Mijn naam is Albert Prins. Ik schaakte bij SC Ten Boer van 1976 tot het einde van de club (terugloop van het ledental) op 26 mei 2015, na eerder te hebben gespeeld bij SC Helpman (1964-1967 en 1970-1975) en bij Het Kasteel in Coevorden (1962-1963 en 1968-1970). Vanaf september 2015 schaak ik bij SV Lewenborg. Met dit weblog begon ik medio 2006.
Eigen foto: Aalborg Fjord (Langerak), Denemarken, 8 juni 2005; 09:52
Oplossing: het betreft hier een niet zo eenvoudige, maar wel hele fraaie
studie van de befaamde eindspelcomponist Henri Rinck, het eerst gepubliceerd in de Deutsche Schachzeitung (1907).
Uit de Wikipedia haal ik het volgende:
Henri Rinck was a French chess study composer, considered one of the most important early figures in the field. He was born in Lyon, where his family were brewers. He graduated in chemistry from Munich Technical School, but moved to Barcelona, Spanje, in around 1900, spending most of his life there. He published several editions of his studies, each one containing the entire contents of its predecessor, plus his newer compositions . The final edition, 1414 Fins de partie (1952) contains his entire output, and came out a few days before his death.
Henri Rinck (1870-1952)
Roelof Kroon (SC Ten Boer) vond het een zo mooie studie dat hij, ondanks mijn mededeling dat er geen oplossing hoefde te worden opgestuurd, het er toch op waagde. Ik ontving de volgende mail van hem (waarvoor natuurlijk toch mijn dank):
Beste Albert, Mag ik je wel een oplossing opsturen? Ik vind de studies namelijk erg leuk. Bij deze studie is de geometrie van het schaakbord erg grappig. De witte loper dekt nu de velden b3 en b1. Verder is veld b2 niet op tijd toegankelijk voor de zwarte toren omdat hij dan eerst de loper op c2 moet slaan. Wit speelt volgens mij eerst 1. b5-b6. Na 1... Te3xe5 herstelt wit weer de geometrie met 2. Lc2-d3. Om de b-pion te stoppen, zijn helaas de velden b1 en b5 niet toegankelijk doordat de loper er naar kijkt. De velden b2 en b4 zijn niet op tijd bereikbaar doordat de loper op d3 de velden e2 en e4 controleert. Om naar b3 te komen heeft zwart een tempo te veel nodig doordat hij eerst de loper op d3 moet slaan. b6 is niet toegankelijk omdat na 2... Te5-e6 3. Ld3-c4+ volgt; b7 en b8 kan zwart niet controleren omdat de toegangsvelden e7 en e8 door de koning op f8 gecontroleerd worden. Na 2... Te5-h5 volgt 3. Ld3-c4+ en de loper kan terug naar g8. Kortom de b-pion lijkt niet te stoppen. Groet, Roelof, juli 01, 2007
Albert: Dit is allemaal juist. Alleen moet er nog een aspect aan toe gevoegd worden, waardoor de compositie nog aanzienlijk mooier wordt. Dat is natuurlijk het aardige, als je, zoals ik, het antwoord bij de hand hebt, ook al is dat in dit geval tamelijk beknopt.
1. b6 Txe5! 2. Ld3! Th5 (zoals Roelof al aangeeft, is Te6 fataal, wegens Lc4+ en de toren valt) 3. Lc4+ Ka1! 4. b7 Th7 (op 4. ... Th8 volgt nu natuurlijk Lg8 en wit wint) 5. Lf7!! Th8+ (hier zou op 5. b8D? volgen: 5. ... Tf7+!! en er ontstaat een 'dolle toren' die de witte koning voortdurend schaak blijft geven: de koning of de loper kunnen niet nemen wegens pat! De witte koning zou dus naar c8 kunnen lopen, waarna zwart zelfs Td8 met schaak speelt en wit moet alsnog nemen of zijn dame laten slaan, met remise als gevolg! Het antwoord dat ik tot mijn beschikking heb geeft dit allemaal niet, maar dit is nu net de clou van 3. ...Ka1!) 6. Lg8 en wit wint.
Er kan nog aan worden toegevoegd dat 1. Ld3? niet wint, omdat zwart het als volgt speelt: 1. ...Txd3! 2. e6 Tf3+! 3. Kg7 (als wit zijn e-pion blokkeert, volgt meteen Tb3 en zwart bereikt remise) ... Tg3+! 4. Kf6 Tf3+! 5. Ke5 Tb3 en remise.
Sinds kort zet ik partijen die ik in (kleine) toernooien heb gespeeld, in de afgelopen (bijna) vijf decennia, op mijn weblog.
Uit de jaren '60, die het eerst aan de beurt komen, gaat het om:
1) de jeugdschaakweek in Emmen (1964), 2) het toernooi t.g.v. het 50-jarig bestaan van de SC Haren (1965), 3) het toernooi ter gelenheid van het 45-jarig bestaan van SC Assen (1966), 4) het zomertoernooi van 'Het Kasteel' in Coevorden (1968), 5) het toernooi in Hoogeveen (1969) en 6) nogmaals een zomertoernooi van 'Het Kasteel' (1969).
Bij de jeugdweek ging het om een zeskamp, bij de overige toernooien waren het vierkampen.
Hieronder toernooi nummer 3.
Een schaaktoernooi georganiseerd door SC Assen, in verband met het 45-jarig jubileum van de club.
Het strijdverloop in groep L (aangeduid als 2e klasse):
Ook over dit toernooi een artikeltje in het Nieuwsblad van het Noorden (even klikken voor leesbare tekst):
In deze stelling kwam de witspeler met enkele beslissende zetten (drie om precies te zijn), die zijn tegenstander tot opgeven dwongen. Welke waren dat?
Oplossingen zijn zoals bekend welkom op Alberts SchaakBlog. In de loop van de volgende week zet ik het goede antwoord + ontvangen reacties op dit weblog!
Het opsturen van een reactie kan als volgt verlopen:
1) Klikken op 'comments', de tekst (de oplossing) intikken bij 'leave your commment' met vermelding van je eigen naam (gewoon meteen onder de tekst). Naam vermelden hoeft niet, maar is wel sympathiek!
2) Woordverificatie (gegeven woord overnemen in kadertje)
3) Klikken op 'anonymous'
4) Klikken op 'publish your comment' en je antwoord is geplaatst!
Uit de Emmer Courant (1 april 1964): klikken voor de tekst!
