Posts tonen met het label Studiecomponisten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Studiecomponisten. Alle posts tonen

dinsdag, mei 27, 2014

Nogmaals Henri Rinck




Voorzichtig laverend over het Internet (je weet het immers maar nooit) stuitte ik weer eens, via via, op een bijzonder fraai voorbeeld van het kunnen van de Franse tovenaar (op schaakgebied dan) Henri Rinck (1870-1952). Ik geloof absoluut niet in tovenaars, maar Rinck is misschien toch een uitzondering. Het gaat om bovenstaand diagram en de opgave (uit 1922) luidt, zoals zo vaak: wit speelt en wint.


Oplossing:

1. Ta8!! Da2! [alle andere zetten verliezen meteen:

1. ...Dxa8 verliest na de röntgenaanval 2. Lf3+
2. ...Dh7 verliest na 2. Lg6 Dxg6 3. Ta6+
3. ...De6 verliest na 2. Ta6+
4. ...Dd5 verliest na 2. Lf3
5. ...Dc4 verliest na 2. Tc8+]

2. Txa4!! Dg8

[2. ...Dxa4 verliest na 3. Le8+]

3. Ta8!! Dh7

[3. ...Dxa8 verliest na 3. Lf3+]

4. Lg6! Dxg6 5. Ta6+ (1-0)

Ik vond een en ander in Chess Tactics and Combinations, van Dave Regis, aan te treffen  bij de downloads op de mooie website van de Exeter Chess Club die zo te zien veel jeugdschaak in zijn programmering doet: net als Peijnenburg, maar dan anders.


Short, violent (!) games of chess: die willen we allemaal wel afleveren, ofschoon het jammerlijke beeld van de zwarte koning die hier zijn hals doorgeprikt krijgt, toch tot nadenken stemt.


maandag, september 29, 2008

Oplossing eindspelstudie 36 (van 23 september)

Wit (aan zet) wint!

Oplossing: het betreft een studie van T.R. Dawson (Magyar Sakkvilag, 1929)

Wikipedia:

Thomas Rayner Dawson, British Chess Problemist (28 November 1889 Leeds - 16 December 1951).
Thomas Dawson published his first problem, a two-mover in 1907. His chess problem compositions include 5,320 fairies, 885 direct mates, 97 self mates and 138 endings. 120 of his problems have been awarded prizes and 211 honorably mentioned or otherwise commended. He cooperated chess composition with Charles Masson Fox.
Dawson invented many fairy pieces and new conditions. He introduced the popular fairy pieces, grasshopper, nightrider and many other fairy chess ideas.
He was founder editor (1922-31) of The Problemist, the journal of the Britisch Chess Problem Society. He subsequently produced The Fairy Chess Review (1930-51), which began as The Problemist Fairy Chess Supplement. At the same time he edited the problem pages in The British Chess Magazine (1931-51).

Albert: Een biografie / in memoriam verscheen in 1952 in de Fairy Chess Review:

1. Ta4 Ke8 2. Th4 Te5+ 3. Kd2 Kd8 4. Ta4 Td5+ 5. Ke3 Ke8 6. Th4 Te5+ 7. Kd4
en wit wint! Je kunt hier wel spreken van 'gracieuze schaakbewegingen'!

Alberts SchaakBlog
moest het een keertje zonder ontvangen oplossingen doen. Niet getreurd, volgende keer beter!

zondag, juli 06, 2008

Toch nog meer over Sergei G. Shigis (Zhigis)

Gisteren meldde ik nog bij de oplossing van studie 31 dat ik helaas niet meer gegevens over de componist kon melden dan zijn naam. Al doorzoekend echter, ook met de niet geringe hulp van de directeur-webmaster en tegelijk enige werknemer van de site Foppygames (computerspellen (zie algemene links), waar overigens al geruime tijd niet aan is gewerkt, wegens andere tijdrovende hobbies), doken toch iets meer details op.
Tot dan had ik gezocht met de transcriptie Shigis, of met de variant Schigis, maar nu werd ook de variant Zhigis in de strijd geworpen en dat gaf resultaat, zij het nog steeds in bescheiden mate, maar dat zal liggen aan het feit dat er gewoon niet meer is....

