donderdag, juni 29, 2006





SUPERIEUR SCHAAK (1)

[Onder deze titel schreef ik medio 2005 een verslagje over de deelname van mijzelf en collega Erik Eefting van de Groninger universiteitsbibliotheek aan het sporttoernooi van OC en W., in mei van dat jaar. Hier volgt deel 1].

Enige weken geleden werd schrijver dezes (Albert Prins) benaderd met het verzoek deel te nemen, namens de RUG, aan het jaarlijkse OC en W sporttoernooi voor medewerkers van universiteiten en ministeries.
Aangezien deze vraag mij al eens eerder had bereikt en ik toen nee had gezegd, besloot ik dit jaar maar eens mee te doen, onder het motto: het kan nu nog.
Te vrezen valt namelijk dat dit toernooi (voor het eerst gehouden in 1947!) op zijn laatste benen staat en wel eens zou kunnen sneuvelen onder het bezuinigende bijltje van het kabinet Balkenende.
De organisatie was dit keer in handen van de de universiteit Utrecht, nadat de VU het geheel had laten afweten. Het onderdeel waaraan ik zou deelnemen was schaken, waarvoor ik als tweede man collega Erik Eefting vroeg. Andere onderdelen waren dit jaar, behalve nog een denksport (bridge): tennis, voetbal, volleybal en drie 'alternatieve' sporten: fietsen, kanovaren en jeu de boules. Bij dit laatste onderdeel zou collega Ulco Kooistra zijn niet geringe talenten inzetten, nadat, jammer genoeg voor hem, het onderdeel wijnproeven (waaraan ik natuurlijk ook graag had meegedaan!) was geschrapt.
Donderdagmiddag 19 mei verzamelde de Groninger ploeg zich, na eerst wat gekout op de de trappen van de universiteit, op de Ossenmarkt bij de bus die ons naar Utrecht zou brengen.
Zo’n drie uur later reden we inderdaad het terrein van hotel Mitland aan de Utrechtse Ariënslaan op. Het staat daar fraai tussen boom- en waterpartijen. De kamers werden geinspecteerd (tv, minibar, luxe badkamer, men kent dat wel) en daarna verkenden Erik en ik door middel van een kleine wandeling de omgeving, wat ons die avond laat nog goed van pas zou komen.
Om 20.30 u (!) vertrok het noordelijk gezelschap wederom per bus naar het centrum van Utrecht, waar we de laatste kilometer te voet aflegden (via,via) naar restaurant "Winkel van Sinkel" aan de Oude Gracht (naar me verteld werd een voormalig bankgebouw), alwaar we zouden dineren.
Over dit diner niets dan goeds: prima en heel lekker.Het duurde alleen drie uur: drie uur eten en babbelen, net zoals de heenreis drie uur babbelen was geweest; dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Zes uur converseren op één dag, dat vindt uw verslaggever persoonlijk wat veel.
Toen we geheel verzadigd naar buiten traden bleek het behoorlijk te regenen. "Taxi nemen", hoorde je hier en daar, maar wat gebeurt? Je begint gewoon te wandelen en je wandelt vervolgens vrolijk door. Het was zo’n drie kilometer terug naar het hotel. Vijftien minuten lopen stond in de paperassen. Een eenvoudig rekensommetje leert dat je dan twaalf kilometer per uur moet lopen, dus dat was onzin. Gelukkig herkenden we na voor een groot deel de Biltstraat te zijn uitgelopen opeens de omgeving, dankzij de korte wandeling van de middag daarvoor. Redelijk doorweekt (ik had twee paraplu’s meegenomen naar Utrecht, maar die lagen uiteraard in mijn tas op onze kamer) arriveerden we een half uurtje later bij Mitland, waar we ons met drassige stap, als juist uit de omringende wateren opgedoken moerasmonsters, door de gangen een weg baanden naar onze kamer.
(wordt vervolgd)

woensdag, juni 28, 2006


Opgave 4. Eén enkele krachtzet van wit en de zwarte stelling stort in. Hoe zien de volgende zetten er uit? (Oplossing van de opgaven 3 en 4 aanstaand weekend).

dinsdag, juni 27, 2006

Cardoso: een duik in de geschiedenis.