Uit Schakend Nederland (mei 1964) : midden rechts Blogger Albert!
Eveneens uit Schakend Nederland (mei 1964):
wie zou toch die ene 19-jarige deelnemer zijn geweest?
Ronde 1 (31-3-1964)
Wit: Albert Prins - Zwart: C.E. de Leeuw
1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pc3 Lb4 4. e3 c5 5. Ld3 d5 6. Pf3 Pc6 7. Dc2?! dxc4 8. Lxc4 cxd4 9. a3 Lxc3+ 10. bxc3 dxc3 11. Dxc3 Da5 12. Ld2 Dxc3 13. Lxc3 Pfd7 14. 0-0 0-0 15. Tfd1 a6 16. Td6 Pb6 17. Lb3 Td8?? 18. Txd8+ Pxd8 19. La5 (en de partij is voor wit gewonnen; typerend voor Albert (toen al!) dat deze partij toch... remise wordt) ... Ld7 20. Lxb6 Kf8 21. Lxd8 (Td1!) Txd8 22. Td1 Ke8 23. Pe5 b5 24. Pxd7 Txd7 25. Pxd7 Kxd7 26. a4 Kc6 27. axb5 axb5 28. Kf1 Kc5 29. Ke2 Kb4 30. Lc2 Kc3 31. Ld1?? (hier ontbrak het me aan de rust om even te rekenen en te beseffen dat de loper grote opruiming onder de zwarte pionnen op de koningsvleugel kan houden en zich dan altijd nog kan offeren tegen de b-pion) ... b4 32. Kf3 b3 33. Lxb3 Kxb3 34. Kf4 Kc4 35. Ke5 Kc5 36. g4 Kc6 37. f4 Kd7 38. g5 Ke7 39. h4 en remise. En dat in groep A (vergevorderd)!
Éen van de wonderbaarlijkste en spannendste partijen die ik ooit heb gespeeld. Mijn tegenstander (de uiteindelijke winnaar van deze A-groep), verliest op de 17e zet zijn dame tegen wat zwerfhout, maar maakt van de nood een deugd en marcheert met zijn drie vrijpionnen op de damevleugel vrolijk richting laatste rij. Ik pak het niet goed aan (waarschijnlijk ook weer eens te traag) en moet langzaam maar zeker mijn grote materiële voorsprong offeren tegen de steeds brutaler wordende pionnen. Tenslotte is (wie had anders verwacht?) een zwaar bevochten remise mijn deel.
Wit: J. Bijlsma - Zwart: Albert Prins
1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf65. Pc3 g6 6. f3 Lg7 7. Le3 a6 8. Dd2 b5 9. a3 Lb7 10. 0-0-0 Pbd7 11. g4 h5 12. g5 Ph7 13. f4 Pc5 14. Lg2 Dc7 15. Tf1 e6 16. P4xb5? axb5 17. Pxb5?? Pb3+! (altijd leuk) 18. Kb1 Pxd2+ 19. Txd2 Db8 20. Pxd6+ Kf8 21. Lc5 Kg8 22. Pxb7 Dxb7 23. e5 Db5 (zwart staat een dame tegen drie pionnen voor, het vervelende is alleen dat het erg veel tijd kost om Ph7, Lg7 en Th8 tot gelding te laten komen) 24. Tfd1 Tb8 25. b4 Dxc5 26. Td8+ Txd8 27. Txd8+ Df8 28. Txf8+ Lxf8 29. c4 Le7 30. Kb2 Kg7 31. Kb3 Td8 32. Kc3 Pf8 33. a4 Pd7 34. a5 Tb8 35. b5 Lc5 36. Lc6 Td8 37. Lg2 Kf8 38. Kb3 Ke7 39. Kc3 Lg1?! 40. h3 Le3 41. Kb4 Lxf4? (waarschijnlijk is Ld2+ gevolgd door Pc5 veel beter) 42. a6 Pb6 43. c5 Pd5+ 44. Lxd5 exd5 45. b6 Lxe5 46. 46. a7 Ta8 (het enige, anders volgt b7) 47. Kb5 Lb8 (weer zo ongeveer de enige zet, daar gaat het kostbare materiaal!) 48. Ka6 Lxa7 49. b7! Td8 50. Kxa7 Kd7! 51. Kb6! Tc8!! (er stonden inmiddels aardig wat mensen te kijken naar dit zonderlinge strijdverloop en toen ik deze zet had gedaan, hoorde ik één van hen fluisteren: "Eindelijk eens een goede zet!") 52. bxc8D+ Kxc8 53. Kb5 Kc7 54. c6 d4 55. Kc4 Kxc6 56. Kxd4 Kd6 57. h4 Ke6 58. Ke4 f6 59. gxf6 Kxf6 60. Kf4 Kg7 61. Ke4 Kf6 62. Kf4 en remise!
Ronde 5 (3-4-1964)
Wit: Albert Prins - Zwart: L. de Roy
1. d4 f5 2. c4 e6 3. Pf3 Pf6 4. g3 Le7 5. Lg2 0-0 6. 0-0 Pc6 7. Pc3 Pe4 8. Pxe4 fxe4 9. Pd2 d5 10. cxd5 exd5 11. Pb3 Le6 12. Lf4 Ld6 13. Lxd6 Dxd6 14. Pc5 b6 15.Pxe6 Dxe6 16. Tc1 Tf7 17. Dd2 Taf8 18. e3 Dd6 19. a3 Pa5 20. Tc2 Pc4 21. De2 Kh8? 22. Lxe4 dxe4 23. Dxc4 Te7 24. Dc6 Dxc6 25. Txc6 Kg8 26. Tfc1 Tc8 27. d5 Td7 28. d6 Tdd8 29. Txc7 Txc7 30. dxc7 Tc8 31. f4 Kf7 32. f5 Ke7 33. Kf2 Kd6 34. g4 g5 35. fxg6ep hxg6 36. Kg3 g5 37. h4 gxh4 38. Kxh4 (op dit moment stelde mijn tegenstander voor om er remise van te maken. Voor mij zou het niets uitmaken, ik werd toch wel 3e, terwijl hij ongedeeld 4e zou worden, inplaats van gedeeld 4e t/m 6e. Dit was me echter iets teveel gevraagd: in drie van de vier voorgaande partijen had ik gewonnen gestaan en alle drie waren ze remise geworden! Zou het dan nog een keer moeten gebeuren? Ik weigerde dus.... ) ... Txc7 39. Txc7 Kxc7 40. Kg5 en zwart gaf op.