In de elektronische variant van het schaaktijdschrift EG, jrg. VI (maart 1988) nr. 91, p. 328 (of p. 8 v.d. elektronische versie) verscheen een artikel van de hand van Gennady Novikov, dat over de componist handelde! Hier stond ook een aantal studies bij, maar die heb ik , omdat het me nu even om de man zelf ging, hier niet meegenomen. Hopelijk neemt de auteur me dat niet kwalijk.
Uit het onderstaande blijkt waarom ARVES niet beschikt over geboorte- en sterftejaar: er is namelijk over Zhigis uiterst weinig bekend!

SERGEI G. ZHIGIS
by Gennady Novikov, Minsk

In 1927 "64" published a study (Nl) by the hitherto unknown composer C.G. Zhigis from the town of Vitebsk in Byelorussia. V. Platov and A. Selesniev, joint editors of the studies section, drew chessplayers' attention to its qualities of excellence and originality.
That was how the Byelorussian composer Sergei Zhigis first drew attention to himself. He came to composition one might say headlong. It was only in 1926 that the editors' correspondence column had advised the young composer to pay attention to the technique of study composing, but in the 1927-28 period no fewer than six of Zhigis' studies were published by "64". [.........]

More than a score of Sergei Zhigis'studies appeared in "64", "Shakhmatny listok", and the pages of "Zadachy i etyudy". He also composed some draughts problems. He reached his peak around 1929-30,when most of his studies known today were published. Thereafter his activity sharply declined. Only two studies appeared after the period 1931-36: one in the newspaper "Rabochy", the other took 2nd Hon. Mention in the tourney held for the Third International Chess Tournament.

There are many blank pages in Zhigis' life. His place and date of birth are unknown, as are his occupation and the reason he ceased composing.

When one looks at Zhigis' studies from a contemporary standpoint one notices an average level of quality with the occasional sparkling interlude.
It is clear that the composer did not seek brilliant new positions but devoted himself to perfecting the ideas already known at that time. [.........]


In hetzelfde EG, maar dan in jrg. IV (apr. 1981) nr. 64 staat op pagina 408 (p. 4 v.d. elektronische versie) ook een artikel over Zhigis, getiteld JIGISSAW van de hand van J. Vandiest. De titel is duidelijk een woordspeling op de naam Zhigis, maar dan in een alweer andere transcriptie (Jigis).

Voor het archief van EG zie: http://www.gadycosteff.com/eg/eg.html

donderdag, april 03, 2008

Oplossing eindspelstudie 26 (van 30 maart)

Eindspelstudie 26 is een miniatuur en ook weer een hele fraaie. Terwijl zwart zijn vrijpion laat opmarcheren (en dame haalt!),houdt wit (aan zet) 'gewoon' REMISE!!

We hebben hier te maken met de befaamde eindspelcomponist Alexei Alexejewitsj Troitski (1868-1942). Ik citeer even uit het boek De magische schaakfiguren van Hans Bouwmeester en F.A. Spinhoven (Utrecht enz., Het Spectrum, 1976) : Troitski kan als de grondlegger der moderne eindspelstudie worden beschouwd. Hij streefde ernaar in de studie ideeën tot uitdrukking te brengen die ook in de praktische partij kunnen voorkomen. ...... Op het bord mogen volgens Troitski, geen stukken voorkomen die niet bij de oplossing van belang zijn. De studie zal aan inhoud winnen waneer de andere partij, dus meestal zwart, zoveel mogelijk tegenspel kan bieden. Studies, zegt Troitski in zijn richtlijnen die hij in 1910 in het blad Niwa publiceerde, moeten afkomstig zijn uit de praktische partij, of ze moeten, indien ze bedacht zijn door de componist, stellingen weergeven die uit de praktische partij hadden kunnen ontstaan.

