassen moet, maar wit. Mijn remiseaanbod werd dan ook aanvaard. Op winst spelen zou ook bijzonder lastig zijn geweest en een lange zit gevergd hebben.


Ronde 4: Mijn eerste normale partij, een aangenomen Wolga-gambiet tegen Simon Groot (1959, Krommenie). Bijna 20 zetten lang volgen min of meer verplichte zetten en wordt er afgewikkeld naar L+P tegen 2P eindspel met evenveel pionnen. Ik schatte de winstkans op 51% vanwege mijn loper, maar ik geloofde het dit keer wel.

Een 21e plek het resultaat, als 32e geplaatst qua rating bij aanvang, ongeslagen: ik mag niet ontevreden zijn.

Goede jaarwisseling.

Hartelijke groet,

Klaas.

Terzijde:



Alle schakers en niet-schakers: een voorspoedig
2016!!

dinsdag, december 29, 2015

Chess Festival Groningen op 29-12-2015

Dinsdag 29 december bracht ik een bezoekje aan het Chess Festival Groningen, om in ieder geval één keer de sfeer te proeven. UIteraard kreeg ik meteen, voor de zoveelste keer, zin om nog eens mee te doen. Misschien in 2016?


Klaas Dijkhuizen (Compact A)


Boudewijn Hoogeboom (l)
(Compact C)










Ik heb wat foto's genomen, waarbij de nadruk ligt op leden van SC Lewenborg, de club waar ik zelf momenteel schaak.

Overzicht hal (rechts)
Jan Schut (r)(Compact C)
Overzicht hal (rechts)













Overzicht hal (links)

woensdag, december 23, 2015

Chess Festival Groningen: Lewenborgers in (nieuwe) vierkampen

Bij het Chess Festival Groningen zijn de vierkampen voor de kerst afgerond. Het betreft hier een nieuw onderdeel van het schaakfestival: in vorige afleveringen waren er uitsluitend vierkampen na de feestdagen.

Er deden drie Lewenborgers mee, die het goed hebben gedaan: een 1e, een 2e en een 3e plaats.

In vierkamp 4 behaalde Ramon Middeljans 2 punten uit drie partijen, waarmee hij 2e werd.
In vierkamp 10 eindigde Johan Jans met 2,5 uit 3, waarmee hij op de 1e plaats eindigde (bravo!)
In vierkamp 11 finishte Henk van Hof met 1 uit 3, waarmee hij 3e werd.

Terzijde:
Richard Teichmann
(1868-1925)
Toen een beginnend componist van schaakproblemen eens schaakmeester Teichmann een tweezet van eigen makelij voorlegde, met het verzoek om die te beoordelen, zei laatstgenoemde even later: "Een heel goed probleem! De aangegeven oplossing klopt weliswaar niet, maar verder is ongeveer iedere andere zet goed!" 

dinsdag, december 22, 2015

Lewenborg 2 - Hoogeveen 2: 1-1 + toernooiresultaten


Nieuws van wedstrijdleider Jan Schut:

Daar Rudy en Peter op 5 januari niet mee kunnen spelen zijn er dinsdagavond 22 december twee borden vooruit gespeeld in Hoogeveen in de wedstrijd Lewenborg 2 - Hoogeveen 2 in de klasse 2b.

Lewenborg 2       1631   -  Hoogeveen 2       1677    1 - 1
1. Rudy Frieswijk 1687   - Ruud Winkel         1719    ½ - ½
2. Johan Jans      1575   - Ton van Seventer 1635   ½ - ½

Verslag volgt morgen op de website.

Hiddo deed mee in Minsk, Wit-Rusland, aan de FIDE European Rapid and Blitz Championships 2015. In het Rapidtoernooi behaalde hij een mooie score van 6.5 uit 9, plaats 226 van 759 deelnemers.