Dat was het Emmer avontuur! What next? Mijn partijen in het toernooi ter gelegenheid van het jubileum van Schaakclub Haren (50 jaar), gehouden op 11 september 1965.
Op zondag 2 juli 2006 plaatste een bijdrage getiteldSchaamteloze Schaakblogs, waarin het erom ging of je, laat ik maar zeggen, zo maar amateur-schaakpartijen op je weblog kon zetten.
Ik schreef toen o.a.de volgende zinnen: 'Houdt dat in dat de 'schaamte om eigen tekortkomingen op schaakgebied te tonen' waar (Majnu) Michaud het over heeft als het over amateurs gaat, bij mij nog groter is? Ik beloof dat ik, voor zover daar sprake van is (of zal zijn), mijn best zal doen me daar overheen te zetten en onbekommerd te werk te gaan, daarbij steunend op Vergilius, die immers laat weten: Si parva licet componere magnis, ofwel: als het geoorloofd is het kleine met grote te vergelijken.'
Dit alles overwegende wil ik één dezer dagen beginnen met eigen partijen op mijn weblog te zetten uit kleine toernooien waaraan ik sinds 1964 heb meegedaan, hier en daar verlucht met een krantenartikeltje en een uitslagentabelletje. Uit de jaren '60, die het eerst aan de beurt komen, gaat het om een Jeugdschaakweek in Emmen (1964), het toernooi ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de SC Haren (1965), het toernooi ter gelenheid van het 45-jarig bestaan van SC Assen (1966), het Zomertoernooi van 'Het Kasteel' in Coevorden (1968), het toernooi in Hoogeveen (1969) en nogmaals een Zomertoernooi van 'Het Kasteel' (1969). Bij de jeugdweek ging het om een zeskamp, bij de overige toernooien waren het vierkampen.
Zoals het partijen gespeeld door een ware amateur betaamt, ontbreekt de vrolijke noot niet: met het hout wordt geregeld (zij het met de beste bedoelingen) losjes omgesprongen!
De oplossing staat een eindje hieronder, voor diegenen die het eerst zelf even willen proberen!
**********
Oplossing: J. Moravec (Leipziger Neueste Schachnachrichten, 1937)
1. Td8!! (een aardige beginzet, niet direct het eerste dat je overweegt; 1. b7 (dreigend 2. Td8+ Kxd8 en 3. b8D+!) komt trouwens niet in aanmerking, wegens 1. ... Kc6! en zwart houdt remise) ... Kxd8 2. b7 Tb4! (valt pion b7 aan en verder denkt zwart 3. Kxb4 te beantwoorden met 3. ...c5+! 4. Kxc5 Kc7 en weer is het remise) 3. Kxb4 c5+ 4. Kb5!! (het verschil tussen remise en winst!) ... Kc7 5. Ka6 Kb8 (nog het beste, omdat 5. ... c4 6. Ka7 c3 7. b8D+ aanzienlijk sneller gaat) 6. Kb6 c4 7. a4 c3 8. a5 c2 9. a6 c1D 10. a7 en mat!
Terzijde:
Joseph Henry Blackburne, een vermaard Brits schaker (1841-1924) hield, behalve van schaken, ook wel van een goed glas whisky (to put it mildly zou de Engelsman zeggen). In de Wikipedia lezen we dat hij daarover zelf zei dat drinking whisky cleared his brain en improved his chessplay. Wikipedia voegt daar nog geestig aan toe: and he seemd to have tried to prove this theory as often as possible.
Hierop sluit naadloos aan wat B.H. Wood (was een bekend Engels schaker, schrijver en journalist) in 1950 in de Illustrated London News schreef:
One of Blackburne's opponents in a simultaneous display ordered himself a pick-me-up (= borrel). The next time Blackburne arrived at that board, he drained the glass at a draught, made his move and passed on. Asked afterwards how he had managed to beat that man so quickly, he explained: "My opponent left a glass of whisky en prise and I took it en passant. That little mistake wrecked his game!"
Vanuit onderstaande stelling boekte zwart een snelle overwinning. Hoe?
Stuur een antwoord naar Alberts SchaakBlog!
Dat gaat als volgt in zijn werk: 1) Klikken op 'comments', de tekst (de oplossing) intikken bij 'leave your commment' met vermelding van je eigen naam (gewoon meteen onder de tekst). Naam vermelden hoeft niet, maar komt wel sympathiek over! 2) Woordverificatie (gegeven woord overnemen in kadertje) 3) Klikken op 'anonymous' 4) Klikken op 'publish your comment' en je antwoord is geplaatst! Zoals gebruikelijk verschijnt in de loop van de volgende week de juiste oplossing (en de partijvermelding) op mijn weblog. Ook plaats ik dan de eventueel ontvangen reacties!
Terzijde: "The poorest chess player is to be more envied than the most favored servant of the Golden Calf; for the latter grovels all his life long in the mire of materialism; while the former dwells high aloft, in the bright realms of imagination and poetry". (Max Ignaz Weiss, 1870 - 1943)
Op deze schaakstudie deed Roelof Kroon (SC Ten Boer), een trouwe bezoeker van Alberts SchaakBlog, van zich horen en, zoals gebruikelijk, viel er heel weinig op aan te merken:
"Even een gokje:
1. Pe7+ 1... Kd8 2. Lxb7 en wit wint doordat de loper de goede kleur heeft, bijv. 2... Kxe7 3. Lxa8 of 2... Tb8? 3. Pc6+ gevolgd door 4. Pxb8.
1... Kb8 2. Lxb7 Als zwart de loper slaat gaat hij mat: 2… Kxb7 3. a6+ Kb8 4. Kc5 c6 5. Kd6 c5 6. Kd7 c4 7. Pc6# Ook de enige andere zet lijkt niet voldoende:2…a6+ 3. Lxa6 Ta7 4. Pc6+ en opnieuw blijkt de witte loper de goede kleur te hebben om promotie van de a-pion te bewerken". Groet, Roelof.
Komt eveneens dit weekend: opgave 121, waarop weer reacties van harte welkom zijn op:
ALBERTS SCHAAKBLOG
Terzijde:
"My attention is so completely absorbed by chess. I play night and day..." (Marcel Duchamp, 1887 - 1968).