Alexei A. Troitski

Bouwmeester vermeldt nog dat er drie perioden zijn geweest waarin Troitski zich met componeren bezighield en dat T. ook gedurende vele jaren eigenlijk geen contact met de schaakwereld had omdat hij dan in afgelegen gebieden woonde (hij was houtvester van beroep). In 1924 verscheen zijn boek 500 Endspielstudien. In 1968 werd een gedeelte van zijn studies uitgebracht, onder de titel 360 Brilliant and Instructive End Games (Dover Publications) en uitgeverij Olms bracht in 1992 een Collection of Studies op de markt, met een supplement over de theorie van het eindspel van twee paarden tegen een pion, ook wel de Troitzky line genoemd. De Engelse grootmeester John Nunn heeft deze Troitzky line uitgebreid geanalyseerd en verklaarde in 1995: "the analysis of Troitsky is astonishingly accurate". In totaal heeft T. zo'n 1000 studies gemaakt. Hij kwam om het leven tijdens het beleg van Leningrad in 1942.

Bovenstaande studie komt overigens in Bouwmeesters boek niet voor.

De oplossing luidt:

1. Pc6! (1. Pd7 d3 2. Pf6 Lb8+! [op 2. ... d2 volgt 3. g3+ Kg5 4. Pe4+=] 3. Kg1 d2 en zwart wint) ... d3 (1. ... Lb6 2. Pxd4 Lxd4 3. g4=) 2. Pxa7!! (ook dat kan wit zich nog veroorloven: inplaats van vliegensvlug achter de vrijpion aan te gaan, eerst nog even 'rustig' teruggaan om de loper onschadelijk te maken; verder is nog mogelijk: 2. Pe5 d2 3. f4! Lg1+! [ 3. ... d1D? 4. g3 mat] en zwart wint) .... d2 3. Pb5! d1D 4. Pc3 Dd6+ 5. Kh1 (5. Kg1 Dc5+ en zwart wint) ... De6 (natuurlijk niet 5. ... Kg5 of Kf4, wegens 6. Pe4+ en wint) 6. Pe4= en wit heeft een klein fort tot stand gebracht. Zwart kan niet meer winnen.

zondag, maart 02, 2008

Oplossing 'dubbel'opgave 149 (van 26 februari)

Weer eens iets anders: in opgave 149 staan zowel wit als zwart op winst(!): m.a.w.: wie aan zet is, wint. Het gaat hier overigens niet om een partijstelling, maar om een compositie.

1) Hoe wint wit (aan zet) vanuit bovenstaande stelling?
2) Hoe forceert zwart (aan zet) de winst?

Alberts SchaakBlog prijst zich gelukkig weer een antwoord van Klaas (Dijkhuizen) van Schaakclub Ten Boer te hebben ontvangen, ook al is het dan weer een echt Klaas-antwoord, wat wil zeggen: superkort. Maar hij is in ieder geval van de partij en daar gaat het natuurlijk om.

1. Txe5 2. Dxb2 Klaas, 29 februari 2008 22:46

Dat is wat hij opstuurde en het liegt er niet om. Het zijn inderdaad deze twee sleutelzetten die het begin van de goede antwoorden vormen, maar er is nog wel iets aan toe te voegen:

Oplossing van deze 'dubbel'opgave:

a. Wit aan zet:

1. Txe5! (1. exf7+? Kf8!; 1. T5c2? Df3) ... Lxe5 2. Dxf7+ Kh8 3. Dh7 mat.

b. Zwart aan zet:

1. ... Dxb2+!! (1. ... Pc4? 2. Tc2!) 2. Kxb2 Pc4+! 3. Kc2 (of Kb1) Pa3 mat.