De Filippijnse schaker Rodolfo Tan Cardoso heeft in zijn loopbaan voor diverse opmerkelijke wendingen in de schaakgeschiedenis gezorgd. Omdat een en ander toen ik het voor het eerst las, me nogal intrigeerde, heb ik nog eens wat bij elkaar gezocht van het internet en uit mijn eigen schaakbibliotheek(je) en dat hier op een rijtje gezet.
Cardoso deed al mee (hij was toen 19 jaar en jeugdkampioen van de Filippijnen) voor zijn land aan de Olympiade in Moskou in 1956, waar hij aan het vierde bord 13 uit 17 scoorde.
In 1958 zorgde hij ervoor dat bij de Olympiade in München niet het Hongaarse team in de finale kwam, maar het Engelse, door in zijn partij tegen de Engelsman Penrose (zie diagram) een forse bok te schieten:
Hier hoefde hij (Cardoso) alleen maar het simpele 1.Tb8+ te spelen, om daarna de loper op c8 te slaan en de partij eenvoudig te winnen. Maar hij speelde Txc6?? en verloor later nog in plaats van winst te behalen.
Een tweede geval deed zich voor toen hij in Portoroz in het Interzonetoernooi (eveneens in 1958) van de befaamde David Bronstein won en laatstgenoemde daardoor net een half punt te kort kwam om door te gaan naar de tweekampen voor de wereldtitel. En dan te bedenken dat hij in maar liefst 58 voorgaande partijen in Interzonale toernooien ongeslagen was gebleven…Het betekende voor Bronstein min of meer het einde wat het in de buurt komen van het wereldkampioenschap betreft, ook al leek het er in 1964 op dat hij zich weer leek te plaatsen door zijn goede prestaties in het interzonetoernooi in Amsterdam, maar toen werd hij buitengesloten, (samen met landgenoot Stein) omdat niet meer dan 3 spelers uit hetzelfde land konden doorgaan. Hierbij kort de betreffende partij uit 1958:

CARDOZO (wit)- BRONSTEIN (zwart)

1. e4 d6 2. d4 g6 3. Bc4 Bg7 4. Ne2 Nf6 5. Nbc3 Nbd7 6. f3 c6 7. a4 a5 8. Bb3 O-O 9. Be3 e6 10. Qd2 Rb8 11. Nd1 b6 12. Nf2 Ba6 13. g4 c5 14. h4 h5 15. Ng3 hxg4 16. fxg4 d5 17. h5 c4 18. Ba2 c3 19. bxc3 Qc7 20. e5 Nh7 21. Nd3 g5 22. h6 Bh8 23. Nh5 Rbc8 24. Rc1 Qxc3 25. Qxc3 Rxc3 26. Bd2 Ra3 27. Bb1 Rxa4 28. c3 f6 29. Ng7 Ra1 30. Nf2 Rxb1 31. Rxb1 fxe5 32. Nxe6 Rc8 33. Rh3 exd4 34. Nxd4 Bxd4 35. cxd4 Rc6 36. Rbb3 Kf7 37. Rbe3 Ndf6 38. Re5 Re6 39. Rxe6 Kxe6 40. Rb3 Nd7 41. Nh3 Kf6 42. Nxg5 1-0.

Eine sensationelle Niederlage!
meldt het toernooiboek van Gligoric en Matanovic uit 1959, waarbij nog als bijzonderheid wordt meegedeeld dat tijdens een van de laatste kansen van Bronstein, die hij trouwens niet waarnam, ook nog door onweer het licht uitviel. Een ongeluk komt zelden alleen!
In zijn boek Entscheidungspartien uit 1972 vermeldt Ludek Pachman deze partij uiteraard ook. Na 27. Lb1 merkt hij op: "in diesem Augenblick war Bronstein dem ersehnten Aufstieg sehr nahe. Dazu reicht die selbstverständliche Abwicklung 27. ... Lxd3 28. cxd3 Txa4 29. Tc7 Td8, wichtig ist das hier der Lb1 nicht ins Spiel kommt, während er in die Partie bald eine starke Angriffsfigur wird." De stelling na de 27e zet van wit (diagram):