Marcel Duchamp was een belangrijk Frans kunstenaar, die niettemin 20 jaar lang de kunst liet varen om te schaken. Hij werd schaakmeester en speelde bijvoorbeeld voor Frankrijk in diverse Olympiades mee. Het verhaal gaat dat hij ook gedurende de huwlijksnacht schaakproblemen oploste (ja, ik zou ook zeggen: je schaakt of je schaakt niet). In ieder geval lijmde zijn vrouw een week later de stukken op het bord vast en scheidden ze drie maanden later....
Vanuit de bovenstaande stelling wist zwart vlot te winnen. Hoe deed hij dat?
Oplossing: Baum - Tahl (Leipzig 1975) 1. ... Tb4!! 2. axb4 (het enige) ... Dc4+ 3. Kd2 (alweer het enige) Dd3+ 4. Dc1 (idem) ... Db1+ 5. Kd2 (idem) Dxb2+ en 0-1, aangezien de witte dame verloren gaat en mat volgt. Roelof Kroon (SC Ten Boer) liet de volgende oplossing overkomen: Na 1... Tb4 wint zwart de dame. 2. axb4 Dc4+ leidt tot mat. Overigens is de zwarte pionnenformatie f7, e6, d5, d6, c7 erg vreemd. De pion op d5 moet van b7 komen?! Roelof, juni 17, 2007 Albert: Ik liet de goede oplosser al eerder weten dat ik de zwarte pionnenformatie in verschillende bronnen (boek / Internet) zo heb aangetroffen, zodat ik, zolang het tegendeel niet is gebleken, aanneem dat die klopt.
Groningen in beeld:
De Hervormde kerk in Thesinge (gemeente Ten Boer) is een restant van de voormalige benedictijner abdij Germania en dateert uit de 13e eeuw (foto: 19-06-07; 19:28)
Nu Ten Boer, behalve over de molen Bovenrijge, ook over de bijzonder mooie en pas gerestaureerde Widde Meuln (waarvan meerdere foto's in het archief van Alberts SchaakBlog staan) beschikt, zouden we bijna vergeten dat de gemeente nog meer molens telt. Hierboven de korenmolen Germania in Thesinge, een korenmolen met een stelling uit 1852 (foto 19-06-07; 19:24).
Clubkampioen Roelof Kroon van SC Ten Boer en zijn broer Jan Kroon (helaas ex-lid, hoe vaak moet ik het nog zeggen, van diezelfde club) binden op bijgaande video de strijd aan met schaakmeester Hans Böhm. Op iedere dag van het NK vindt als nevenactiviteit een simultaan plaats. De mono- en dialogen spreken voor zich: "Die!" "Jaaa!" "Interessant!" "OK" "Maar!" Hele werelden gaan achter deze termen schuil, zoals elke ingewijde schaker weet!
Voor die bezoekers van Alberts SchaakBlog die met SC Ten Boer onbekend zijn: Roelof zit tweede van rechts, Jan geheel links.
Roelof won zijn partij, Jan (die meedeed aan het NK voor pastores en daarin 7e werd), verloor.
Ik laat hier de partij van Roelof volgen. Hij was zo vriendelijk deze op te sturen en maakte in zijn mailtje nog de volgende bescheiden kanttekening:
"Hij (de partij) is bepaald niet vrij van fouten. Vooral rondom de 32ste zet gebeuren vreemde dingen. Ik denk dat Hans het niet over zijn hart kan krijgen om 34. De1 te spelen. Toen hij 34. Pe2 speelde riep ik zelfs luidkeels uit 'Maar na dame e1 is het meteen uit'. Hans zei vervolgens rustig: 'Ja, maar laten we er gewoon een leuke partij van maken'. Toen ik uiteindelijk won, refereerde hij daar nog aan: 'Let wel ik had het natuurlijk beter kunnen doen toen je niet direct 32... Ta1 deed".
Bijna ongemerkt (ik moet ook aan alles denken) is Alberts SchaakBlog één jaar oud geworden.
Op 16 juni 2006 plaatste ik als kleine introductie een foto van mijzelf uit 1961 op het weblog, waar ik in Coevorden, 4e klas gymnasium, in typische schaakhouding in de bank zit.
Op 17 juni gaf ik de eindstand van de toen net afgelopen clubcompetitie 2005-2006. Ik werd toen 3e met 442 punten, terwijl Jan Pilon (366 p) en Piet Beetsma (311,5) ruim tot zeer ruim achter mij eindigden. Nu (2006-2007) moet ik beide geharde strijders boven mij dulden.... Het zijn zware tijden tegeswoordigs.... Maar niet getreurd, de herkansingen komen eraan!
Op 18 juni 2006 zette ik de eerste opgave op mijn weblog. Enkele dagen geleden plaatste ik nummer 120!
Op 19 juni, nu exact een jaar geleden, vermeldde ik enkele aardige historische feiten betreffende onze schaakclub SC Ten Boer, naar aanleiding van berichten in het medio 80er jaren verschenen tijdschrift Schaaknieuws en in de aloude Schaakkalender van het Provinciaal Groninger Schaakbond uit de 19e eeuw.
En zo kan ik natuurlijk nog heel lang doorgaan, maar dat doe ik niet. Ik zou tegen diegenen die deze regels lezen willen zeggen: Blader zelf eens door de archieven en je neemt altijd iets mee uit de 365 posts (hé, ook toevallig) die momenteel het weblog vullen!
Ik zal proberen in de komende tijd op ongeveer dezelfde manier als tot nu toe Alberts SchaakBlog te blijven voorzien van, in mijn ogen, aardige (en als het even kan 'clubbetrokken') bijdragen!
Een voorbeeld van een partij met het Londens Systeem, uit een tamelijk recent verleden, waaruit blijkt dat ook de sterkste schakers zich van het Londens Systeem bedienen, of... er mee worden geconfronteerd!