In het Blitztoernooi behaalde Hiddo 3 uit 9, plaats 357 van 604 deelnemers. Ik begreep dat hij de kerstdagen in Minsk wil vieren en wens hem een prettige tijd.

zie: http://champ.openchess.by/en/

Er doen drie Lewenborgers mee aan viertallen van.het Chess Festival Groningen. Hun score na twee ronden is:

Ramon (Groep v11) 1
Johan (Groep v10)   1.5 
Henk (Groep v11)    1

Morgen 23 december wordt de derde ronde gespeeld.

Zie: http://www.chessfestivalgroningen.nl/

woensdag, december 16, 2015

SC Lewenborg: ronden 4, 5 en 6 rapidkampioenschap

Na de ronden 1-3 op 1 september werden gisteravond de ronden 4, 5 en 6 gespeeld van het rapidkampioenschap van schaakclub Lewenborg. Hierbij de stand na ronde 6 en alle uitslagen tot nu toe, met dank aan wedstrijdleider Jan Schut. De ronden 7, 8 en 9, op de 3e en voor de eindstand beslissende avond, zullen vermoedelijk in mei worden gespeeld.


Stand na r6 Lewenborg Rapid:

                  W    N  Wp    Sb     Ro   TPR   W-We
 1.  4  Ramon     6.0  6  22.0  22.00  1857 2501 +1.87
 2.  8  Jan Wiebe 4.5  6  20.5  12.50  1730 1825 +0.80
     1  Klaas     4.5  6  19.0  11.25  1885 1885 +0.10
 4.  6  Rudy      4.0  6  22.0  11.75  1687 1823 +1.14
 5. 16  Albert    3.5  6  22.0   9.25  1724 1726 +0.21
 6. 11  Piet      3.0  6  21.5   7.00  1725 1623 -0.66
     7  Fred      3.0  6  17.0   6.00  1442 1560 +0.86
 8.  5  Hiddo     2.5  3  20.5   6.50  1882 1823 -0.09
 9.  2  Henk      2.0  6  19.5   3.50  1440 1469 -0.05
    17  Boudewijn 2.0  6  19.0   2.00  1643 1445 -1.42
     9  Roy       2.0  3  18.0   4.00  1773 1789 +0.07
    21  Johan     2.0  3  16.5   4.50  1575 2396 +1.05
13. 19  Jan S.    1.5  3  16.5   2.00  1549 1302 -0.64
    20  John      1.5  3  14.0   1.75  1414 1429 +0.06
15.  3  Durk      1.0  3  19.0   1.50  1349 1537 +0.56
    14  Douwe     1.0  3  18.0   2.50  1718 1534 -0.62
    13  Harm      1.0  3  15.5   1.50  1304 1528 +0.65
    12  Rodney    1.0  3  14.0   0.50  1543 1363 -0.71
19. 15  Sjak      0.0  5  15.0   0.00  1297  747 -1.03
    10  Herman    0.0  3  13.0   0.00  1550  675 -1.79
    18  Jouke     0.0  3  12.5   0.00  1200  747 -0.36

1.09.2015 ---------------------------------------- r1
Klaas     ( 0  ) – Henk       ( 0  )   1-  2  1-0   
Durk      ( 0  ) – Ramon      ( 0  )   3-  4  0-1   
Hiddo     ( 0  ) – Rudy       ( 0  )   5-  6  1/2   
Fred      ( 0  ) - Jan Wiebe  ( 0  )   7-  8  0-1   
Roy       ( 0  ) - Herman     ( 0  )   9- 10  1-0   
Piet      ( 0  ) - Rodney     ( 0  )  11- 12  1-0   
Harm      ( 0  ) – Douwe      ( 0  )  13- 14  0-1   
Sjak      ( 0  ) - Albert     ( 0  )  15- 16  0-1   
Boudewijn ( 0  ) – Jouke      ( 0  )  17- 18  1-0   