In ditzelfde toernooi had ook nog een andere Russische grootmeester moeite met Cardoso. In onderstaande stelling (diagram) hoefde Averbach (wit) alleen maar de lopers te ruilen met:
1.Lxf6 Kxf6 2. Kf4 en nu wint wit makkelijk dankzij de ‘verre’ vrijpion g6. Hij wilde het echter 'te mooi' doen en speelde 1. g7?? Daarna volgde 1. …Lxg7 2. Lxg7 Kd6 3. Lc3 Kc5 4. Kf5 b5 5. Lxa5 bxa4 6. bxa4, waarna wit niet meer winnen kan, omdat hij immers de ‘slechte’ loper heeft, die het promotieveld a8 niet bestrijkt.Ook Averbach kwam door deze remise een half punt te kort om door te gaan. Laat dezelfde Averbach nou een boek over eindspelen hebben geschreven, waarin ook bovenstaande problematiek uiteraard is opgenomen. De conclusie zou kunnen luiden dat ook hij maar een gewoon mens was!

maandag, juni 26, 2006





















Ingevingen door Caïssa (door Roelof Kroon)



Op 4 maart 2002 speelden we in de 6de ronde van de Nosbo-competitie een kansloze wedstrijd tegen Staunton 2. Volgens mij werd het iets van 5-3. In ieder geval liep ik tijdens de wedstrijd zoals wel vaker langs de borden.Opeens trof de partij Michel - Hovius (Staunton) mijn aandacht. Na de 53ste zet stond het als op bijgaand diagram. Wit heeft passief gespeeld en staat nu hopeloos. Maar opeens zag ik hier een wonderbaarlijke kans. Eerst het partijverloop: Baudewijn speelde hier 54. Pc2 en na 54. … Dg8 55. Ke1 Dg3+ 56. Kd2 Dxh3 57. Pe1 Dg3 58. Kd1 h3, gaf wit op.

Ik had geen tijd om bij de analyse na afloop van de partij aanwezig te zijn. Ik speelde een moeizame partij tegen de huidige NOSBO-voorzitter Piet Mulder.
Een paar dagen later heb ik de partij van Baudewijn opgevraagd. De grap is dat de partij volgens mij namelijk remise is. Je kunt een soort vesting opbouwen. Van cruciaal belang is dat het paard op e1 blijft en de loper vanaf g2 de pion op h3 dekt.
De zwarte dame kan via de a- en de g-lijn de witte stelling binnen komen.

Zwart heeft volgens mij drie strijdplannen:
1) Als de dame via de g-lijn naar binnen komt doet wit tempozetten met zijn koning op d2 en d1 (variant A).
2) Als de dame via de a-lijn komt, staat in eerste instantie de loper op e2 en kan de koning op f1 en f2 rondspelen. Als de dame naar e3 gaat speelt wit gewoon Pg2 (variant B).
3) Gaat de dame via de g-lijn naar de damevleugel, dan blijkt wit ook net de zetten Lg2-f1-g2 te hebben en indien de dame weer terug gaat naar f2 speelt wit Lg2-h1-g2 (variant C)

A. 54. Kf2 Dg8 55. Lf1 Dg3+ 56. Ke2 Dg1 57. Lg2 Kh7 58. Kd1 Kh6 59. Ke2 Kg5 60. Kd1 Df2 61. Lh1 Kxh5 62. Lg2
B. 54. Kf2 Da2 55. Kf1 Da1 56. Kf2 Dc1 57. Kf1 De3
C. 54. Kf2 Dg8 55. Lf1 Dg3+ 56. Ke2 Dg1 57. Lg2 Kh7 58. Kd1(58. … Df2 59. Lh1 Da2 60.Lg2 Db2 61. Lf1 Df2 62. Lg2 Kh6 63. Lh1)

Ik weet niet wat dat is. Je loopt gewoon langs een bord en ineens heb je zo’n inval. Misschien dat er mensen zijn die mijn remise theorie kunnen ontkrachten. Ik hou me aanbevolen.