Het betreft hier een compositie van de Rus Maxim Vladimirovitsj Blok (geboren in Moskou in 1960) . Ik trof de opgave aan in een door hem samengesteld, bijzonder aardig boek: The Art of Combination (Seattle: International Chess Enterprises, 1994). In dit boek zijn maar liefst 1400 combinaties bijeengebracht (composities en partijgedeelten).

Aan het onvolprezen Internet ontleen ik de volgend gegevens:

Maxim Blokh was born in Moscow, in 1960, and has been taking part in chess competitions since 1969. His best result in over-the-board competitions is second place in the 1992 Moscow Championship (Morozevich came in first). Since 1985 he has taken part in correspondence chess competitions. In 1998 he obtained the ICCF grandmaster title, and his current ICCF rating is 2620.
Maxim Blokh has worked as a chess coach in Moscow for the past 20 years. The grandmaster-to-be Alexander Grischuk was his pupil.


En dan laten we natuurlijk Ph. Geluck nog even aan het woord:

donderdag, februari 07, 2008

Oplossing eindspelstudie 22 (van 1 februari)

Een mooie studie, die toch niet al te moeilijk is. In mijn bron wordt dan ook gesproken van een 'lichter menu' (dit in contrast met de studie die eraan voorafgaat en wellicht wat 'zwaar op de maag zou liggen'.

Wit speelt en wint!

Oplossing:

Het betreft hier een eindspelstudie van de Nederlandse componist Johan J. van den Ende, die in 1902 in Nisse, bij Goes, werd geboren. In 1934 werd hij notaris in Zierikzee, waar hij aansloot bij de plaatselijke schaakvereniging. Hij werd daar veertien keer kampioen en ook zes maal kampioen van de Zeeuwse hoofdklasse. Ofschoon hij dus tot de sterkste spelers van Zeeland behoorde, boeide uiteindelijk het eindspel hem het meest. Al in de 20er jaren van de vorige eeuw werden er enkele studies van hem gepubliceerd. In totaal heeft hij er zo'n 350 gemaakt, waarvan er ca. 100 zijn gepubliceerd. Hij won er ook vele prijzen en onderscheidingen mee. Johan van den Ende is in Zierikzee in 2002 overleden.

Bovenstaande gegevens haal ik uit het voorwoord (door F.A. Spinhoven) van een bundeling van vijftig van zijn studies, uitgekomen onder de titel Geschift werk: een selectie uit door J.J. van den Ende samengestelde schaakstudies. Het werd uitgegeven door de schaakclub Zierikzee in 1982 en telt 63 pagina's. De eindspelstudie waar het hier over gaat is nr. 26 in bovengenoemd boekje.

Terug nu naar deze studie (gepubliceerd in het Tijdschrift van de KNSB in 1935):

1. c7 ("zeer voor de handliggend" vermeldt het boekje: "op elke andere zet van wit volgt 1. ... Le5 met remise") ... La3+ ("vanzelfsprekend") 2. Kg8 b2 3. Lg6! ("de sleutelzet") ... Kxg6 4. c8D b1D 5. Dg4+ Kh6 6. Dh4+ Kg6 7. Dh7+ ("met winst van de zwarte dame op b1").

Roelof Kroon (SC Ten Boer) was zo vriendelijk een antwoord in te zenden, dat bovendien helemaal goed was (dank voor een en ander):

Misschien: 1. c7 La3+ 2. Kg8 b2 3. Lg6 Kxg6 4. c8D b1D 5. Dg4+ Kh6 6. Dh4+ Kg6 7. Dh7+ Roelof, 6 februari 2008.

woensdag, juli 25, 2007

Nogmaals: le Roi Emprisonné (de Gevangen Koning)


In de posts van 20 en 25 augustus 2006 heb ik het gehad over het thema van de opgesloten koning, treffend in beeld gebracht door bovenstaande tekening, ten behoeve van dit weblog belangeloos vervaardigd door mijn vrouw. Ik meldde destijds dat het thema zowel in de praktische partij als ook in de schaakcompositie voorkomt.