Wit: U. Andersson (2630) - Zwart: I. Sokolov (2645)
Ter Apel 1995
Londens Systeem
1. Pf3 d5 2. d4 Lf5 3. Lf4 (we hebben hier te maken met die variant waarin zwart met de dameloper naar f5 gaat; volgens de theorie is dan een snel c4 voor wit de aangewezen methode) ... e6 4. e3 Ld6 5. Lxd6 (niet direct de meest ambitieuze variant, dit afruilen op d6, maar Andersson staat erom bekend zijn partijen rustig op te zetten, om dan te proberen de druk langzaam maar zeker op te voeren. Wat dat betreft is deze partij een fraai voorbeeld!) ...Dxd6 6.c4! (menigeen zou nu met glimmende oogjes naar veld b4 kijken, maar de witspeler ziet daar kennelijk geen gevaar en inderdaad is daar voor zwart niet veel te halen; een belangrijk punt is hier wel dat zwart door Lf5 te spelen zijn damevleugel niet direct heeft versterkt, zodat voor wit de mogelijkheid Db3 interessant is geworden) ... dxc4 (c6 was een alternatief) 7. Lxc4 Pf68. Pc3 (een stelling die wel eens op remise zou kunnen uitlopen: toch wordt door Andersson vanaf dit moment voortdurend aan verhoging van de druk op de zwarte positie gewerkt) ... 0-0 9. 0-0 Pbd7 10. Tc1 a6 11. h3 b5 12. Le2 h6 13. a3 b4 14. axb4 Dxb4 15. Pa4 (zie diagram)
SOKOLOV
ANDERSSON
(er ontstaat nu een bittere strijd om de c-lijn waar de zwarte geïsoleerde pion een mooi doelwit vormt voor de witte stukken) 15. ... Tfc8 16. Tc4 Dd6 17. Da1 Le4 18. Tfc1 Ld5 19. T4c2 Tab8 20. Pc5 Pxc5 21. Txc5 Tb6 22. Pd2 Pe4 23. Pxe4 Lxe4 24. Da3 Ld5 25. Lc4 Lxc4 26. T1xc4 c6 (de lichte stukken zijn van het bord verdwenen, maar de belegering van de zwarte pionnen, met name de c-pion gaat door) 27. Dc3 Dd7 28. b4 Db7 29. Kh2 Db8+ 30. g3 Db7 31. h4 Kh8 32. h5 Tb5 33. Kg1 Txc5 34. Txc5 Kg8 35. Dc4 Kh8 36. Kf1 Kg8 37. Ke2 Db6 38. Kd3 Kf8 39. Kc3 Ke7 40. e4 Kd7 41. Ta5 Ta8 42. Kb3 Ta7 43. g4 Kc8 44. f4 Kb8 45. Tc5 Tc7 (zwart doet de ene gedwongen zet na de andere, terwijl de witte stukken langzaam maar zeker vorderingen maken) 46. f5 exf5 47. gxf5 Db7 48. Te5 Dc8 49. Dc5 Kb7 50. Dd6 Dg8 51. Te7 Txe7 52. Dxe7+ Kb6 53. e5 (zie diagram:
SOKOLOV
ANDERSSON
er is een dame-eindspel op het bord verschenen, dat door wit eenvoudig in winst wordt omgezet) ... g5 54. e6! (geen moeilijk en passant slaan (met een 'tussenschaakje'), dit is wel zo eenvoudig) fxe6 55. f6! Db8 56. d5! Dg3+ 57. Ka4 Df3 (om het schaakgeven nog even te kunnen voortzetten, maar nu is het oogsttijd voor wit: pion d5 bewijst zijn nut!) 58. Dc5+ Kb7 59. Dxc6+ Ka7 60. Dd7+ Kb6 61. Dxe6 Kc7 62. Kc6+ Kd8 63. Dd6+ Kc8 64. Dxa6+ Kd7 65. De6+ (een vervelende man, die Andersson!) ... Kd8 66. f7 Dd1+ 67. Ka5 Da1+ 68. Kb5 Df1+ 69. Kb6 Df2+ 70. Kb7 en zwart gaf op.
De laatste tijd zijn er meerdere artikelen in de pers verschenen over schaken en ... (last but not least) pokeren. Sterke schakers (anders valt het natuurlijk ook niet op) hebben het pokerspel ontdekt als methode om wat bij te klussen.
Gisteren nog las ik in de Volkskrant een artikel waarin wordt gesteld dat de nummer 10.000 in de pokerwereld meer verdient dan een gemiddelde grootmeester. Nu zal het wel aan mij liggen, maar het is iets waar je even aan moet wennen. Je hebt (ja, ook als bescheiden amateur) altijd een zeker idee over het schaakspel gehad. Laat ik kort en duidelijk zijn: ik beschouw het schaken als een spel dat iets meer voorstelt dan andere spellen en ik maak me sterk dat eigenlijk alle schakers dat doen. Toen Donner het had over dammen als "dat platte spel" bedoelde hij toch echt iets meer dan alleen een woordgrapje. Om het met andere woorden te zeggen: veel schakers plaatsen (en misschien wel terecht) het schaken een beetje op een voetstuk.
Als dan nu ineens toppers uit de schaakwereld (Van Wely, Grisjoek e.a.) zich ijverig op het pokeren gaan toeleggen, komt dat wat onverwacht over. Internationaal grootmeester en zesvoudig Nederlands kampioen schaken Loek van Wely wil over een jaar zelfs professioneel pokeraar zijn. "Ik blijf daarnaast ook schaken, maar met poker is veel meer te verdienen. Als ik op het niveau zou kunnen pokeren waarop ik nu schaak, dan kan ik mijn inkomsten minimaal vertienvoudigen." (bron: NRC van 5 juni 2007).
Het zal allemaal best maar ik ervaar zo'n bericht op de een of andere manier toch als iets dat aan het schaken wat afbreuk doet, of er ergens iets wringt.
Misschien is het overdreven en kun je er ook anders tegenaan kijken en het een schande vinden dat zulke sterke spelers zich moeten 'verlagen' om het hoofd boven water te kunnen houden. Maar ja, schaken zal nooit volle stadions trekken met tienduizenden juichende supporters die samen gezellig de wave inzetten en dus zijn de consekwenties ernaar.Daarin zit ook weer enige logica. In ieder geval doet het je maar weer eens beseffen dat er hoe dan ook brood op de plank moet komen en dat schaken puur als hobby ook wel iets heeft...(als het brooder dus al is!)
Aan dat voedsel op de plank bij schakers moest ik ook even denken toen ik tijdens mijn pas onlangs begonnen speurtocht naar schaakstudies 'stuitte' op de Tsjech Oldrich Duras (1882-1957).
Hij was een vooraanstaand toernooispeler van 1905 tot WO I. Onder zijn successen zijn gedeelde 1e prijzen in Wenen 1908 (met Schlechter en Maroczy), Praag 1908 (weer gedeeld met Schlechter) , een derde prijs in het grote toernooi in St. Petersburg (1909) en weer een 1e in Breslau 1912 (gedeeld met Rubinstein). Verder werd hij drie keer Tsjechisch kampioen (1905, 1909 en 1911). In de jaren '50 werd hem, op basis van eerdere resultaten door de FIDE de titel van grootmeester toegekend.