1.09.2015 ---------------------------------------- r2
Douwe     ( 1  ) - Klaas      ( 1  )  14-  1  0-1   
Ramon     ( 1  ) - Piet       ( 1  )   4- 11  1-0   
Jan Wiebe ( 1  ) - Boudewijn  ( 1  )   8- 17  1-0   
Albert    ( 1  ) - Roy        ( 1  )  16-  9  1-0   
Henk      ( 0  ) – Hiddo      ( 0.5)   2-  5  0-1   
Rudy      ( 0.5) – Durk       ( 0  )   6-  3  1-0   
Jouke     ( 0  ) - Fred       ( 0  )  18-  7  0-1   
Herman    ( 0  ) – Harm       ( 0  )  10- 13  0-1    
Rodney    ( 0  ) – Sjak       ( 0  )  12- 15  1-0   

1.09.2015 ---------------------------------------- r3
Albert    ( 2  ) - Jan Wiebe  ( 2  )  16-  8  0-1   
Klaas     ( 2  ) – Ramon      ( 2  )   1-  4  0-1   
Hiddo     ( 1.5) - Harm       ( 1  )   5- 13  1-0   
Boudewijn ( 1  ) – Rudy       ( 1.5)  17-  6  0-1   
Roy       ( 1  ) – Douwe      ( 1  )   9- 14  1-0   
Fred      ( 1  ) - Rodney     ( 1  )   7- 12  1-0   
Piet      ( 1  ) – Jouke      ( 0  )  11- 18  1-0   
Sjak      ( 0  ) – Henk       ( 0  )  15-  2  0-1   
Durk      ( 0  ) - Herman     ( 0  )   3- 10  1-0   

15.12.2015 --------------------------------------- r4
Ramon    ( 3  )  - Jan Wiebe  ( 3  )   4-  8  1-0   
Rudy     ( 2.5)  - Piet       ( 2  )   6- 11  1-0   
Fred     ( 2  )  - Albert     ( 2  )   7- 16  0-1   
Boudewijn( 1  )  - Klaas      ( 2  )  17-  1  0-1   
Henk     ( 1  )  - John       ( 0  )   2- 20  1-0   
Johan    ( 0  )  - Jan S.     ( 0  )  21- 19  1-0   
 
15.12-2015 -------------------------------------- r5
Rudy     ( 3.5)  - Ramon     ( 4  )   6-  4  0-1   
Klaas    ( 3  )  - Albert    ( 3  )   1- 16  1/2   
Jan Wiebe( 3  )  - Henk      ( 2  )   8-  2  1-0   
Piet     ( 2  )  - Fred      ( 2  )  11-  7  1-0   
Johan    ( 1  )  - Boudewijn ( 1  )  21- 17  1-0   
John     ( 0  )  - Sjak      ( 0  )  20- 15  1-0   
Bye: 19 Jan S.

15.12.2015 -------------------------------------- r6
Albert   ( 3.5)  - Ramon     ( 5  )  16-  4  0-1   
Jan Wiebe( 4  )  - Rudy      ( 3.5)   8-  6  1/2   
Piet     ( 3  )  - Klaas     ( 3.5)  11-  1  0-1   
Henk     ( 2  )  - Fred      ( 2  )   2-  7  0-1   
Jan S.   ( 1  )  - John      ( 1  )  19- 20  1/2   
Sjak     ( 0  )  - Boudewijn ( 1  )  15- 17  0-1 


Terzijde:


Herbert Ashwin Budd (1881-1950)
The Chess Board (1927)

maandag, december 14, 2015

The 'Best' Chess Books Ever

In 2008 vroeg GM Susan Polgar op de website Chessdailynews welke schaakboeken de bezoekers de beste ooit vonden. Er kwamen veel reacties, bijna allemaal héél serieus, maar van één (anonieme) reactie kan dat niet worden gezegd.