Als voorbeeld van het thema in een echt gespeelde partij, gaf ik onderstaande stelling (het betrof toen opgave 21):

De opgave luidde: Zwart speelt en wint!

Oplossing: Pachman - Welling (1973)

1. ... Tc7+ 2. Kg8 Tc8+ 3. Kg7 Th8!! (het verrassende motief van de opgesloten koning!) 4. Kxh8 (of 4. h3 Ke7 5. h4 Ke8 6. h5 Ke7 7. h6 Ke8 8. Kf6 Txh7 9. Kg6 Th8 10 Kg7 Tf8 11. h7 Th8!! en we hebben het zelfde motief weer) ... Kf7! 5. b4 axb3 6. a4 b2 7. a5 b1D 8. a6 Db2 mat!

Onlangs kwam ik een heel fraai voorbeeld tegen van hetzelfde thema in een eindspelstudie van de hand van J(ohann) Berger (1845-1933), die als partijspeler èn als probleemcomponist naam heeft gemaakt. Ik trof de studie aan in een aardig boek geschreven door Helmut Roth: Der Schachkomponist Johann Berger als Schachtheoretiker und Partiespieler. - Graz etc.: Stocker, 1982.

Johann Berger
(foto ontleend aan de ARVES-website)

J. Berger "Theorie und Praxis", 1890

Wit (aan zet) houdt remise!

Oplossing: f4! Kc7! (1. ...gxf4 2. h4; 1. ... a5 2. f5 Kc7 3. fxg6!; 2. ...gxf5 3. h4 a4 4. hxg5!; 3. ... gxh4 4. g5!) 2. fxg5! a5 3. Kg3! a4 4. Kh4! a3 5. g3! a2 en pat! Heel bijzonder!

Een opmerkelijk geheel, ook omdat we hier niet te maken hebben, zoals bij Pachman-Welling, met het opsluiten van de tegenstander, maar met een geval van het zichzelf achter slot en grendel zetten, om remise te bereiken! Wit doet, om het zo maar eens te zeggen, op eigen initiatief en voorgoed de celdeur achter zich dicht. Waar zie je dat nog tegenwoordig?

zaterdag, juli 07, 2007

Schitterende eindspelstudie (12)

Ik vind het jammer dat ik de heel bijzondere wereld van de eindspelstudies pas heel kort geleden heb ontdekt. Ik schaak al sinds 1961-62 en enkele weken geleden ben ik er eigenlijk bij toeval 'ingerold'. Maar goed, beter laat dan nooit!

Het moet een aparte gave zijn om dergelijke kunstwerkjes samen te kunnen stellen, die er dan bovendien in de beginstand ook nog als vokomen 'normale' stellingen uitzien.

Ik heb, zoals ik enkele dagen geleden meedeelde, besloten elke week er één op mijn weblog te zetten. De laatste was studie 11, waarvan men een oplossing kan opsturen en waar inmiddels ook (en goed!) op is gereageerd.

Als voorbeeld van een zeer geslaagde compositie wil ik de volgende studie van Wladimir Bron op Alberts SchaakBlog zetten, met het antwoord erbij.


W.A. Bron

Over de componist meldt de Duitse Wikipedia:

Wladimir Akimowitsch Bron (14 sptember 1909 - 1 oktober 1985) war ein russischer Schachkomponist. Im Alter von elf Jahren erlernte Bron das Schachspiel. Aber erst 1920 nach seiner Übersiedelung nach Charkow begann er im Schachklub der Stadt, der von Alexej Alexandrowitsch Aljechin, dem Bruder Alexander Aljechins geleitet wurde, sich systematisch mit der Schachliteratur zu befassen. 1928 bis 1946 traf er am Schachbrett auf eine Reihe sowjetischer Meister. Allerdings fühlte er sich mehr zur Schachkomposition, besonders zu den Studien, hingezogen.