Verder werd hij bekend als schaakstudiecomponist en daar gaat het aan het eind van dit artikeltje om.
Maar waar blijft nou dat brood zal de lezer zich afvragen... Wel, op het Internet (waar anders) las ik ergens dat Duras in 1914 met een rijke vrouw trouwde en zich toen uit het actieve schaakleven (niet echt zijn hobby dus) terugtrok... Zo kan het dus ook, maar zoveel geluk(?) is natuurlijk niet voor iedereen weggelegd, zelfs niet als men een heel goed schaker is. Dan in vredesnaam maar pokeren...
Nu naar de schaakstudies!
Studie 7
O. Duras
(Časopis Československý šach, 1923)
Wit is aan zet en wint
Een prachtige eindspelstudie! Na 1. Lxf5 Kf3 2. h4 Kxf4 3. Lg6 Kg4 4. h5 Kg5 zou zwart makkelijk remise houden, omdat de witte loper het promotieveld niet beheerst: de zg. loper van de verkeerde kleur. Het moet dus anders! De goede oplossing staat wat lager, zodat de lezer gelegenheid heeft (indien gewenst uiteraard) eerst zelf even te kijken!
**********
Oplossing: 1. Lg2! (lijkt in eerste instantie de minst voor de hand liggende zet, maar hij verhindert wel Kf3!) ... Ke3 (lijkt het enige) 2. h4 Kxf4 3. Lf3! (verhindert Kg4) ... Ke5 (3. ... d2 4. Kxd2 heeft voor zwart ook geen zin) 4. h5 Ke6 5. Ld5+! (een tamelijk hardnekkige loper, die steeds de beslissende velden voor zwart blokkeert, terwijl nemen door zwart steeds geen optie is) ... Ke7 6. h6 en wint. De witte koning komt nu in actie, slaat de zwarte pionnen van het bord en grijpt beslissend in.
Vanuit de bovenstaande stelling wist zwart vlot te winnen. Hoe deed hij dat?
Stuur je oplossing naarAlberts SchaakBlogen vind jezelf terug, eind deze week, wanneer ook het goede antwoord wordt gegeven, bij de ontvangen reacties!
Het verzenden van een oplossing is heel eenvoudig:
1) Klikken op 'comments', de tekst (de oplossing) intikken bij 'leave your commment' met vermelding van je eigen naam (gewoon meteen onder de tekst). Naam vermelden hoeft niet, maar komt wel sympathiek over!
2) Woordverificatie (gegeven woord overnemen in kadertje)
3) Klikken op 'anonymous'
4) Klikken op 'publish your comment' en je antwoord is geplaatst!
In bovenstaande stelling had zwart net f5 gespeeld en wit meende dit te moeten beantwoorden met Tc1? (deze zet moet in de diagramstand nog worden uitgevoerd), maar Pf3 zou beter zijn geweest.
Hoe zorgde zwart (de Engelsman Frederick Yates, toen net een jaar beroepsschaker) hierna voor 'witte' problemen?
Weer een mooie compositie! Wit is aan zet en wint!
Morgen de oplossing! Opsturen van een antwoord is hier niet de bedoeling (waar dat wel zo is, loopt het met deze temperaturen en met ieders vele beslommeringen ook niet zo hard trouwens).
Alberts SchaakBlog houdt echter de moed erin en wacht geduldig op betere tijden!
Terzijde:
Gedurende een Hastings-toernooi vroeg een bekende en 'onsterfelijke' schaker aan een andere, misschien betere maar minder onsterfelijke, speler: "Hoe kan het toch, dat ik alles zie wat nodig is om te winnen, maar toch verlies?" Het antwoord was: "Vaag het eens aan een psychiater."
Tijdens het toernooi in San Sebastian in 1911, werd Akiba Rubinstein (die het toernooi won) geobsedeerd door het gevoel dat er een vlieg over ziijn schedel liep. Aangezien er geen vlieg viel te ontdekken, bracht Mieses, die daar één van de officials was, de grote schaakmeester na afloop van het toernooi naar een vooraanstaand psycho-neuroloog in München. De Duitse expert onderzocht Rubinstein zorgvuldig en zei toen, met Duitse (Teutonic) grofheid: "Mijn vriend, u bent gek. Maar wat doet dat er toe? U bent een schaakmeester!"
Uit: Abrahams, Gerald: Not only chess: a selection of chessays. London: Allen & Unwin, 1974.
In de hieronder afgebeelde stelling ging het 'van dik hout zaagt men planken'.
Hoe won wit in krachtige stijl?
Stuur je oplossing naar Alberts SchaakBlog!
Hoe dat kan, lees je bij de vorige opgave (118). In de loop van deze week verschijnt het goede antwoord op dit weblog, met vermelding van de ontvangen reacties!
Dan nog een mooi schaakprobleem uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Het antwoord staat even verder naar beneden, ten behoeve van hen die eerst zelf even willen nadenken!
Wit is aan zet en wint!
**********
Oplossing: Schaakstudie van K. A. L(eonid) Kubbel (1891-1942) (Leningr. Pravda 1928)
1. a6! e3 2. a7 e2 3. a8D e1D 4. Dd5+ (daarom dus niet 1. axb6!) ... Kb4 5. Dd3! (zwart is in zetdwang) ... Dc1 6. Da3+ Kc4 7. b3+ en de zwarte dame gaat verloren, of 5. ... Da1 6. Dc3+ Ka4 7. b3+ enz.
Gisteren hebben we een uitstapje gemaakt naar de tuinen van Mien Ruys (Dedemsvaart) en vervolgens naar Deventer. Eigenlijk was het te warm om veel te doen en een paar uur in de auto te zitten, maar je bent jong en je wilt wat...
In de tuinen van Mien Ruys....
en in de Kloostertuin in Deventer...
In Deventer zou de tocht uiteraard ook langs boekwinkeltjes gaan, maar één bleek al genoeg te zijn.
Dat leverde namelijk meteen al een handvol schaakboeken op en daar doe je het natuurlijk voor! Wat te denken van:
1) Wereldkampioenschap schaken 1948 (Euwe) 2) Wereldschaaktoernooi Amsterdam 1950 (Euwe / Prins) 3) Wiener Schach-Zeitung (jaarg. 1928) 4) Analysen van AVRO's wereld-schaaktoernooi 1938 (Euwe) 5) Zonetoernooi 1978 (De Telegraaf) 6) Das Grossmeister Turnier New York 1924 (Aljechin)
En tot overmaat van goedheid gaf de verkoper ook nog eens €4 korting op de toch al niet hoge prijzen. Ik werd er helemaal stil van en dat wil toch wel wat zeggen....