Nog een voorbeeld. In de laatste ronde van het SO-ON toernooi in 2000 was nog één partij aan de gang: Markus (wit) - Pel . Na de 68ste zet stond de stelling van bijgaand diagram op het bord:

Ik keek naar de stelling en zag opeens een fraaie zet. In de partij speelde wit 69. Txb6?? en na 69. …Kxb6 70. Pd5+ Txd5 71. Kxd5 Kc7 werd het remise. Wit kon echter winnen door 69. Pd5! (de variant die ik via een ingeving zag was: 69. …Kxc6?? 70. d8P en mat!! Zwart kan zoals ik al snel opmerkte, beter 69. …Te4+ spelen, maar ook dan wint wit met 70. Kf6! (geen 70. Kf5?? want dan wint zwart met 70. … Kxc6 71. d8D Pd6+). Dit vermijdt 71.…Pd6+ en de promotie van de pion is winnend.

Een bijdrage van mede-clublid Roelof Kroon (waarvoor alle dank).


zondag, juni 25, 2006



Opgave 3. In deze stelling vond wit een verrassende zet die materiaalwinst oplevert. Welke zet was dat? De oplossing volgend weekend, samen met die van opgave 4 (komt een dezer dagen).

zaterdag, juni 24, 2006



Vorig jaar, begin juni, waren we een weekje in Denemarken op vakantie, om precies te zijn aan de Aalborgfjord. Op zekere dag voer bovenstaand schip voorbij. Zie ik dat goed.....?! (klik op de foto).

De oplossingen van opgaven 1 en 2.


1. Lasker-Capablanca, Moskou 1936. Zwart ziet kans de belangrijke witte vrijpion te ruilen en wint daarna eenvoudig door zijn materiële voorsprong: 1. ... c3! 2. Dc3x (als wit 2. a7? speelt, dan 2. ... Dd2+ 3. Kb1 c2+ en zwart wint) 2. ... Df1+ Kc2 3. Da6x en de zwarte koning heeft hoogstens nog last van van een enkel schaakje. Onze clubkampioen had de juiste oplossing al doorgegeven!



2. Tonoli-Vandenbroeck, Brussel 1967. Het is duidelijk dat de witte koning wat onprettig staat, maar als zwart meteen 1. ..., Tg2+ 2. Kh5 Tad2 zou spelen, met de bedoeling daarna Td8 en Th8, zou wit 3. Td7 doen en het plan van zwart verijdelen. Toch heeft zwart een aardige methode om een tempo te winnen, namelijk 1. ... Td8! (dreigt 2. ... Tg2+ 3.Kh5 Th8+ en wit gaat mat) 2. Kg3 Td1! (dreigt Tg1 mat) 3.Kg4 Tg2+ 4. Kh5 Td8 en er is mat in het verschiet, bijvoorbeeld 5. Kh6 Th8+ 6. Lh7 Th2. Op 2. h4 speelt zwart 2. ... gh4x 3. Tc7 Tg2+ 4. Kh3 Tg3+ 5. Kh2 (5. Kh4x Tg1 6. Tc6x+ Kg7 en wit kan niet veel meer) 5. ... Td2+ 6. Kh1 Tf3x en zwart wint. Je zult zo'n stelling maar hebben in tijdnood!

vrijdag, juni 23, 2006



In 2003 organiseerde de club een geslaagd evenement: een vierkampentoernooi dat (na 1998) voor de tweede keer plaatsvond. Hieronder is het affiche te zien, dat destijds naar de diverse clubs werd gestuurd.
In datzelfde jaar werd bovenstaande foto gemaakt. We herkennen (van links naar rechts): Klaas Dijkhuizen, Harm Buter, Albert Prins, Wopko Dijkema, (ex-lid) Jan Timmer en (rechts vooraan) Wim van Dijken.



Zomerreces voor Schaakclub Ten Boer, waarbij....


het nuttige met het aangename wordt verenigd....

Nieuwe leden? Nee, toevallige passanten in de tuin, die zich niet voor het 'Londens systeem' leken te interesseren! Je zou ze toch! Maar goed: vrijheid, blijheid! Moet kunnen!

donderdag, juni 22, 2006


Opgave 2. Zwart ging hier accoord met remise: misschien sloeg de schrik hem om het hart bij het zien van de witte mogelijkheid Tb6 en daarna Txc6+. Hij had echter kunnen winnen!! Hoe? Oplossingen van 1 en 2 aanstaande zaterdag.

woensdag, juni 21, 2006

Ik kan nog niet helemaal afscheid nemen van de Schaakkalender van het Proviciaal Groninger Schaakbond: daarom nog even een opgave, gevolgd door een partijgedeelte die mij troffen in de jaargang 1880, al was het alleen maar vanwege het, naar huidige maatstaven, nogal ongebruikelijke (maar daarom juist zo vermakelijke) commentaar.