1924 publizierte Bron seine erste Aufgabe, zwei Jahre später errangen zwei seiner Studien erste Auszeichnungen. Wesentliche Impulse gaben in den Jahren 1930 und 1931 sein Zusammentreffen mit Leonid Kubbel und seit 1927 seine Freundschaft mit Korolkow.
Bron war ab 1956 Internationaler Schiedsrichter für Schachkomposition und seit 1976 Grossmeister für Schachkomposition. Er komponierte etwa 400 Studien sowie mehr als 600 andere Schachkompositionen. Unter den etwa 440 Auszeichnungen, die er dafür erhielt, befanden sich 80 Preise.
In Drei- und Mehrzügern bevorzugte Bron Mustermatts, wobei er unbemerkte, mit Hilfe des schwarzen Königs stattfindende Schließung ausarbeitete. Seine Lieblingsgattung waren jedoch die Studien, in denen er versuchte, beiderseitig vollwertiges Spiel, feinsinnige Motivation der Züge, Originalität und Gedankentiefe einzubringen. Er arbeitete dabei die Themen der weit voneinanderstehenden Bauern, aufeinanderfolgender Synthese, Dauerschachdrohung sowie Gegenfelder der Könige aus.


Wit wint!

Wit staat drie pionnen voor, maar moet nog de meest fraaie zetten doen om te winnen!

1. Te5! (meteen al een donderslag bij heldere hemel: andere zetten leiden hoogstens tot remise, bijvoorbeeld 1. b7 Txd6+ 2. Kg5 Tb6 3. Te7 Txb7! en remise wegens pat als wit de toren neemt; of 1. Te6 Txd6! en alweer remise) ... Txe5 2. d7! (2. ... Te8 kan nu niet en 2. ... Td5 wordt gevolgd door 3. b7 Txd7 4. b8D Th7+ 5. Kg6(!) en wit wint) ... Te6+ 3. Kg5! (voor het slagen van de witte plannen moet de koning de velden h6, g6 en f6 onder controle houden) ... Txb6! (hierop is de zwarte verdediging gebaseerd, omdat zwart immers, na een ondoordacht 4. deD? PAT zou staan!). Maar wit speelt: 4. d8P!! en zwart, die aan zet is, kan alleen met de toren spelen en die kan maar liefst naar 9 velden, maar op elk veld gaat de toren vervolgens verloren!
Deze studie bevat niet alleen een paar meesterlijke zetten van wit, maar ook nog een mooie pointe voor zwart (3. ... Txb6!) en dat is een belangrijk punt: een studie wint uiteraard aanzienlijk aan kracht en maakt des temeer indruk als ook het tegenspel sterke punten bevat (beiderseitig vollwertiges Spiel, zie boven)!

maandag, juli 02, 2007

Oplossing eindspelstudie 10

Wit (aan zet) wint!

Oplossing: het betreft hier een niet zo eenvoudige, maar wel hele fraaie

studie van de befaamde eindspelcomponist Henri Rinck, het eerst gepubliceerd in de Deutsche Schachzeitung (1907).

Uit de Wikipedia haal ik het volgende:

Henri Rinck was a French chess study composer, considered one of the most important early figures in the field.
He was born in Lyon, where his family were brewers. He graduated in chemistry from Munich Technical School, but moved to Barcelona, Spanje, in around 1900, spending most of his life there. He published several editions of his studies, each one containing the entire contents of its predecessor, plus his newer compositions . The final edition, 1414 Fins de partie (1952) contains his entire output, and came out a few days before his death.