Na een sobere maaltijd voerde de terugreis ons langs allerlei dijkweggetjes langs en in de buurt van de IJssel....
en ... zelfs er overheen, met de veerpont tussen Wijhe en Heerde. Altijd even meenemen! (Foto's van 8-6-07, respectievelijk gemaakt om 12:59, 17:03, 18:42 en 18.53).
Maar goed, genoeg afleidingsmanoeuvres, nu weer terzake.
OPGAVE 118
In bovenstaande stelling had zwart net f5 gespeeld en wit meende dit te moeten beantwoorden met Tc1? (vanuit de diagramstand moet deze zet nog worden uitgevoerd!) .
Hoe zorgde zwart hierna voor 'witte' problemen?
Iedereen kan op eenvoudige wijze de oplossing opsturen naarAlberts SchaakBlog en wordt daarvoor zelfs bij voorbaat bedankt!
Een en ander gaat als volgt:
1) Klikken op 'comments', de tekst (de oplossing) intikken bij 'leave your commment' met vermelding van je eigen naam (gewoon meteen onder de tekst). Naam vermelden is niet echt noodzakelijk, maar komt sympathiek over! 2) Woordverificatie (gegeven woord overnemen in kadertje) 3) Klikken op 'anonymous' 4) Klikken op 'publish your comment'. In de loop van volgende week volgt het juiste antwoord, met vermelding van de reacties van de inzenders!
Schaakprobleem 4 in de nieuwe reeks op Alberts SchaakBlog.
Wit is aan zet en wint.
**********
Schaakprobleem van J. Gunst (Das illustrierte Blatt, 1922)
Als je de stelling zo ziet, zou je zeggen dat wit met beide stukken het karwei moet klaren. Dat is nu juist de verrassing: het gaat anders.
1. Lb7!! (na 1. Lxd7 Kc7 verliest wit een van beide stukken; ook 1. La6 Kc7 2. Ke5 d6+ 3. Ke6 Kxb8 brengt wit geen winst, vandaar de tekstzet) ... Kc7 (anders ontsnapt het paard via a6) 2. La6! Kxb8 (paard exit, maar niet getreurd) 3. Kd6 (beide zwarte pionnen staan vast, dus:) ... Ka8 4. Kc7 (wit geeft precies op tijd zwart de gelegenheid een pionzet te doen, waardoor het geen pat kan worden) ... d5 5. Lb7 mat!
Hoe kon zwart, vanuit de onderstaande stelling, zijn tegenstander snel mat zetten?
Oplossing: Crown - Evans (Londen 1946)
Zwart kan een aftrekschaak op het bord brengen, dat, ondanks dat zijn dame staat aangevallen, succes oplevert!
1. ... Pe1+! 2. Pxc6 (of 2. Kg1 Dh1+! 3. Kh1 Tf1+ en zwart wint eveneens) ... Tf1+ (ook met 2.... Pxc2, of 2. ... Lf3+ kan zwart winnen, maar de tekstzet gaat het snelst) 3. Lg1 Lf3 mat.
Twee inzenders waagden een gokje, waarvoor dank:
1) Ik kom tot de volgende zettenreeks:1 ... Pe1+ 2. Pxc6 Tf1+ (2. Kg1 verliest ook) 3 Lg1 Lf3+ 4 Dg2 Lxg2# Jan Pilon, juni 02, 2007
2)Opgave 117:1. ... Pe1+ 2. Pc6x Tf1+ 3. Lg1 Lf3 en mat volgt: 4. Dg2 Lg2x mat. Als op 1... Pe1+ volgt 2.Kg2(moet g1 zijn), dan: 2.... Dh1+ 3. Kxh1 Tf1 4. Lg1 Lf3 en hetzelfde mat volgt. Met hartelijke groet! Jan Kroon, juni 4, 2007.
In onderstaande stelling heeft zwart iets te snel willen doorstoten naar winst, met zijn laatste zet: d3-d2. In feite heeft hij wit de mogelijkheid gegeven het roer over te nemen.
Hoe won wit?
Oplossing: Keller - Nievergelt (Zürich 1960)
1. Le5!! (en niet meteen 1. Pe8, wegens ... Dxb2!) ... Txe5 (dit is verplicht omdat 1. ... Pf5 beantwoord wordt met 2. Pxf5 enz.) 2. Pe8! (de zwarte dame kan nu niet te hulp komenvia b2, omdat de toren immers de diagonaal blokkeert!) ... Pf5 3. Pf6+ Kh8 4. Dg8 mat.
Jan Pilon (SC Ten Boer) stuurde het volgende bericht op, waaruit maar weer blijkt dat de schaker zittend het best tot zijn recht komt:
Ik zit te denken aan deze variant: 1. Le5 Txe5 2. Pe8 Pf5 3. Pf6+ met mat op de volgende zet. Jan Pilon, juni 01, 2007.
Bovenstaande (anonieme) schaakstudie verscheen voor het eerst in 1878 in de Chess Players Chronicle (begonnen in 1841, redacteur Howard Staunton), het eerste belangrijke Engelstalige schaaktijdschrift ter wereld.Dat is een aardig aspect van het schaakspel: de stelling is nog net zo waardevol als toen en je zou hem in je eerstvolgende partij op het bord kunnen krijgen!
Opgave:zwart begint, wit wint!
**********
Oplossing:Het is duidelijk dat zwart de witte pion niet tegenhoudt met 1. ...Ta8, omdat wit dan eenvoudig 2. Th8 speelt en wint.
Dat houdt in dat zwart schaak moet geven en hij wint dan bovendien een tempo, zodat hij daarna meteen 2. ... Tg6 kan doen en de witte g-pion kan stoppen. Nu de clou: na de schaakzet 1. ... Ta6+ komt 2. Kd5!! Tg6 3. Ke5!! en nu blijkt zwart in zetdwang te verkeren. Hij heeft alleen maar 3. ... Kg4. Dan speelt wit 4. Th1!, waarna de dreigingen g8D en Tg1+ ontstaan, met winst voor wit. Dat betekent dat zwart 4. ...Kf3 moet spelen. Wit doet 5. Tf1+ Ke3 (of Ke2, of Kg2) 6. Tf7, gevolgd door 7. Kf5 en wit wint gemakkelijk.