Welk een voorteffelijk leer wij u hier mededeelen, kunt ge daaruit opmaken, dat ieder Zondagsschaker, ieder gek (vet van Albert) in staat is, dezen heerlijken zet te vinden, wanneer er nl. boven het eindspel staat: "in 3 zetten mat".

Deel dat geheim niet iedereen mede, niet alleen niet den gek, (alweer vet van Albert) die als hij dergelijke schaakproblemen heeft opgelost, dadelijk voor den spiegel gaat staan, om den uitstekenden schaakspeler, die hij denkt te zijn, van aangezicht tot aangezicht te zien.

Dan vervolgt het betoog nog met de mededeling dat ook wat ik maar de gewone schaker zal noemen, bij een schaakopgave niet "mat in drie" voorgezegd moet worden, omdat hij dan door het eindeloos proberen zo moe zou worden, dat hij vervolgens door iedere tegenstander onder de voet gelopen zou worden.

Dan nu nog het beloofde partijfragment:

dinsdag, juni 20, 2006

In het seizoen 2005-2006 heeft Schaakclub Ten Boer het behoorlijk gedaan in de 1e klasse A van de NOSBO. Op de website van de NOSBO (zie links) zijn de complete resultaten te zien; hier alleen de sterk verkorte eindranglijst:


1.Unitas 516 p (Kampioen)
2.Assen15 p
3.Van der Linde12 p
4.Ten Boer9 p
5.Haren 48 p
6.Veendam8 p
7.Bedum7 p
8.Groningen 57 p
9.DAC6 p (Degradeert)
10.Rochade2 p (Degradeert)

Ik speelde zelf een matig seizoen, met 3 uit 9, terwijl dat vorig seizoen nog 5 uit 7 was, zonder één nederlaag. Nu behaalde ik slechts 1 keer winst, speelde 4 keer remise en verloor eveneens 4 keer. Wel was de gemiddelde tegenstander nu sterker dan vorig seizoen: 1787 versus 1700.
Alles bij elkaar toch geen score om tevreden mee te zijn: dat moet beter, ook gezien de bedenkelijke daling in rating: van KNSB 1788 naar TPR 1674... Wat niet veel beter kon was de score van onze clubkampioen Roelof Kroon: met een score van 8 uit 9 zette hij een TPR van 2152 op de borden. Zo kan het dus ook...

maandag, juni 19, 2006






Schaakclub Ten Boer: een geheimzinnig verleden...



Ik ben in het gelukkige bezit van het (vermoed ik) vrij zeldzame tijdschrift Schaaknieuws dat in Noord- Nederland uitkwam in 1985 en al na de eerste jaargang ter ziele is gegaan. In een van de laatste nummers vermeldt Han Grüschke, waarmee ik op het schaakbord ooit in een ver NOSBO-verleden de degens heb gekruist en die vele jaren geleden een (o.a. schaakboeken)winkeltje dreef aan de voet van de Lebuïnuskerk in Deventer, enkele merkwaardige feiten. Van het schaakleven in de provincie Groningen in de 19e eeuw werd min of meer verslag gedaan in twee periodieken die ook al weer een kort leven beschoren was: Schaakkalender van het Provinciaal Groninger Schaakbond, dat verscheen van 1878-1880, en: Schaakkalender van het Noordelijk Schaakbond (1881-1887).
Welnu, in jaargang 1878, vermeldt Grüschke, wordt bij de opsomming van clubs in Groningen onder ‘ten Boer’ het bestaan van een club gemeld. Dat gebeurt overigens door alleen de 12(!!) leden te noemen. Dat waren: T. van Anken, J. Eikema, D. Hoek, D. Huisman, K. Klinkhamer, G. Reddingius, R.P. Reddingius, W.G. Reddingius, S.Sissingh, A. Schotanus, J.G. Sütherland en D. Pesman. Dat is natuurlijk niet niks: een club van 12 leden (momenteel, in 2006, hebben we er 15) in 1878-1879, in het zeer kleine dorp dat Ten Boer toen was. Bovendien weten we nu dat de straatnaam Reddingiusstraat in Ten Boer niet zomaar uit de lucht is komen vallen!
Des te groter moet dan de teleurstelling zijn als (alweer volgens Grüschke) in jaargang 1880, op de pagina’s VI-VII, te lezen valt onder Ten Boer: volgens schrijven van den heer Sütherland bestond de schaakklub uit de in den vorigen kalender genoemde leden, weshalve de klub toen ook is opgenomen, terwijl een later schrijven van den heer T. van Anken beweert, dat er geen klub bestaat.Ik heb persoonlijk een en ander natuurlijk even gecontroleerd in de Universiteitsbibliotheek in Groningen, die genoemde Schaakkalenders bezit: alles is zoals Grüschke heeft opgetekend. Allemaal tamelijk mysterieus!
Momenteel is het bestaan van de club niet twijfelachtig en is de club zelfs springlevend. We kunnen goed meekomen in de 1e klas van de NOSBO, de wekelijkse opkomst is groot en de clubsfeer laat weinig te wensen over!