Henri Rinck (1870-1952)

Roelof Kroon (SC Ten Boer) vond het een zo mooie studie dat hij, ondanks mijn mededeling dat er geen oplossing hoefde te worden opgestuurd, het er toch op waagde. Ik ontving de volgende mail van hem (waarvoor natuurlijk toch mijn dank):

Beste Albert,
Mag ik je wel een oplossing opsturen? Ik vind de studies namelijk erg leuk. Bij deze studie is de geometrie van het schaakbord erg grappig. De witte loper dekt nu de velden b3 en b1. Verder is veld b2 niet op tijd toegankelijk voor de zwarte toren omdat hij dan eerst de loper op c2 moet slaan. Wit speelt volgens mij eerst 1. b5-b6. Na 1... Te3xe5 herstelt wit weer de geometrie met 2. Lc2-d3. Om de b-pion te stoppen, zijn helaas de velden b1 en b5 niet toegankelijk doordat de loper er naar kijkt. De velden b2 en b4 zijn niet op tijd bereikbaar doordat de loper op d3 de velden e2 en e4 controleert. Om naar b3 te komen heeft zwart een tempo te veel nodig doordat hij eerst de loper op d3 moet slaan. b6 is niet toegankelijk omdat na 2... Te5-e6 3. Ld3-c4+ volgt; b7 en b8 kan zwart niet controleren omdat de toegangsvelden e7 en e8 door de koning op f8 gecontroleerd worden. Na 2... Te5-h5 volgt 3. Ld3-c4+ en de loper kan terug naar g8. Kortom de b-pion lijkt niet te stoppen. Groet, Roelof, juli 01, 2007

Albert: Dit is allemaal juist. Alleen moet er nog een aspect aan toe gevoegd worden, waardoor de compositie nog aanzienlijk mooier wordt. Dat is natuurlijk het aardige, als je, zoals ik, het antwoord bij de hand hebt, ook al is dat in dit geval tamelijk beknopt.

1. b6 Txe5! 2. Ld3! Th5 (zoals Roelof al aangeeft, is Te6 fataal, wegens Lc4+ en de toren valt) 3. Lc4+ Ka1! 4. b7 Th7 (op 4. ... Th8 volgt nu natuurlijk Lg8 en wit wint) 5. Lf7!! Th8+ (hier zou op 5. b8D? volgen: 5. ... Tf7+!! en er ontstaat een 'dolle toren' die de witte koning voortdurend schaak blijft geven: de koning of de loper kunnen niet nemen wegens pat! De witte koning zou dus naar c8 kunnen lopen, waarna zwart zelfs Td8 met schaak speelt en wit moet alsnog nemen of zijn dame laten slaan, met remise als gevolg! Het antwoord dat ik tot mijn beschikking heb geeft dit allemaal niet, maar dit is nu net de clou van 3. ...Ka1!) 6. Lg8 en wit wint.

Er kan nog aan worden toegevoegd dat 1. Ld3? niet wint, omdat zwart het als volgt speelt: 1. ...Txd3! 2. e6 Tf3+! 3. Kg7 (als wit zijn e-pion blokkeert, volgt meteen Tb3 en zwart bereikt remise) ... Tg3+! 4. Kf6 Tf3+! 5. Ke5 Tb3 en remise.

zondag, juni 17, 2007

Brood - Schaken en .... Oldrich Duras

De laatste tijd zijn er meerdere artikelen in de pers verschenen over schaken en ... (last but not least) pokeren. Sterke schakers (anders valt het natuurlijk ook niet op) hebben het pokerspel ontdekt als methode om wat bij te klussen.

Gisteren nog las ik in de Volkskrant een artikel waarin wordt gesteld dat de nummer 10.000 in de pokerwereld meer verdient dan een gemiddelde grootmeester.
Nu zal het wel aan mij liggen, maar het is iets waar je even aan moet wennen. Je hebt (ja, ook als bescheiden amateur) altijd een zeker idee over het schaakspel gehad. Laat ik kort en duidelijk zijn: ik beschouw het schaken als een spel dat iets meer voorstelt dan andere spellen en ik maak me sterk dat eigenlijk alle schakers dat doen. Toen Donner het had over dammen als "dat platte spel" bedoelde hij toch echt iets meer dan alleen een woordgrapje. Om het met andere woorden te zeggen: veel schakers plaatsen (en misschien wel terecht) het schaken een beetje op een voetstuk.