Er zijn schaakstudies waarin uiteindelijk de rochade de beslissing brengt. Een mooi voorbeeld:
Studie 2
Een studie (die zelfs ik eerder heb gezien) van schaker en beroemd probleemcomponist Aleksey Selesniev (1888-1967). Wit speelt en wint!
**********
Oplossing: 1. d7! (met 1. Td1? wint wit niet: 1. ... Th2 2. d7 Th1+ 3. Ke2 Txd1 4. Kxd1 Kc7 en remise; verder wint ook meteen de lange rochade niet, omdat zwart met 1. ... Ta2! dat zowel 2... Ta1+ met torenruil, als 2. ...Ta8 dreigt, remise houdt) ... Kc7 2. d8D+! Kxd8 3. 0-0-0+! en wit wint, omdat ineens Tb2 verloren gaat.
Het winnen met de rochade is een aspect dat ook in het wedstrijdschaak, in de praktijk kortom, kan voorkomen. Heel bekend is natuurlijk de partij tussen (Eduard) Lasker en Thomas (Londen 1912), waarin wit met de ene krachtzet na de andere de zwarte koning over het hele bord drijft. Die belandt tenslotte op g1 (zie diagram), waarna wit..... zijn kans 'miste'! Met de lange rochade kon zwart worden mat gezet, maar wit speelde Kd1-d2, wat weliswaar eveneens mat betekende, maar de liefhebber had natuurlijk liever 18. 0-0-0 gezien. Als je de diagramstelling ziet, denk je niet meteen met een partijstelling te maken te hebben!
Stand na 17 zetten in de partij Lasker-Thomas (Londen 1912). Er volgde 18. Kd2 mat, maar waarom niet 18. 0-0-0 mat?!
Nog een aardige partij met dit thema werd gespeeld tijdens de studentenolympiade in Dresden in 1969:
Wit: O. Seuss (Oostenrijk) - Zwart: H. Hurme (Finland)
Kort nadat ik deze bijdrage op mijn weblog had gezet dacht ik ineens met schrik aan een boek in mijn collectie, dat over de rochade gaat. Een run naar de kast en ja hoor: een fraai boek De rochade: een veelzijdige schaakzet (1994) van Robert Timmer. Snel gekeken en inderdaad, zowel het probleem van Selesniev als de partij Seuss-Hurme komen er in voor. Jammer (voor Timmer trouwens niet), maar helaas... De studie van Selesniev kende ik al en de genoemde partij was ik toevallig tegengekomen, dus het leek me een aardige combinatie. Ik had moeten weten dat de meeste dingen al eens eerder bedacht zijn....
Alleen Lasker-Thomas noemt hij niet; nu eindigde die ook niet met een rochade, maar de mogelijkheid tot mat via rocheren was wel aanwezig, dus had hij de partij wel kunnen noemen, zoals hij ook andere 'bijna-voorbeelden' noemt.
In een schaakboek dat ik enkele dagen geleden voor 50 cent (dat kan kennelijk nog!) kocht in een inbrengwinkel, vond ik enkele onbetaalbare schaakstudies. Tot dan toe had ik daar eigenlijk niet of nauwelijks naar gekeken. Vorig jaar schreef ik nog dat op Alberts SchaakBlog alleen maar opgaven zouden verschijnen met stellingen die ooit echt waren voorgekomen, omdat schaakstudies (-problemen of -composities) nogal eens een gekunstelde indruk maken.
Ik ben daar nu in zoverre van teruggekomen, dat ik heb besloten om minstens eens in de week toch een schaakstudie te plaatsen, omdat er toch wel veel bijzondere exemplaren tussen zitten. En de gekunsteldheid valt ook vaak wel wat mee. Het hoeft niet meteen fairy chess te worden. Ik zal daar in ieder geval wat op letten: geen stellingen met 15 dames op het bord bijvoorbeeld, hoe aantrekkelijk dit in eerste instantie ook moge klinken.
Deze schaakcomposities zullen niet als opgave worden gepresenteerd, maar alleen als mooie voorbeelden, die op mij (zegt bepaald ook niet alles, maar toch) indruk hebben gemaakt.
In alle gevallen geef ik de componist èn de oplossing er direct bij. Ik laat alleen wat ruimte over alvorens het antwoord te geven, zodat de bezoeker het eerst zelf even kan proberen en niet meteen met het antwoord wordt geconfronteerd....
Studie 1.
Een studie van de Argentijn José Mugnos (1904-1982): wit is aan zet en wint!
**********
Het is duidelijk dat de winst van de witte b-pionnen zal moeten komen, die wit voorlopig beide zal moeten houden, omdat wanneer b7 verdwijnt ook b6 niet te handhaven is, zonder de witte koning in de buurt. Dat houdt ook in dat wit voortdurend op pat bedacht moet blijven en dus zwart steeds gelegenheid moet blijven geven pionzetten te doen! Tegelijk moet hij proberen zijn koning richting pion b6 te laten lopen.
Ondanks al deze moeilijkheden zit er winst in:
1. Kg2! f3+ 2. Kf1 f2 3. Lc6! d5 4. Kxf2 d4 5. Lf3! d3 6. Ke3 d2 7. Kd4 d1D+ 8. Lxd1 Kxb7 9 Kc5 en wit arriveert precies op tijd om zijn (winnende) pion te beschermen.
Niet verwonderlijk dat ik, toen al dit moois tot me was doorgedrongen, besloot meer schaakstudies op mijn weblog te zetten!
In onderstaande stelling heeft zwart iets te snel willen doorstoten naar winst, met zijn laatste zet: d3-d2. In feite heeft hij wit de mogelijkheid gegeven het roer over te nemen.
Hoe won wit?
Zoals gebruikelijk kan een ieder de oplossing opsturen naar Alberts SchaakBlog!
Dat gaat heel eenvoudig:
1) Klikken op 'comments', de tekst (de oplossing) intikken bij 'leave your commment' met vermelding van je eigen naam (gewoon meteen onder de tekst). Naam vermelden is niet echt noodzakelijk, maar komt sympathiek over! 2) Woordverificatie (gegeven woord overnemen in kadertje) 3) Klikken op 'anonymous' 4) Klikken op 'publish your comment'.
In de loop van de volgende week volgt het goede antwoord + de namen van de inzenders en hun reacties!!