Dit was de zeer opmerkelijke boekenlijst die de anonymus in kwestie opstuurde (+ ter illustratie enkele boekomslagen):




















BLACK IS SO-SO! by Adorejan
MY WORST GAMES by Alexander Alekwine.
THE DELIGHTS OF CHESS AND SCIENCE FICTION by Assiac Assimov.
QUICKEST CHESS VICTORIES SINCE THE DAWN OF MAN by Graham Cracker.
KNIGHT AND BISHOP AND ROOK ENDINGS by Yurrey Haverback.
HOW GOOD IS YOUR CHEST by Dolly Parton.
THE KILLER SIMSON by Michael Baseman.
15 DAMES AND THEIR STORIES by Mikhail Buttvinnik.
PROFILE OF AN ALLERGY by Grady.
CHESS FUNDAMENTAL PARTICLES by Jose Casablanca.
ILLOGICAL CHESS, MOVE BY MOVE by Irving Chernoblev
THE TWO DAYS AND NIGHTS DEFENSE by Jakov Estrogin.
CHESS CATHOLICISM by Larry Evens (introduction by Reverand Guy Lombardy).
CHESS THE EASY WAY OUT by Reuben Find.
HOW TO BEAT EDMAR MEDNIS by Bobby Fisher.
MY 60 MEMORABLE INTERVIEWS by Bobby Fisher.
MY 60 MEMORABLE YEARS by Bobby Fisher.
I WAS TORTURED IN A JAPANESE JAILHOUSE by Bobbie Fisher.
BOB E. FISHER PREACHES HESS by Bob E. Fisher.
THE COMPLETE CHESS ATTIC by Michael J Fox.
CHESS TOURNAMENTS (400 AD – 1848) by Jeremy Gage.
CAMBRIDGE COMPANION TO CHESS by Dennis Hooper and Billy Whyld.
CHESS EXCUSES: THEORY AND PRACTICES by Al Whorowitz.
CHESS IS MY AFTERLIFE by Anna Toly Karpoff.
101 DOMINATIONS by Kasparovian.
THE LAST BLACK KNIGHTS TANGO IN PARIS by Georgi Orloff.
PRAWN POWER IN CHESS by Hans Smoch.
IN THE DARK ROOM by George Coltanowsky.
MODERN CHESS OPENINGS, 100TH EDITION by Walter Kornball.
SMELL LIKE A GRANDMASTER by Kotoff.
MY SIS TEMM by Arron Nimzobitch.
NONE CHESS OPENINGS by No One.
LET’S NOT PLAY CHESS by Bruce Lee Pandolfeeny.
THE COMPLETE CHESS INTERCOURSE by Freddie Reinfelt.
THE SPANISH INQUISITION by Eric Schillert.
TAKE MY BOOKS by Yes Sir Seiriwon.
CATALOG OF CHESS FOOD by Andy Soultis. .
MY 6 MEMORABLE GAMES by Marc Taminoff.
MY WELL HUNG ROOK by Mark Taimonov.
500 GROB MINIATURES by Beale Wall.
THE SCOTCH TAPE by Peter Walls.
HOW NOT TO PAY CHESS by Znosko-Borokosky.
SEARCHING FOR CARRIE FISHER by Josh Whiteskin.



zaterdag, december 12, 2015

Anekdotes uit de schaakwereld (25)

Twee vrienden ontmoeten elkaar op straat. Eén van hen: “Mijn vrouw zegt dat wanneer ik morgen toch naar het schaaktoernooi ga, ze bij me weggaat en de kinderen meeneemt”. De ander vraagt: “En wat ga je doen?” “E4, net als anders”, is het antwoord.

Eind 1972 volgen gevangenen in een kamp in Siberië de Spasski-Fischer match om het wereldkampioenschap schaken op de radio. Op een dag komen bewakers naar binnen en maken korte metten met de verboden radio. Een paar weken later, als een nieuwe gevangene is gearriveerd, wordt hem gevraagd of hij op de hoogte is van de afloop. “Ik heb verloren”.