Als dan nu ineens toppers uit de schaakwereld (Van Wely, Grisjoek e.a.) zich ijverig op het pokeren gaan toeleggen, komt dat wat onverwacht over. Internationaal grootmeester en zesvoudig Nederlands kampioen schaken Loek van Wely wil over een jaar zelfs professioneel pokeraar zijn. "Ik blijf daarnaast ook schaken, maar met poker is veel meer te verdienen. Als ik op het niveau zou kunnen pokeren waarop ik nu schaak, dan kan ik mijn inkomsten minimaal vertienvoudigen." (bron: NRC van 5 juni 2007).

Het zal allemaal best maar ik ervaar zo'n bericht op de een of andere manier toch als iets dat aan het schaken wat afbreuk doet, of er ergens iets wringt.

Misschien is het overdreven en kun je er ook anders tegenaan kijken en het een schande vinden dat zulke sterke spelers zich moeten 'verlagen' om het hoofd boven water te kunnen houden. Maar ja, schaken zal nooit volle stadions trekken met tienduizenden juichende supporters die samen gezellig de wave inzetten en dus zijn de consekwenties ernaar. Daarin zit ook weer enige logica.
In ieder geval doet het je maar weer eens beseffen dat er hoe dan ook brood op de plank moet komen en dat schaken puur als hobby ook wel iets heeft... (als het brood er dus al is!)

Aan dat voedsel op de plank bij schakers moest ik ook even denken toen ik tijdens mijn pas onlangs begonnen speurtocht naar schaakstudies 'stuitte' op de Tsjech Oldrich Duras (1882-1957).


Hij was een vooraanstaand toernooispeler van 1905 tot WO I. Onder zijn successen zijn gedeelde 1e prijzen in Wenen 1908 (met Schlechter en Maroczy), Praag 1908 (weer gedeeld met Schlechter) , een derde prijs in het grote toernooi in St. Petersburg (1909) en weer een 1e in Breslau 1912 (gedeeld met Rubinstein). Verder werd hij drie keer Tsjechisch kampioen (1905, 1909 en 1911). In de jaren '50 werd hem, op basis van eerdere resultaten door de FIDE de titel van grootmeester toegekend.

Verder werd hij bekend als schaakstudiecomponist en daar gaat het aan het eind van dit artikeltje om.

Maar waar blijft nou dat brood zal de lezer zich afvragen... Wel, op het Internet (waar anders) las ik ergens dat Duras in 1914 met een rijke vrouw trouwde en zich toen uit het actieve schaakleven (niet echt zijn hobby dus) terugtrok... Zo kan het dus ook, maar zoveel geluk(?) is natuurlijk niet voor iedereen weggelegd, zelfs niet als men een heel goed schaker is. Dan in vredesnaam maar pokeren...

Nu naar de schaakstudies!

Studie 7

O. Duras
(Časopis Československý šach, 1923)
Wit is aan zet en wint

Een prachtige eindspelstudie! Na 1. Lxf5 Kf3 2. h4 Kxf4 3. Lg6 Kg4 4. h5 Kg5 zou zwart makkelijk remise houden, omdat de witte loper het promotieveld niet beheerst: de zg. loper van de verkeerde kleur. Het moet dus anders!

De goede oplossing staat wat lager, zodat de lezer gelegenheid heeft (indien gewenst uiteraard) eerst zelf even te kijken! 



**********


Oplossing: 1. Lg2! (lijkt in eerste instantie de minst voor de hand liggende zet, maar hij verhindert wel Kf3!) ... Ke3 (lijkt het enige) 2. h4 Kxf4 3. Lf3! (verhindert Kg4) ... Ke5 (3. ... d2 4. Kxd2 heeft voor zwart ook geen zin) 4. h5 Ke6 5. Ld5+! (een tamelijk hardnekkige loper, die steeds de beslissende velden voor zwart blokkeert, terwijl nemen door zwart steeds geen optie is) ... Ke7 6. h6 en wint. De witte koning komt nu in actie, slaat de zwarte pionnen van het bord en grijpt beslissend in.