zondag, juni 18, 2006


Opgave 1. De eerste opgave van een (hopelijk) hele reeks. Zwart heeft hier een winnende stelling. Hoe gaat het verder en hoe stopt hij pion a6? De oplossing over een week; je kunt eventueel bij comments de oplossing en je naam invoeren. (Klik op het diagram om het te vergroten)

zaterdag, juni 17, 2006

Eind mei eindigde de onderlinge competitie 2005-2006. Elk seizoen duurt van de eerste dinsdag in september tot en met de laatste dinsdag in mei. Schaakclub Ten Boer telt momenteel 15 leden, te weten (naam + rating (mei 2006), zoals te vinden op de KNSB-site) :



P(iet) Beetsma1761
M(arten) Berends1572
F(ré) Blok1313
H(arm) Buter1512
W(im) van Dijken1485
K(laas) Dijkhuizen1869
W(opko) Dijkema1508
J(an) Kroon1780
R(oelof) Kroon2057
B(audewijn) Michel1627
J(an) Pilon1717
A(lbert) Prins1788
G(erard) Zijlema1539



Daar komen dan nog de leden Erik Stam en Ad Mertens bij, die nog geen KNSB-rating hebben.
Jan Kroon gaat de club verlaten, zodat we deze goede schaker en steunpilaar in de externe competitie, vanaf volgend seizoen zullen moeten missen.


De persoonlijke resultaten èn die van de club zijn overigens ook terug te vinden op de website SCHAAKCLUB TEN BOER, bijgehouden door medeclublid Baudewijn Michel!


Clubkampioen Roelof Kroon wist dit seizoen zijn titel met glans te verdedigen, zoals blijkt uit de volgende eindstand van de onderlinge competitie (gespeeld deels volgens het Keizersysteem) :




1.R.Kroon612(23,5 uit 26)
2.K.Dijkhuizen501(20,5 uit 27)
3.A.Prins442 (17 uit 27)
4.J.Pilon366 (13,5 uit 25)
5.P.Beetsma311,5(12,5 uit 26)
6.B.Michel279(10 uit 21)
7.G.Zijlema263(11 uit 26)
8.W.Dijkema256(13,5 uit 31)
9.M.Berends233(8,5 uit 21)
10.H.Buter217      (10,5 uit 26)
11.E.Stam192(9 uit 25)
12.W. van Dijken187(8 uit 18)
13.A.Mertens179,5(7,5 uit 25)
14.F. Blok132,5(3 uit 16)

In deze resultaten is Jan Kroon niet opgenomen, wegens het spelen van een onvoldoende aantal partijen. Zijn score was trouwens 327 punten (7 uit 10).

vrijdag, juni 16, 2006


Al op deze foto (Coevorden 1961) is te zien dat we hier met een schaker in wording te maken hebben. Duidelijk is hier immers al de typische schaakhouding waarneembaar en dat terwijl er geen bord en stukken in de buurt zijn!