Tijdens een internationaal toernooi interviewt een journalist het zoontje van een bekend schaakkampioen. “Wat wil je later worden?” “Ik wil schaakarbiter worden!” “Wat? Je wilt dus niet kampioen worden, net als je vader? Waarom wil je arbiter worden? “Omdat mijn vader toen hij daarstraks binnenkwam tegen me zei: “Zie je die goed in de kleren zittende idioot die daar uit zijn nieuwe Mercedes stapt: dat is de arbiter!”        

Schaken als beroep.
Tijdens een treinreis naar Londen raakt wereldkampioen Steinitz in gesprek met een geslaagd uitziende zakenman. In de loop van het onderhoud wordt Steinitz gevraagd wat zijn beroep is. “Ik ben schaker”, antwoordt hij. “Goed, maar ik zou graag willen weten wat u voor de kost doet” is de reactie van de zakenman. Daarop zegt Steinitz: “Ik maak geen grapje, schaken is werkelijk mijn beroep. Zijn gesprekspartner, die vergezeld wordt door zijn achtjarige dochter, kijkt nu hoogst ongelovig.
Maar plotseling mengt het dochtertje zich in het gesprek: “Speelt u nog altijd schaak?”. Steinitz glimlacht en zei: “Ja natuurlijk, waarom niet?” “Ik heb ook met de stukken gespeeld”, antwoordt de achtjarige, “toen ik nog heel klein was - maar nu speel ik er al lang niet meer mee!”


Bovenstaande Anekdotes verschenen ook in de Groninger regiokrant BuurContact van vrijdag 11 december 2015.

Terzijde:


Cover van de 1e editie
(Jonathan Cape, 1957)
7 | THE WIZARD OF ICE
The two faces of the double clock in the shiny, domed case looked out across the chess-board like the eyes of some huge sea monster that had peered over the edge of the table to watch the game.
The two faces of the chess clock showed different times. Kronsteen’s showed twenty minutes to one. The long red pendulum that ticked off the seconds was moving in its staccato sweep across the bottom half of his clock’s face, while the enemy clock was silent and its pendulum motionless down the face. But Makharov’s clock said five minutes to one. He had wasted time in the middle of the game and he now had only five minutes to go. He was in bad ‘time-trouble’ and unless Kronsteen made some lunatic mistake, which was unthinkable, he was beaten.
Kronsteen sat motionless and erect, as malevolently inscrutable as a parrot. His elbows were on the table and his big head rested on clenched fists that pressed into his cheeks, squashing the pursed lips into a pout of hauteur and disdain. Under the wide, bulging brow the rather slanting black eyes looked down with deadly calm on his winning board. But, behind the mask, the blood was throbbing in the dynamo of his brain, and a thick worm-like vein in his right temple pulsed at a beat of over ninety. He had sweated away a pound of weight in the last two hours and ten minutes, and the spectre of a false move still had one hand at his throat. But to Makharov, and to the spectators, he was still ‘The Wizard of Ice’ whose game had been compared to a man eating fish. First he stripped off the skin, then he picked out the bones, then he ate the fish. Kronsteen had been Champion of Moscow two years running, was now in the final for the third time and, if he won this game, would be a contender for Grand Mastership.
In the pool of silence round the roped-off top table there was no sound except the loud tripping feet of Kronsteen’s clock. The two umpires sat motionless in their raised chairs. They knew, as did Makharov, that this was certainly the kill. Kronsteen had introduced a brilliant twist into the Meran Variation of the Queen’s Gambit Declined. Makharov had kept up with him until the 28th move. He had lost time on that move. Perhaps he had made a mistake there, and perhaps again on the 31st and 33rd moves. Who could say? It would be a game to be debated all over Russia for weeks to come.
There came a sigh from the crowded tiers opposite the Championship game. Kronsteen had slowly removed the right hand from his cheek and had stretched it across the board. Like the pincers of a pink crab, his thumb and forefinger had opened, then they had descended. The hand, holding a piece, moved up and sideways and down. Then the hand was slowly brought back to the face.
The spectators buzzed and whispered as they saw, on the great wall map, the 41st move duplicated with a shift of one of the three-foot placards. R-Kt8. That must be the kill!
Kronsteen reached deliberately over and pressed down the lever at the bottom of his clock. His red pendulum went dead. His clock showed a quarter to one. At the same instant, Makharov’s pendulum came to life and started its loud, inexorable beat.
Kronsteen sat back. He placed his hands flat on the table and looked coldly across at the glistening, lowered face of the man whose guts he knew, for he too had suffered defeat in his time, would be writhing in agony like an eel pierced with a spear. Makharov, Champion of Georgia. Well, tomorrow Comrade Makharov could go back to Georgia and stay there. At any rate this year he would not be moving with his family up to Moscow.
A man in plain clothes slipped under the ropes and whispered to one of the umpires. He handed him a white envelope. The umpire shook his head, pointing at Makharov’s clock, which now said three minutes to one. The man in plain clothes whispered one short sentence which made the umpire sullenly bow his head. He pinged a handbell.
‘There is an urgent personal message for Comrade Kronsteen,’ he announced into the microphone. ‘There will be a three minutes’ pause.’
A mutter went round the hall. Even though Makharov now courteously raised his eyes from the board and sat immobile, gazing up into the recesses of the high, vaulted ceiling, the spectators knew that the position of the game was engraved on his brain. A three minutes’ pause simply meant three extra minutes for Makharov.
Kronsteen felt the same stab of annoyance, but his face was expressionless as the umpire stepped down from his chair and handed him a plain, unaddressed envelope. Kronsteen ripped it open with his thumb and extracted the anonymous sheet of paper. It said, in the large typewritten characters he knew so well, ‘YOU ARE REQUIRED THIS INSTANT’. No signature and no address.
Kronsteen folded the paper and carefully placed it in his inside breast pocket. Later it would be recovered from him and destroyed. He looked up at the face of the plain-clothes man standing beside the umpire. The eyes were watching him impatiently, commandingly. To hell with these people, thought Kronsteen. He would notresign with only three minutes to go. It was unthinkable. It was an insult to the People’s Sport. But, as he made a gesture to the umpire that the game could continue, he trembled inside, and he avoided the eyes of the plain-clothes man who remained standing, in coiled immobility, inside the ropes.
The bell pinged. ‘The game proceeds.’
Makharov slowly bent down his head. The hand of his clock slipped past the hour and he was still alive.
Kronsteen continued to tremble inside. What he had done was unheard of in an employee of SMERSH, or of any other State agency. He would certainly be reported. Gross disobedience. Dereliction of duty. What might be the consequences? At the best a tongue-lashing from General G., and a black mark on his zapiska. At the worst? Kronsteen couldn’t imagine. He didn’t like to think. Whatever happened, the sweets of victory had turned bitter in his mouth.
But now it was the end. With five seconds to go on his clock, Makharov raised his whipped eyes no higher than the pouting lips of his opponent and bent his head in the brief, formal bow of surrender. At the double ping of the umpire’s bell, the crowded hall rose to its feet with a thunder of applause.

Kronsteen stood up and bowed to his opponent, to the umpires, and finally, deeply, to the spectators. Then, with the plain-clothes man in his wake, he ducked under the ropes and fought his way coldly and rudely through the mass of his clamouring admirers towards the main exit.

Het begin van hoofdstuk 7 van From Russia, With Love (1957) een van de vermaarde James Bond verhalen geschreven door Ian Fleming (1908-1964).



Ook in de verfilming (1963) van het boek speelt uiteraard deze schaakpartij (gebaseerd op een treffen Spasski-Bronstein) een belangrijke rol. Zie hier.